|

Aleister Crowley
De man, zijn leven en
zijn werk
GardenStone
©Copyright GardenStone, 1998.
Dit artikel is een deel van een lezing door GardenStone over Aleister Crowley.
Om het aan het begin drect maar
even duidelijk te stellen, deze informatie leert niet hoe je een magier wordt, er
worden geen verhandelingen over theorie en praktijk der magie gegeven. Dat was ook
niet de bedoeling. Er circuleren veel uitspraken, meningen en beweringen rondom de
persoon Aleister Crowley. Helaas berusten die doorgaans niet op juiste informatie.
De bedoeling van dit artikel is slechts om wat licht te werpen op de mens Crowley
en zijn doen en laten.
Bij zoiets moet voor een beter begrip zeer zeker de tijd, de politieke en culturele
constellatie meegenomen worden, waarin AC leefde.
Dit artikel is mede bedoeld als aansporing tot het ontplooien van enig eigen initiatief
om meer informatie te zoeken;
- over de geschiedenis en de ontwikkeling van het occultisme
in Europa, daarvoor is aan het einde een kleine literatuur aanbeveling opgenomen,
- of over de magie van Crowley; daarvoor moet men toch minstens de desbetreffende
basiswerken grondig lezen.
Omdat er heel veel over Crowley valt te vertellen, is hier een beperkte selectie
gemaakt, die de persoonlijke keuze van de auteur is.
In 1875 stichtte de russin Helena
Petrovna Blavatsky (HPB) in New York het "Theosofische Genootschap". Theosofie
betekent "leer van het goddelijke / van God", en daarom ging het HPB ook;
ze wilde voor de mensheid de toegang naar dat "goddelijke" mogelijk maken.
De tijd daarvoor was rijp: sinds enige tientallen jaren had het spiritisme zich
over Europa en de USA verbreid en daardoor was de interesse aan occulte dingen weer
ontwaakt.
En ook de franse magiër en kabbalist Eliphas Levi had tevoren, als een der
initiatiefnemers tot de opleving van de magie, tot deze interesse bijgedragen.
In datzelfde jaar van de oprichting van het TG, 1875 dus, overlijdt Levi.
Het jaar 1875 bracht nog meer:
De engelse magiër Edward
Alexander Crowley, die later bekend werd als Aleister Crowley, werd geboren;
de amerikaan Randolph, pionier in de westerse seksuele magie, laat van zich spreken,
doordat hij bewust op spectaculaire wijze zich het leven neemt;
Rudolf Glauer wordt geboren, de man die later als Freiherr von Sebottendorf het
"Thule Genootschap" leidt en als wegbereider voor de NSDAP (het nazisme)
bekend wordt.
Kort daarna wordt in Engeland de "SRIA" opgericht, de Societas Rosicruciana
In Anglia, geinspireerd door meerdere soortgelijke orden, die kort tevoren in Frankrijk ontstonden, dit
vooral onder invloed van de publicaties van Eliphas Levi.
Maar met de oprichting van het
TG begint het wereldwijd pas goed; een reusachtige esoterische golf overspoelt de
hele westelijke wereld. Veel begrippen uit de esoterie en de magie, die vandaag
heel normaal zijn, werden door het TG aan het grote publiek gegeven; fragmenten
van culturen en religies uit het verre oosten doen hun intrede in het westelijke
occultisme, invloeden die nog steeds bestaan:
Door HPB zijn begrippen als b.v.
yoga, tantra, karma en reincarnatie in Europa gemeengoed geworden.
Juist die ontwikkeling was veel
occultisten een doorn in het oog; de "verlichte kennis" zou voorbehouden
moeten worden aan diegenen, die daarmee ook goed konden omgaan; ze stelden, dat
magische praktijken in handen van leken en onverantwoordelijke mensen grote schade
kan aanrichten. Daarom ging aan het einde van de 19e eeuw de elitaire leus door
de wereld: "Occulte kennis moet geheime kennis zijn."
En daarmee werd het startschot gegeven voor een echte wildgroei aan geheime orden,
geheime bonden, inwijdingstempels, gesloten broederschappen, en dergelijke.
Uit het TG ontstonden veel nieuwe richtingen der magie, mystiek en filosofie, zoals
b.v. de Antroposofie van Rudolf Steiner, die nog steeds in de zgn. "vrije scholen"
terug te vinden is.
Na de dood van Blavatsky waren
er heel veel geïnteresseerden die de achtergebleven 'esoterische koek' wilden
verdelen. Daarom wilden de nieuwe, elitaire occultisten er juist niets mee te maken
hebben, omdat, zoals zojuist opgemerkt werd, ze niet wilden dat de 'verlichte kennis'
aan iedereen ter beschikking gesteld werd. Naar het oude en werkzame principe stichtten
ze iets "nieuws". En inderdaad, hun geheime occulte kennis bleef geheim,
niet echter hun verbale oorlogen, die tussen de verschillende stromingen ontbrandden.
En wanneer binnen een orde de meningen uit elkaar gingen, kwam het tot scheuringen,
die tot het stichten van weer nieuwe orden leidden.
De Rozenkruizers en de vrijmetselaars kregen in die tijd veel nieuwe leden. Voor
veel mensen was het niet voldoende, om slechts lid van één groepering
te zijn, vaak waren dezelfde personen dan ook in meerdere organisaties aan te treffen,
ja, het was zelfs vaak een goede aanbeveling voor de opname in een orde, wanneer
men b.v. al meerde graden van de vrijmetselaars bezat.
Onder andere vanuit hun kritiek
op de vrijgave van esoterische kennis, en onder invloed van de intrede van vrouwen
in occulte kringen, werd in 1889 in Engeland de later zo bekend gewordene "hermetic
Order of the Golden Dawn" opgericht. Men kan echter gerust stellen, dat ook
deze orde uit het Theosofische Genootschap voortgekomen is.
Veel van de geheime genootschappen
uit die tijd hielden hun kennis zo geheim, dat er niets van overbleef dan de naam,
en zelfs veel namen van zulke orden zijn verdwenen. Met de "Golden Dawn"
ging het anders. Ondanks de eed tot geheimhouding publiceerde een van de ( niet
eens zo hoog in rang staande) leden, Israel Regardie, in 1937 het bijna totaal aan
geheime kennis van de orde. Hij had daarbij geheime hulp van een, lang onbekend gebleven
en
hoog in rang staand, medelid. Deze publicatie is ook vandaag nog een van meest vooraanstaande
grondleggende werken der magie in de 20e eeuw.
Heel veel kennis uit de uiteenlopendste richtingen der esoterie en occultisme werd
door de leden van de Golden Dawn verzameld, en, en dat is eigenlijk het belangrijkste,
ondergebracht in een sluitend en samenhangend magisch-occult systeem. Daarmee was
een tot dan uniek leerplan voor esoterische kennis geschapen. Zo zijn b.v. kennis
van astrologie, van tarot, van kabbala, van alchemie, van vrijmetselarij, van rozenkruizers
en van christelijke magie in dat magische systeem van de Golden Dawn terug te vinden.
Met de oprichting van de GD was de tijd van hoofdzakelijk theoretiseren en incidentele
rituelen voorbij; theoretische kennis bleef nog steeds uitermate belangrijk, maar
de nadruk kwam op praktische rituelen te liggen. En juist deze magische riten trokken
nieuwe leden aan, zoals een magneet het ijzer, o.a. ook beroemdheden zoals de dichter
en nobelprijsdrager William Butler Yeats en de auteur Arthur Edward Waite, aan wie
we het Rider-Waite tarot te danken hebben.
In die tijd van levendige oprichtingen
en sluitingen van ordes, tempels of broederschappen van uiteenlopende aard, stichtte
de oostenrijker Karl Kellner in 1895 de orde der oostelijke tempelieren, de "Ordo
Templis Orientis", afgekort tot O.T.O. , en ook zij werkten, zoals zoveel andere
orden, hoofdzakelijk in het geheim. Deze O.T.O. onderscheidde zich van de vele andere
orden, doordat men zich, niet alleen, maar ook theoretisch en praktisch met seksuele
magie bezighield. Sexsueelmagische praktijken waren niet nieuw, men kende ze b.v.
al uit leringen uit het verre oosten en uit het oude Griekenland en Rome. Maar in
Europa, waar de onderdrukking van alles wat met sexualiteit te doen had, tot de
gangbare cultuur behoorde, was dit aspect van de O.T.O. iets nieuws en gewaagds.
Bij de seksuele magie gaat het
om het magisch gebruiken van de krachten van het libido die bij seksuele opwinding
vrijkomen. Dit als alternatief voor de magische energie, die opgewekt wordt
door b.v.:
-
m.b.v. extasetechnieken,
waarbij drugs gebruikt worden ,
- door
extreme lichamelijke uitputting of langdurig vasten.
De
energie, die op het hoogtepunt van de seksuele activiteit vrijkomt, wordt in een
tevoren gevisualiseerd doel geladen, zodat dit doel zich verwerkelijken kan.
Hiervoor wendde de O.T.O. niet
alleen maar technieken uit het verre oosten aan, b.v. die uit de tantra, maar ook
gebruikte ook westelijke bronnen, zoals het boek Magia Sexualis van de amerikaan
Pascal Randolph.
Ook deze orde was hoogstwaarschijnlijk in de vergetelheid geraakt, wanneer deze
niet op een later tijdstip door Aleister Crowley overgenomen werd.
En daarmee zijn we weer bij Aleister
Crowley aangekomen, en nu is dan het moment gekomen, om iets over de mens Crowley
te zeggen.
Op 12 oktober 1875 werd Edward
Alexander (later dus Aleister) Crowley geboren in Leamington, Warwickshire, Engeland.
AC's vader was, behalve een succesvolle bierbrouwer, ook geheelonthouder, en trok
als lekenprediker door het land. Volgens uitlatingen van AC was zijn moeder een
van de scheinheiligste en blind gelovigste mensen die hij ooit ontmoette. AC's latere
antichristelijke uitingen zullen waarschijnlijk wel in verband staan met deze jeugdervaringen
en de christelijke bekrompenheid thuis, wat echter niet als excuus opgevat dient
te worden voor latere aspecten van zijn gedrag.
AC was wel net zo'n akelig ventje zoals zo veel andere kleine jongetjes dat kunnen zijn;
zo zou hij b.v. een poes tot de dood toe gekweld hebben, alleen maar om te ontdekken,
of het dier ook werkelijk negen levens had. Een zelfgemaakt vuurwerk had hem ook
bijna zijn nog jnge leven gekost. Zijn moeder moet hem eens in een woedeaanval uitgescholden
hebben als het "Grote Beest". (Dit stamt uit de bijbel, uit de Johannes
Apokalypse, waar ook het getal voor dit 'dier', 666, vandaan komt). Misschien is
dat de verklaring voor zijn latere geestdrift, wanneer hij zichzelf ook werkelijk
zo begint te noemen; hij gebruikt daarvoor de oudgriekse vorm: "To Mega Therion".
In 1892 komt AC op een school,
waar homoseksualiteit geen uitzondering was; het bleek, dat zijn kamergenoot zichzelf
aan andere jongens tegen geld voor seksuele genoegens verkocht. AC liet zich daarom
naar een andere school overplaatsen, waar hij na korte tijd een gonorrhoe (druiper)
opliep. Tevoren al was hij op 16 jarige leeftijd door het dienstmeisje thuis in
de seksuele genoegens ingewijd.
In 1896 kreeg hij in een hotel
in Stockholm een ekstatische ervaring, een spontane ervaring van inzicht in de vele
wonderbare mogelijkheden des levens. Die ervaring bracht hem ertoe, naar wegen te
zoeken om die mogelijkheden te verwerkelijken. Dat leidde er toe, dat hij twee jaar
later, na een ontmoeting met George Cecil Jones, het pad van de magische verlichting
betreedt, en dit zal hem zijn verdere leven bezighouden. Deze G.C. Jones was een
lid van de hermetische orde der Golden Dawn.
Na zijn schooltijd begint AC,
eerst aan het Trinity college, daarna aan de universiteit van Cambridge, gedichten
en korte teksten proza te schrijven.
Wanneer zijn vader overlijdt,
komt AC al vroeg in zijn leven aan veel geld. en hij laat dat ook rijkelijk stromen.
In 1898 ook werd Crowley lid van
de Golden Dawn, en, deels omdat hij een gunsteling van de voorzitter, MacGregor-Mathers
en van een der belangrijkste leden, Allan Bennett was, steeg hij snel op de hiërarchische
ladder van de orde. Omdat andere leden juist helemaal niet weg waren van Crowley,
dreigde een scheuring. Nadat AC in 1900 de vereiste studies van de GD voltooid had,
weigerden de leiders van de londense loge van de O.T.O. hem de daarbij behorende
graad toe te kennen, en daarom voltrok het hoofd van de Orde, MacGregor Mathers in eigen persoon
korte tijd later in Parijd die ceremonie, en AC kreeg de graad van Adeptus Minor.
Dat leidde tot een grote ruzie; verschillende leden verlieten de orde, en er werden
zelfs astrale aanvallen op Crowley en op Mathers uitgevoerd. Het geheel escaleerde
zelfs zodanig, dat tenslotte de politie moest ingrijpen.
AC bleef weliswaar in de Golden
Dawn, had echter genoeg van alle ruzies, en begon in de wereld rond te reizen. In
deze jaren bezoekt hij Mexico, Egypte, India en Ceylon. In Egypte, dat hij met zijn
eerste vrouw, Rose Kelly bezoekt, vindt de wel belangrijkste gebeurtenis in zijn
leven plaats; im maart 1904 zoekt de opgestegene entiteit Aiwass kontakt met hem,
AC ziet Aiwass later als zijn beschermengel, en in een drie dagen durende zitting
dicteert Aiwass hem een lange tekst. Deze tekst was "The Book of the Law",
(het boek der wet), vaak wordt de latijnse naam "Liber Al Vel Legis"
ervoor gebruikt. Dit boek is een profetie;
de tijd van Horus wordt geprofeteerd, het gekroonde en alles veroverende kind, en
daarmee zal voor de mensheid een nieuw tijdperk beginnen. Basisprincipe's van deze
leer zijn:
- Do What Thou Wilt Shall Be The
Whole Of The Law. (Doe wat je wilt, zal de hele wet zijn). Deze zinsnede wordt vaak
verkeerd opgevat als een legitimering voor excessief en antisociaal gedrag. De werkelijke
betekenis is echter, dat men de eigen "Ware Wil" moet ontdekken.
De twee andere hoofdprincipe's zijn:
- Love Is The Law, Love Under
Will. (Liefde is de wet, liefde onder de Wil), en
- Every Man And Every Woman Is
A Star. (Elke man en elke vrouw is een ster).
Zoals dat bij zovele religies,
en het gaat hier om een religie, waarbij op exclusiviteit aanspraak wordt gemaakt,
gold het hier ook, dat andere religies fout zijn, en hun aanhangers uitgeroeid moeten
worden. Hoewel het "Boek der Wet" op veel plaatsen cryptisch is, wordt
juist over dit aspect klare wijn geschonken.
Op een reis door China met vrouw
en kind probeert hij, als inmiddels ervaren bergbeklimmer, tevergeefs de reusachtige
berg Kangchenjunga te bedwingen, en bezoekt dan zonder zijn gezin Canada en de USA.
Terug in Engeland verneemt hij, dat zijn dochter in Rangoon aan tyfus overleden
is.
In 1909 laat hij zich van zijn vrouw scheiden, omdat die inmiddels verslaafd geraakt
is aan alcohol. Enige jaren later huwt hij zijn "scarlet woman" Lea Hirsig.
(Zie: Liber Al). Als zijn dochter uit dit huwelijk ook sterft, is AC enige tijd volkomen
van de kaart. Het is waarschijnlijk, dat dit voor hem mede een reden was, om zich
in deze moeilijke tijd te bevrijden van een drugsverslaving. Dit lukt hem ook.
In 1906 / 1907 sticht AC een eigen magische ode, de A.A., hetgeen staat voor Argentum
Astrum (Zilveren Ster). Vaak wordt dit ook geschreven als Astron Argon, Aster Argos
- eenvoudig "Zilveren Ster" in het latijn en grieks.
Door middel van deze orde probeert
Crowley zijn ideaal van een individualistische levenswijze voor ingewijden te realiseren.
Veel van de later gestichtte ordes
en tempels van magische scholen gebruiken het door Crowley voor de A.A. ontwikkelde
graden-systeem en zijn magisch curriculum. In zijn boek "Magie in theorie en
praktijk" presenteert Crowley in heldere taal de leerinhouden van de A.A.
Na enige tijd begint hij het officiële
orgaan van de A.A. uit te geven, het omvangrijke halfjaarlijkse tijdschrift "The
Equinox". Het tijdschrift dankt zijn naam aan z'n verschijningsdatum, de voor-
en najaarsevenen. Het grootste deel van de artikelen in deze tijdschriften werd
door Crowley zelf geschreven.
Teruggrijpend, na zijn scheiding in 1909 van Rose Kelly voelt AC zich tot aan
zijn tweede
huwelijk, vrij voor de wereld der vrouwen en drugs, en in die tijd schrijft hij
weer veel poëzie en wordt weer heel actief in de magie.
In 1912 kwam Crowley in kontakt
met der leider van de Ordo Templis Orientis, (O.T.O.). Het begint ermee, dat hij
ervan wordt beschuldigd geheimen van deze orde over de seksuele magie in een van
z'n boeken gepubliceerd te hebben, maar nadat dit misverstand uit de weg was geruimd,
wordt hij korte tijd later het hoofd van de engelse afdeling van de O.T.O.
Tijdens de eerste wereldoorlog
bevond AC zich in de USA, en schreef daar enige publicaties, die in zijn vaderland,
Engeland, als pro duits opgevat werden, en dat veroorzaakte, dat de slechte reputatie,
die hij toch al had in de pers, nog slechter werd.
In 1920 sticht Crowley in Sicilië
zijn later zo bekend geworden abdij van Thelema. (Thelema is grieks en betekent
"Wil"). Hier wilde hij met zijn volgelingen leven volgens de wetten van
Liber Al, in liefde en vrijheid. Maar na drie jaar al, wanneer in Italië het
Mussolini regime aan de macht komt, en de abdij door de overheid wordt verboden,
moet dit experiment beëindigd worden, en Crowley wordt het land uitgewezen.
In de engelse pers was de abdij
regelmatig gespreksthema, en er werd geschreven, dat er erge zwartmagische rituelen
plaats zouden vinden.
Werkelijk deskundige informatie kreeg de publiciteit niet, en heel waarschijnlijk
juist daarom werden de verhalen in de pers steeds erger.
Behalve die tegenstanders had
AC ook aanhangers, die zich later Thelemieten noemden, en ook nu nog bestaan die
groeperingen overal in Europa, de USA, Canada en Australië. De huidige Thelemieten
benadrukken, dat ze geen Crowleyanen genoemd willen worden; die zijn er ook, en
die menen, dat Crowley's aanwijzingen stipt gevolgd dienen te worden, terwijl de
Thelemieten Crowley's leringen uitbouwden, ze verder ontwikkelden.
Sinds 1922 was Crowley ook het
algemeen hoofd van de hele internationale O.T.O. geworden, en hij had het er lange
tijd druk mee steeds dieper in de geheimen van de magie door te dringen en daarbij
ook praktische ervaringen te verzamelen.
Op grond van deze theoretische en praktische studies schreef Crowley veel boeken.
Over astrologie, tarot, I Ching, kabbala, numerologie, sufisme, seksuele magie en
andere thema's publiceerde hij fundamentele inzichten. Vandaag wordt als zijn belangrijkste
werk het uit vier delen bestaande "Boek Vier: Magick" beschouwd, dat bestaat
uit: deel 1; "Mystiek", deel 2; "Magie", deel 3; "Magie
in theorie en praktijk" en deel 4; "Liber Al Vel Legis".
Deel 1 leidt de lezer door de verschillende stadia der meditatie, die de basis vormen
voor Crowley's opvattingen over magie. Crowley steunt daarbij op de weg van de achtvoudige
yoga. Daarmee behoort hij tot een van de eerste Europeanen, die een integratie van
de oostelijke yoga met de westelijke magie op praktisch niveau biedt.
In deel 2 voert Crowley zijn lezers door het geheel van de symbolen van de ceremoniële
magie; tempel, kring, altaar, staf, kelk, zwaard en nog veel meer attributen van
de ceremoniële magie worden m.b.t. vervaardiging, doel en betekenis uitvoerig
verklaard.
In deel 3 verklaart Crowley zijn opvatting van magie, en geeft, behalve theorie,
ook veel praktische aanwijzingen. Hij geeft b.v. duidelijke uitleg over de principe's
van het ritueel, over formules voor elementele wapens, over tetragrammaton, Albim,
IOA, Abrahadabra, over het belang van het zwijgen, van bepaalde gebaren, van de
eed, en over nog veel meer aspecten van de magie
De mens Crowley genoot enerzijds
de publiciteit, en had zijn gedrag daar ook duidelijk bij aangepast, om ook steeds
opnieuw in de kranten te kunnen komen, hij had de reputatie duivels te zijn, en
als de meest verdorven mens op de aarde te gelden, hij had echter te laat bemerkt,
dat hij dit grotendeels zelf opgebouwde image nicht meer kon beheersen en was daardoor
niet in staat ervan afstand te nemen toen het hem niet meer beviel en het lastig
werd.
Hij overlijdt in december 1947 in het engelse Brighton, en wanneer op zijn begrafenis
vier dagen later, overeenkomstig zijn laatste wens, teksten uit zijn boeken gelezen
worden, gaat nog een laatste golf van verontwaardiging door de engelse pers.
Gerald Yorke, iemand die Crowley vele jaren lang uit directe nabijheid gadesloeg
en zijn werken verzamelde, schreef over hem: "Was Crowley ook was, een sjarlatan
was hij niet. Hij geloofde, hij werkte, hij leed en hij had werkelijk Macht."
Het lukte hem niet om de religie Thelema tijdens zijn leven wereldwijd te verbreiden,
voor wie echter de aard van deze religie kent, zal dat niet verwonderlijk zijn.
De christelijke wereld destijds zag AC als een representant van de duivel, en onwetenden
denken dat vandaag aan de dag nog steeds. Crowley had zich bij verschillende gelegenheden
anti-christelijk geuit, ook om zijn image te versterken, maar in feite was hij niet
anti-christelijk. De heersende christelijke religie interesseerde hem eenvoudig
niet, hij had zijn eigen, heel andere religie, zoals hindoeisme, Asatru en Wicca
heel eigen religies zijn, zo was (en is) de religie Thelema ook een geheel eigen
religie.
Sinds Eliphas Levi was Crowley
degene, die op het gebied van de magie heel veel ontwikkelde, veel nieuwe ideeën
aanreikte, heel moedig en sterk de naar zijn mening blind gewordene mensheid nieuwe
wegen wilde tonen, en ongetwijfeld als de grootste magiër van de 20e eeuw gezien
kan worden. Het lag aan zijn gecompliceerde persoonlijkheid - op bepaalde gebieden
van de magie uiterst zwijgzaam, op andere terreinen veel en vakkundig pratend, pubbliciteitszuchtig,
de ene keer heel vriendelijk en liefdevol, de andere keer afstotend, steeds bereid
heel veel op te offeren, - die er de oorzaak van was, dat zijn baanbrekend werk
op het gebied van de magie tijdens zijn leven slechts in kleine kring gewaardeerd
werd. Tegenwoordig horen veel boeken van Crowley tot de standaardliteratuur voor
diegenen, die zich in de westelijke ceremoniële magie willen verdiepen. Veel nieuwe
richtingen der magie steunen op Crowley's werk; veel van hem is bijvoorbeeld terug
te vinden in de huidige magische praktijk van de volgelingen van Kenneth Grant,
Dion Fortune, Dolores Ashcroft-Nowicky en ook de inmiddels meerdere richtingen der
Chaosmagie kunnen niet los gezien worden van AC's werken.
Veel te veel geïnteresseerden in de magie zoeken helaas de kortste weg naar
de magische praktijk, een fastfood-magie die voornamelijk gevoed wordt door
wensdenken en luchtkastelen. Niet alleen, maar vooral zulke mensen zijn het,
die Crowley's boeken of helemaal niet,
of slechts ten dele, fragmentarisch of in een korte samenvatting lezen. Dat leidt
onvermijdelijk to misverstanden, onbegrip, onjuiste interpretaties, anti-Crowley
uitingen en sjarlatanerie.
Crowley zelf zag de mensheid als zijn doelgroep voor Liber Al Vel Legis en vandaag
aan de dag zijn er groepen Thelemieten, die "het onwetende volk" als blind
vee zien, dat naar willekeur gebruikt mag worden. Dat is echter niet de weg die
Crowley liet zien, het is decadentie in extreme vorm, uiteindelijk een doodlopende
weg. Maar het is ook niet verwonderlijk, dat er zulke 'volgelingen' van Crowley
zijn, want de essentie van AC's religie is, en dat is nog een understatement, niet
eenvoudig te begrijpen.
Bronnen en aanbevelingen:
- Ralph Tegtmeier, "Magie und
Sternenzauber; Okkultismus im Abendland", Dumont, 1995, ISBN: 3-7701-2666-1
Voor een ieder die zich over de
geschiedenis van het occultisme in Europa wil informeren, is dit boek eenvoudig
het beste op dit gebied. En daarbij laat het zich bijna als een roman lezen. Maar
ook degene, die niet zelf magie praktizeren wil, maar gewoon goede informatie over
belangrijke stromingen en personen en hun invloeden zoekt, zou dit boek beslist
moeten lezen.
- Israel Regardie, "The Golden
Dawn", Llewelynn, ISBN: 0-87542-663-8.
Dit boek bevat de grondslagen
van de magie in de 20e eeuw. Voor beginners op het pad der magie een van de beste
startpunten.
Het boek is in verschillende talen vertaald. Omdat vertalingen nooit echt voor 100
procent het origineel dekken, o.a. door persoonlijke opvattingen en interpretaties
van de vertaler, is het aan te raden steeds naast een vertaling een boek in de oorspronkelijke
taal, het engels, te gebruiken, zodat men bij twijfel zelf kan vertalen en interpreteren.
- Kenneth Grant, "Remembering
Aleister Crowley", Skoob books publishing, London 1991, ISBN: 1-871438-22-5.
Dit, en de volgende title zijn nuttige naslagwerken voor diegenen, die meer
willen weten over de persoon Aleister Crowley.
- Sandy Robertson, "The Aleister
Corwley Scrapbook", Foulsham and company Ltd. 1988, ISBN: 0-572-01456-2.
Boeken van de hand van Aleister Crowley zijn er in overvloed. Vooral in het engels,
maar toenemend ook in het nederlands vertaald.
Op deze website kun je werken van Crowley aantreffen.
Terug
|