De Carthago-erfenis
der Germanen

GardenStone, 2006

 

Prof. Theo Venneman, hoogleraar aan de Ludwig-Maximilians-Universität (LMU) München publiceerde in het duitse vaktijdschrift "Sprachwissenschaft" aflevering 31-4-2006 een lang, 60 pagina's omvattende bijdrage over "Germaanse runen en het phonicische alfabet".

Kern van dit artikel is, dat volgens Vennemann het runenschrift direct op een alfabet van de Phoniciers terug te herleiden is.

De runen zijn het oudste schriftsysteem van de Germanen. Hun directe afkomst is nog steeds niet verklaard. Volgens eerdere veronderstellingen stammen de runen van een etruskisch, van een daarmee verwant alpine of van een latijns alfabet af. Deze alfabetten zijn voortgekomen uit het griekse alfabet en tenslotte zijn die weer terug te leiden tot het ongeveer drieduizend jaar oude phonicische schrift van het oostelijke middellandse Zeegebied.

Op grond van zijn onderzoek stelt prof. Vennemann nu voor het runenschrift zonder omwegen over andere alfabetten direct uit het phonicische alfabet te herleiden.

Dit zou namelijk niet alleen enige, tot nu toe onverklaarde bijzonderheden van de runen verklaren, maar spreekt ook voor een direct en heel intensief contact tussen Germanen en Phoniciers, waarvoor er, volgens Philologieprofessor Vennemann, meerdere aanknopingspunten bestaan op taal- en cultureel gebied.

Volgens de Theorie van Vennemann stamt het runenschrift van de westelijkse vorm van het phonicische alfabet af, zoals dat in het carthaagse wereldrijk in de derde eeuw voor onze tijdrekening in gebruik was.  In die tijd beschikte dir rijk over de grootste oorlogs- en handelsvloot en strekte zich uit over Westafrika, Spanje en de grote eilanden in het westelijke Middellandse Zeegebied.  De wegen van hun handelsschepen reikten klaarblijkelijk tot aan de Noordzeekust.   

De theorie van de phonicische oorsporng van de runen beantwoordt onder meer de tot dusver open gebleven vraag naar het begin van het runenalfabet:

Waarom begint dit met een F en niet met een A? Waarom niet met een van de vele andere germaanse nomen (hoofdwoorden)?

Vennemann's antwoord:
In het carthaagse schrift had de eerste letter de vorm van een F, stond voor 'Aleph' en dit betekende in het phonicisch en ook in de andere semitische talen 'vee'.
De Germanen namen het teken over en vertaalden de betekenis in (het voor hun vergelijkbare) 'rund', in het germaans: fehu.

Bij de Germanen betekenden de letters, net als bij de semitische volken (waartoe de Phoniciers behoorden) ook steeds iets concreets, dat verder gaat dan louter het letterteken zelf. Deze schriften onderscheiden zich daarmee van het griekse en romeinse schrift, waar de lettertekens eenvoudig Alpha, Beta of Gamma genoemd worden, zonder verdere betekenis.

Deze verschillen wijzen er volgens Vennemann op, dat de Germanen hun schrift direct van de Phoniciers hebben geleerd en dus niet via de omweg over Grieken, Etrusken of Romeinen.

Dat zou dan ook verkaren, waarom de Germanen de letters M en N niet voor een (andere) medeklinker schreven; in tegenstelling tot de Grieken en Romeinen deden de Phoniciers dat ook niet.

Nog iets, dat germaanse en phonicische schrift gemeen hebben: beide schrijven geen twee gelijke medeklinkers achter elkaar, zoals TT, KK of LL, maar steeds slechts eentje, T, K of L. Bij het griekse en lateinse schrift komt dit wel voor.

Wanneer deze theorie van Theo Vennemann door verder onderzoek bevestid wordt, dan moet er inderdaad een regelmatig contact bestaan hebben tussen de carthaagse Phoniciers, (die door de Romeinen Puniers worden genoemd).

In tegenstelling tot eerdere pogingen de herkomst der runen te verklaren, verheldert deze theorie ook, waarom de oudste runenvondsten in scandinavische gebieden tussen Noord- en Oostzee gevonden werden, in plaats van dichterbij het romeinse rijk.

Het verklaart ook het bestaan van het uitermate vroeg voorkomen van een eigen schrift in het noorden van Europa.

Het Artikel van Prof. Vennemann gaat op nog veel meer aspecten in die zijn theorie ondersteunen, zie hiervoor de hieronder onder 2 genoemde bron.

Bronnen:
1. Informationsdienst Wissenschaft,  Pressemitteilung: Das karthagische Erbe der Germanen, München, 27. November 2006, http://idw-online.de/pages/de/news186908

2. Theo Vennemann, Germanische Runen und phönizisches alphabet, in: Sprachwissenschaft, 21-4-2006, pg. 367-429.

Terug