Door: KveldulfR Hagan Gundarsson
Nederlandse
vertaling: fred (fred@boudicca.de) 2004.
Toestemming tot vertaling door de auteur verleend
© Het copyright van deze nederlandstalige tekst ligt bij Boudicca's Bard.

De
eerste historisch bekende held van het volk der Germanen, Hermann de Cheruscan, leefde in
het begin van de eerste eeuw na Christus op het moment dat de Romeinen Germanie
dreigde te overspoelen. Ironisch genoeg is hij grotendeels bekend geworden door
de geschriften van de Romeinse historicus Tacitus (Annalen I en II), die
hem "Arminius," noemde, een naam die gewoonlijk wordt gezien als de
gelatiniseerde vorm van Hermann. Hij is vooral bekend als de leider van de slag
van het Teutoberger Wald, die wordt gezien als het keerpunt dat de macht van
Rome over Germanie brak, en hij wordt gezien als de belichaming van Teutoonse
vrijheid. Van hem bestaan vandaag de dag nog twee grote standbeelden – eentje
in het Teutoberger Wald zelf nabij de heilige plaats die de Externsteine wordt
genoemd, en eentje in de Amerikaanse stad New Ulm in de staat Minnesota
(omringd door Hermann Heights Park). Moderne Ásatrúar vieren de negende van
Heiligemaand (september) als de Dag van Herinnering voor Hermann, een toast
uitbrengende op de overwinning die Germanie weerhield van een totale culturele
vernietiging, zoals die welke door de bezette Galliërs werd ondergaan. Het
wordt zelfs door enkele geleerden gesuggereerd dat het verhaal van Siegfried
the Draken-Doder gebaseerd kan zijn op Hermann's overwinning in het Teutoberger
Wald, waarbij op een poëtische manier de drakenstandaard, die soms door het
Romeinse leger gebruikt warden, veranderd werd in een daadwerkelijke Wyrm en de
grote leider van een leger veranderd werd in een enkele vechter, waarbij de
krijgsbuit de schatten moesten voorstellen die op de Romeinen werden veroverd (en
net zoals Siegfried werd Hermann uiteindelijk op zijn knieën gedwongen door
zijn eigen bloedverwanten). Er zit echter veel meer achter de geschiedenis van
Hermann dan de slag van het, en voor Heidenen een nog groter vloed die stroomt
via de Wyrd van zijn overwinningen.
Hoewel
hij een Germaans stamlid was, was Hermann een Romeins burger met de titel van
ridder, een titel waarbij een nogal hoge sociale rang hoorde. Hoe hij in het
bezit kwam van deze titel is niet duidelijk; Hij kan hem geërfd hebben van zijn
vader, of hij kan hem verkregen hebben als onderdeel van de vele delicate en
ingewikkelde onderhandelingen die gevoerd warden tussen Rome en de stammen. Het
was niet ongebruikelijk voor Rome om burgerschap aan te bieden, alsmede andere
vormen van sociale omkoping, bij ‘barbaren’ in de hoop om hun loyaliteit te
winnen en daarbij tevens een sterker bruggenhoofd te verwerven bij de bevolking
of het vertrouwen te ondermijnen dat bestond tussen de stammen en hun
stamhoofden.
"Arminius"
diende verschillende jaren op een fantastische manier in het Romeinse leger. Hij vocht in Thracie, Macedonie,
Armenie en Pannonie. Als het zijn doel was om zich bij Rome in de kijker te
spleen dat heeft hij dat ongetwijfeld bereikt. Maar in het jaar 9 nC (mogelijk
nadat hij bericht had gekregen van zijn vaders dood, maar dat is verder
onzeker) verliet hij plotseling het Romeinse leger, ging terug naar zijn eigen
volk en begon direct voorbereidingen te treffen voor de grote opstand van Germanie.
In een ongelooflijk vertoon van politieke vaardigheid, in een tijd dat iedere
stam tegen iedere andere stam gekeerd was, en de Cheruscans onderling ook nog
eens verdeeld waren, was Hermann is staat om een aantal stammen te verenigen en
om zijn volledige kennis van de Romeinse manier van oorlogvoeren te gebruiken
om hen op die manier te organiseren en hen gereed te maken voor de overwinning.
Hij was echter niet zonder tegenstanders. Zijn plannen werden verraden aan de Romeinse
commandant, Varus, door zijn eigen schoonvader Segestes. Maar, omdat Varus,
Hermann voor langere tijd in zijn eigen leger had gekend als waardige onderschikte,
was hij op dat moment niet in staat om te accepteren dat een succesvolle
Romeinse officier van nobele rang zijn ‘plaats’ zou opgeven om een ‘barbaarse’
stam zou gaan aanvoeren, of dat Hermann zich tegen zijn eigen commandant zou
keren.
De
Germanen vielen de Romeinen in September 9 nC aan toen de legioenen door het Teutoberger
Wald marcheerden. Ze gebruikten een combinatie van hun natuurlijke manier van
vechten in zwaar bebost terrein, gecombineerd met de militaire vaardigheden die
Hermann had aangeleerd gedurende zijn lange leerperiode bij de vijand. De drie
Romeinse legioen werden compleet in de pan gehakt. Varus pleegde zelfmoord.
Niet
alleen werd deze slag gezegend door Wodan, de slag was ook in zijn naam
uitgevoerd: Tacitus beschrijft hoe ‘in de nabijgelegen open plekken in het bos
bevonden zich heidense altaren waarop (de Germanen) de tribunes en belangrijke
centurions slachtten" en noemt ook het gebruik van galgen om zich te
ontdoen van Romeinse gevangenen. Het was, zoals Tacitus verderop noemt (Annalen
13, ch 57.), de wijze waarop de Germaanse volkeren de hulp van hun Goden
inriepen bij het gevecht om de tegenstanders als een offerande te geven zodat
zowel degenen die in de slag waren gebleven en zij die naderhand gevangen
waren genomen en gedood, gezien werden als een gift aan de Goden. In latere
Noorse bronnen wordt de vorm van offeren specifiek toegeschreven aan Odinn ten
behoeve van de overwinning.
De
slag van het Teutoberger Wald verjoeg de Romeinen effectief uit Germanie,
voorbij de Rijn. Maar Hermann's werk was nog lang niet gereed. Zijn belangrijkste tegenstrever
was nog steeds de verraderlijke Segestes. Over beide mannen
schreef Tacitus ironisch, "De vijand (de Cheruscan-stam) raakte verdeeld
tussen Arminius en Segestes: beide beroemde namen, de ene omdat hij verraad
pleegde naar ons toe en de ander omdat hij te goeder trouw was." We kunnen
het net zo goed omdraaien als we het van de andere kant bekijken. De strijd om het
leiderschap van de stam eindige toen een enorme strijdmacht aan Romeinen (vier
legioenen en tienduizend hulpkrachten, volgens Tacitus) aangevoerd door
"Germanicus" de Chatti overvielen. Ze slachtten de ouderen en de
vrouwen van die stam onmiddellijk af en verspreidden die mannen, die nog in
staat waren een zwaard op te pakken en de slag overleefd hadden. Op dat
ogenblik verloren alle argumenten, die Segestes kon aanvoeren om vrede te
sluiten met de Romeinen, onmiddellijk hun zeggingskracht, en de Cheruscans keerden
zich tegen hem. Hij liet iemand naar Germanicus gaan om hulp te vragen;
Germanicus kwam terug en redde hem, intussen de zwangere vrouw van Hermann tegen
haar wil ontvoerend (het kind werd in Rome geboren als gegijzelde en schijnbaar
slecht behandeld; hij stierf jong). Door deze gebeurtenis was Hermann meer
gebrand op oorlog dan ooit. Hermann Hij bracht zijn volk op de been om oorlog
te voeren, zeggend, volgens Tacitus, dat “in de bosschages van Germanie nog
steeds de Romeinse standaarden waren te zien die hij daarin had opgehangen ter
ere van de Goden van hun voorvaderen...een feit dat de Romeinen nimmer konden
voldoende goedkeuren, dat hun ogen de Staven, de Bijlen, en de Toga tussen de
Elbe en de Rijn hadden aanschouwd. Ander naties, onbekend met de overheersing
van Rome, hadden nooit hun afstraffingen gevoeld, noch hun belastingen hoeven
te betalen...Als zij hun land, hun ouders, hun oude gebruiken, lief hadden,
meer nog dan de despoten en de nieuwe koloniën, laat hen dan Armenius volgen op
weg naar glorie en vrijheid, in plaats van Segestes te volgen naar schaamte en
slavernij!" Tacitus meldt hierbij ook dat zijn smeekbede niet alleen de
Cheruscans beroerde, maar ook de nabijgelegen stammen, en het bracht de
aanvoerder Inguiomerus (die eerder op goede voet met de Romeinen stond) ertoe
om de zijde van Hermann te kiezen. Germanicus was gedwongen zich terug te trekken.
Zijn
onderbevelhebber, Caecina, met een leger dat vrijwel net zo groot was als dat
van Germanicus, werd aangevallen en bijna geheel in de pan gehakt, maar ze
wisten op het laatste moment een uitweg te vinden en worstelden zich een weg
over de Rijn.
Germanicus
en Hermann ontmoetten elkaar opnieuw bij de slag van Idisiaviso. De Romeinen
wonnen deze keer de slag, maar terwijl de over de Noordzee terug zeilden, werd
de meerderheid van de troepen van Germanicus vernietigd tijdens een storm, die
Tacitus beschreef in niet mis te verstane termen: "de hele hemel, de hele
oceaan verenigden zich in de macht de van de zuidenwind, die, kracht winnend
van de doorweekte gronden van Germanie, de diepe rivieren, de eindeloze
wolkenmassa’s, met zijn grimmigheid versterkt door de rivieren van het
aanliggende noorden, greep en verspreidde de schepen..." De galei van Germanicus
landde alleen op de Chauciaanse kust, terwijl een groot deel van de vloot
gewoon verdwenen was. Hier kunnen we Goden aan het werk zien; toen hun zonen
hadden gevochten en waren gevallen terwijl ze hun uiterste beste deden, zorgden
de hogere machten--Donar, Wodan en Tui – voor een opstekende storm om hun
vijanden te vernietigen.
Na
zijn vele veldslagen kon Hermann nog steeds niet in vrede leven, al overleefde
hij Germanicus. Hij werd aangevallen en gedood door zijn eigen familieleden in
het jaar 21 nC. Zijn grafschrift werd met schoorvoetende bewondering door de
Romeinse geschiedschrijver in de laatste paragraaf van Annalen II gegeven:
"Ongetwijfeld
de bevrijder van Germania; een man die niet, in zijn jeugd, zoals kapiteins en
koningen voor hem deden, maar op het hoogtepunt van zijn leiderschap de
uitdaging voor de voeten van de Romeinse natie wierp, in zijn gevechten met
tweeslachtige resultaten, in oorlog zonder nederlaag; hij volbracht zevenendertig
jaren van zijn leven, twaalf daarvan aan de macht, en wordt tot op deze dag
bezongen in stamliederen, alhoewel hij een totale onbekende is bij de Griekse
geschiedschrijvers, maar ja, die bewonderen slechts de glorie van Griekenland, en
hij ontvangt van onszelf minder dan waar hij recht op heeft, want Rome
bewondert de tijden van weleer en letten te weinig op de tijd van nu."
De
echte waarde van de erfenis van Hermann wordt echter pas duidelijk wanneer we
zien wat er enkele honderden jaren later gebeurde, toen de beweging die hij in
gang had gezet in de andere richting vloeide en de Germaanse volkeren de
wateren van de Rijn en het Kanaal overstaken om zich te vestigen in de
voormalige Romeinse gebieden. Bezet Gallie en bezet Brittannië waren ondertussen
al behoorlijk gekerstend toen de stammen daar naartoe trokken in de vijfde eeuw
nC. De Welse historicus Gildas, bijvoorbeeld, jammerde later dat de Heidense Angelsaksen
de straf van God waren om de Christenen van Brittannië te straffen voor hun
zonden; maar de positie van de binnenvallende Saksen was zo sterk dat het Welse
Christendom maar weinig effect op hun kreeg. In Gallie waren de zaken echter geheel anders.
Als
gevolg van de aard van hun vestiging – niet een simpele verovering zoals in Brittannië,
maar meer een proces van zorgvuldige integratie, die weer het gevolg was van de
wens van de Germaanse leiders om de grootschalige autoriteit te krijgen zoals
de Romeinen hadden gehad in plaats van simpelweg het land in te pikken en zich
daarop te gaan vestigen – ontdekten de Germaanse stammen die Gallie
binnentrokken het handiger om zich maar tot het Christendom te gaan bekeren. Dit,
meer nog dan wat dan ook, laat ons zien hoe diep de geestelijke overheersing
van Gallie door de Romeinen was geweest; het was een land geworden waarin
Heidense leiders, zelfs in een positie van kracht en macht als de effectieve
heerser van het land, het makkelijker vonden om zich te bekeren dan om vast te
houden aan hun oude volksgebruiken. Had Hermann gefaald in zijn strijd tegen
Rome dan zou Germanie veroverd zijn; onze Goden zouden dan nog voor een paar
eeuwen als locale reflecties van de Romeinse Goden herinnerd worden en daarna,
allang verzwakt, totaal vergeten zijn gedurende de opbouw en ombouw van het
Rijk. In het kort gezegd zouden de zaken in Germanie precies zo zijn gegaan als
ze in – het eens Keltische -Gallie waren gebeurd. In plaats daarvan overleefde
het Heidendom als een actieve, levende religie in Germanie totdat Karel de
Massamoordenaar’s (Charlemagne/Karel de Grote) oorlog van vernietiging tegen de
Saksen in het laatste deel van de achtste eeuw. De wortels van deze oorlog
lagen in de politiek gemotiveerde bekering van de Gallische Frank Clovis aan
het begin van de zesde eeuw. Juist door de overwinningen van Hermann werd de
cultuur, gevormd door onze Goden en Godinnen en hoewel uiteindelijk overgenomen
door het Christendom, nooit zo misvormd geweest dat we de herinneringen van
onze heilige voorvaderen zijn vergeten. Zij blijven voortleven in onze
volksgeloven en feestgebruiken; de taal van de Noordse volkeren is niet
verloren geraakt op het grondgebied van Germanie; en, door hem te blijven
herinneren, hebben de Germanen altijd hun eigen plaats in de geschiedenis
geweten, niet als een inferieur aanhangsel aan de Klassieke/Christelijke wereld
rond de Middellandse Zee, maar veel meer als vrij van het Rijk met aan de bron
daarvan een religie die onder de mantel van Rome vandaan wist te kruipen.