|
De plaats van de braam wordt in het bomenalfabet van Robert Graves ingenomen door de wijnrank (vine). De vine is namelijk niet inheems maar zou door de Kelten ingevoerd zijn in Engeland. De vruchten zijn ongeveer tegelijkertijd met die van de braam rijp, maar in onze streken is de wijnrank nieti nheems. Zo moeilijk het is hier een vruchtendragende wijnrank te kweken, zo goed voelt de braam zich hier thuis. In Nederland en België vind je de braam zeer algemeen in het wild. Het is een avonturier die groeit op afvalplaatsen, op braakliggende terreinen en lang (spoor)wegen. Een wilde braamstruik vormt een welhaast ondoordringbare barrière. Degene die de vruchten zoekt zal bereid moeten zijn, zijn stekels te weerstaan. De braam is een heestergeslacht uit de familie van de roosachtigen. De takken kruipen en gaan de lucht in, alsof ze niet kunnen kiezen tussen hemel en aarde. Vooral de jonge takken zijn bedekt met gemene stekels. De bloemen
zijn wit en tonen verwantschap met de (wilde) roos. Ze groeien aan de 2 jarige
stengels, waarna de vruchten komen, een verzameling kleine steenvruchten
(d.w.z. vruchtvlees rond 1 pit) op de kegelvormige bloembodem. De vruchten zijn
eerst groen, dan rood, tenslotte diepzwart. Er zijn verschillende soorten,
zoals de dauwbraam in de duinen. Ook de framboos, die geen stekels heeft, is
een braamsoort.
Bladeren en vruchten. Suikers, appelzuur, ascorbinezuur, oxaalzuur, looistoffen
Algemeen: samentrekkend, bloedzuiverend, bloedsuikerverhogend. De bladeren, geoogst tussen mei en augustus, zijn zeer heilzaam als thee of gorgeldrank. Ze hebben een samentrekkende werking op huid en slijmvliezen. Aandoeningen zoals diarree, maagstoornissen, dysenterie, witte vloed, keelpijn, aphten, gezwollen tandvlees en ontstekking van de amandelen zijn gebaat bij een aftreksel van de (langzaam) gedroogde bladeren. Thee: 2
flinke eetlepels blad in 1/4 l kokend water, 15 minuten laten trekken en dan
afzeven. Citroen en/of honing toevoegen, als gorgeldrank zonder deze
toevoegingen. Enige recepten die Gardenstone vermeld: Angina Heesheid Huidzweer Tandvleesontsteking Diarree
De stengels waren een veel gebruikte leverancier voor bindmiddel van bezems en manden. De takken worden zo lang mogelijk afgeknipt en in water geweekt. De buitenhuid met stekels wordt er afgeschraapt en dan in de lengte gespleten, in 2 of 4 stukken. De merg wordt er uit geschrapt en de vezels worden op maat gesneden. Ook geschikt om mee te verven. De
vruchten zijn uitermate geschikt voor tal van recepten, zoals jams, siroop,
sappen enz., en, dan komen we zo langzamerhand bij de meer spirituele kant van
de braam, voor wijn. De associaties met de godin in haar vreugde, opwinding en
woede, de 3 voudige muze, de uitdaagster van de dichter, de godin van de
donkenschap.
De braam doet zijn intrede bij de herfstequinox, Mabon. Voor de Kelten markeerde de braam de balans tussen het mondaine, wereldse en het bovennatuurlijke, tussen leven en dood. Er zou zelfs een taboe heersen op het eten van de vruchten, die zijn namelijk voor de faeries. Graves beweert dat de vrucht op Mallorca als giftig te boek staat. Recent was hier in Nederland de waarschuwing geen brame te eten omdat er mogelijk een hondsdolle vos opgepiest heeft. Hij markeert de laatste fase van de tocht van de god naar Caer Arianrhod, waar de godin op hem wacht. Maar hoe moet hij daarkomen. Hij stuit op een wal van braam, stugge, stekelige braamtakken, voor hem, maar nu ook links, rechts en achter hem. Hij probeert erdoorheen te gaan, maar het lukt niet. Tenslotte geeft hij het op en gaat zitten op het laatste stukje groen. "Ik geef het op, laat me dan hier maar sterven." Dan valt zijn blik op de vrucht van de braam, werktuigelijk pakt hij hem en stopt hem in zijn mond. Het sap stroomt door hem heen, de pitjes maken iets in hem wakker. Hij volet opeens een nieuwe kracht, dit is niet zijn einde. Hij moet verder. Van hem hangt het af of de aarde weer bevrucht wordt. Hij voelt zich sterker worden en wordt zich bewust van een helder lichtpunt van binnen. De Brandende Braamstruik in Exodus In Ex. 3:2-5 staat: "Daar verscheen hem de Engel des Heren als een vuurvlam midden uit een braamstruik. Hij keek toe, en zie, de struik stond in brand, maar werd niet verteerd. Mozes dacht: Laat ik kijken waarom de braamstruik niet verbrandt. Toen riep God hem uit de braamstruik toe: Kom niet dichterbij, want de plaats waarop je staat is heilige grond. Toen verborg Mozes zijn gelaat, want hij vreesde God te aanschouwen." Volgens de Ufologen een duidelijk voorbeeld van het voorkomen van Ufo's in de bijbel: Hier lijken de Engel en God een en dezelfde persoon te zijn. Mozes mocht niet dichterbij komen omdat dat gevaarlijk was. Hier was namelijk een materialisatie aan de gang (of teleportatie). Het lichtverschijnsel kon Mozes alleen verklaren als vuurvlam. Het valt aan te nemen dat Mozes nooit eerder elektrisch licht heeft gezien.
|