Cernunnos
God der Kelten?

Een compilatie in drie delen van enige artikelen over de historiciteit van de God Cernunnos.
Gecompileerd en bewerkt door GardenStone
(c) Copyright nederlandse vertaling: GardenStone



1e deel:

Cernunnos - een vage figuur - de gehoornde God, waarvan de afbeelding is aan te treffen op de Gundestrup beker. Hierover is weinig informatie; er zijn enige, tamelijk duistere verwijzingen, te vinden in de boeken over de Kelten van Nora Chadwick en Anne Ross.
Er is echter totaal niets in de ierse mythologie terug te vinden, dat direct verwijst naar een God met deze naam. Mac Cana heeft veel tijd verspild met het bouwen aan een hele brokkelige theorie over het bestaan van Cernunnos als keltische god, en Anne Ross borduurt daarop voort, maar er is werkelijk verder ook niets aan andere, meer objectieve bronnen te vinden.
Sommige Keltologen hebben geprobeerd binnen een ouder europees pantheon aanwijzingen te vinden, voornamelijk zoekend naar linguistische aanwijzingen, maar hun aanname van een indo-europees pantheon is op zichzelf al problematisch. Dan is er, volgens verschillende vooraanstaande historici en linguisten, meer te zeggen voor het zoeken in de bekende, inheemse europese 'wortels', dan zich te baseren op vage, niet eens mythologisch bekende 'indo-europese' verklaringen, waarop slechts uiterst zwakke linguistische argumenten duiden.


2e deel:

Of er werkelijk een met name genoemde gehoornde God in de keltische mythologie voorkomt? Ik heb daarvoor nog geen enkele historische of mythologische bron gevonden.

De naam Cernunnos wordt in werkelijkheid ook maar op een plaats in Chadwick's bekende boek 'The Celts' genoemd; wanneer zij het heeft over de gehoornde, menselijke figuur op de Gundestrup beker:
".... wordt door de meeste kenners verondersteld, dat dit Cernunnos is, wiens naam op uiteenlopende wijzen vertaald wordt als: 'de Gehoornde', of 'de god met het hoofd van een hert."
En dan zegt Chadwick:
"De naam Cernunnos verschijnt slechts op een enkele inscriptie, op een altaar in Parijs, hoewel afbeeldingen van gehoornde Goden zonder inscripties (met de naam) vaker voorkomen." (Blz. 153).

In eerste instantie wordt hier dus gezegd, " ...door de meeste specialisten verondersteld..", hetgeen dus inhoudt, dat er ook kenners zijn, die deze veronderstelling niet delen. En de opmerking over de vertaling van de naam op uiteenlopende wijzen, zegt niets meer, dan dat hierover dus uiteenlopende zienswijzen bestaan.
Het is wel heel merkwaardig, dat in deze verwijzingen van Chadwick eerst gesproken wordt over een stier, als gehoornde figuur, die inderdaad meer voor komt in de ierse mythologie. Kort daarop zegt Chadwick, dat slechts op een plaats, en dat op het continent, dus niet eens referentie van de britse eilanden, de naam Cernunnos voor komt. Wel een hele vage verwijzing, wanneer het over die Kelten op diezelfde britse eilanden gaat.
Chadwick gaat ook verder helemaal niet in op de opmerking, dat 'afbeeldingen van de gehoornde god zonder inscripties vaker voorkomen'. Ook Mac Cana precisieert dat niet verder, wanneer hij dezelfde opmerking maakt in zijn "Celtic Mythology".
Maar als deze gehoornde god voor de Kelten dan zo belangrijk was, dan hadden we intussen op veel meer plaatsen zowel fysieke als ook literaire bewijzen moeten vinden. Tot nu toe hebben we echter alleen maar de hier genoemde, niet hard gemaakte bewering.

In het bekende "Irish Mythology" van Ellis, in "A guide to Irish Mythology" door Smith en in het bekende "Myth, Legend & Romance" is geen enkele verwijzing te vinden, die duidt op het bestaan van een keltische gehoornde God Cernunnos.

In Davidson's "Myths & Symbols in Pagan Europe" staan twee korte verwijzingen naar Cernunnos, resp. een gehoornde God, wanneer hij schrijft:

"De gehoornde god in Gallië, algemeen bekend als Cernunnos, wordt niet alleen afgeschilderd als de Heer der dieren, maar ook als een verspreider van rijkdom, doordat hij een halsband of een zak draagt, waaruit rijkelijk geldstukken stromen." (Pagina 121).

Davidson slaagt er niet alleen geheel niet in, om ook maar een enkele bron aan te geven voor deze bewering, hij gaat zelfs nog verder met een zo mogelijk nog vagere bewering;

"Onze kennis m.b.t. de derde groep goden uit het schema van Dumezil is heel beperkt, waar het gaat om onze kennis van mogelijke culten rondom deze goden. Een ervan is een gehoornde God, genaamd Cernunnos, (de Gehoornde of ook wel de Gepunte), met een onvolledige naam; .... op een stenen altaar bij Parijs, waar deze gehoornde God voor komt, is ..ernunnos te lezen.
Zijn horens vormen een gewei, en hij zou de behoeder van de dieren uit het woud kunnen zijn. Het is mogelijk, dat dit dezelde is, als de gehoornde God op de Gundestrup beker, hoewel de laatste zonder horens op de belangrijkste panelen van deze beker te zien is." (Pagina 209).

Davidson is daarmee wel behoorlijk tegenstrijdig in zijn boek. Eerst is Cernunnos als behoorlijk vasstaand omschreven, echter zonder enige bronvermelding. Later wordt hij veel vager, gebruikt dan Chadwick's uiting, en, wellicht nog belangrijker, steunt op Dumezil. Chadwick's woorden "zou kunnen zijn" worden al als tamelijk vaststaand opgevat.
Dit is een bekend patroon binnen academische kringen; verschillende mensen herhalen, in verschillende bewoordingen beweringen, zonder deze zelf ook maar iets harder te maken. Maar als maar genoeg mensen dit doen, dan komen er ook mensen, die het als ' waar' aannemen. Daarmee wordt zoiets echter niet werkelijk 'waar'.

Dumezil werd langere tijd als een soort goeroe gezien op het gebied van de indo-europese therie, en de generatie keltologen, waartoe o.a. ook Chadwick en Mac Cana behoren, zijn volgelingen van Dumezil.
Intussen is voor praktisch alle onderzoekers op dit gebied Dumezil een achterhaald thema. Geen enkele moderne antropoloog, die zichzelf serieus neemt, gebruikt Dumezil nog als leidraad of bron. In India is deze indo-europese theorie vanaf het begin al met de grootst magelijke scepsis bekeken, en tegenwoordig wordt hij ook in Europa en in de USA als totaal achterhaald gezien.
Ganz geeft in de inleiding van zijn boek "Early Irish Myths ans Legends" een kort overzicht van de academische positie m.b.t. de indo-europese theorie.

Op een andere plaats schrijft Mac Cana, dat horens-dragende figuren definitief Pre-keltisch zijn, (daarover lijkt iedereen het intussen wel eens te zijn), en dat er niet sprake is van een speciale, gehoornde specifiek keltische god. hij schrijft hierover dat ze
"....een lange geschiedenis hebben, de terug gaat, tot voordat er ook maar sprake was van Kelten als een herkenbare sociaal-cultureel volk, maar dat het (een gehoornde god) in de loop van de tijd klaarblijkelijk een integraal deel werd van het religieuze denken van het volk der Kelten."

MacCana geeft hier geen citaten uit bronnen, zelfs geen enkele grond voor zijn bewering, dat deze gehoornde figuur vanaf het begin een God is, (Dat doen anderen overigens evenmin); louter omdat een bepaalde figuur voorkomt, houdt zeker niet automatisch in, dat het om een god gaat. en, wanneer het om een god gaat, dan is het ook niet automatisch zo, dat de afgebeelde god op een artefact, automatisch vereerd werd door degene, die het artefact maakte. Het kan ook een voorstelling uit een andere cultuur geweest zijn, die de maker juist aanleiding gaf, tot het vervaardigen van zo'n artefact. We hebben gewoonweg niet de mogelijkheid zulke vraagstukken op te lossen.
Maar Mac Cana geeft geen enkele verklaring, hoe deze vage figuur zo'n 'integraal deel van het religieuze denken van de Kelten' werd. En het feit, dat er in de mythologie van de britse eilanden geen gehoornde God voor komt, maakt zulke beweringen toch wel heel twijfelachtig.

Bij de historisch-mythologische speurtocht naar Cernunnos hebben we dus alleen maar enige twijfelachtige referenties in een paar boeken over de Kelten, referenties, waarvoor geen enkele bron, geen enkel ouder bewijs aangedragen wordt.
Blijft de spirituele reconstructie; die is als religieuze grondslag zeker acceptabel, maar niet als historisch-mythologisch bewijs.



3e deel:

Was Cernunnos dan miscchien een lokale keltische God in Galiza?
Veel namen van plaatsen in Galiza zijn afgeleid van de namen van Goden der Kelten. De Naam Galleciae werd gegeven door de Romeinen, nadat ze de Kelten hadden ontmoet. Aanvankelijk werd dat Caelleci gespeld, naar de vereerders van de oude godin Cailleach. De Lir-es, in het westelijk deel van Galiza, het huidige Cap Finisterre,werden op analoge wijze genoemd naar Lir, Brig-antia, de aanbidders van Briga, Lug-ones naar hun God Lug,.... zo zijn er nog talloze voorbeelden.
Er zijn enige aanwijzingen, dat er in Galiza een dicht woud was, waar de aanhangers van de God Cern zouden wonen....En Cern-antes kan etymologisch heel verklaarbaar Cern-unnos geworden zijn.

Terug