|

Geschiedenis van het volk
der Friezen
Oorspronkelijke
titel: HISTORY OF
THE FRISIAN FOLK
Door Redbad
Met toestemming
van de auteur gepubliceerd op Boudicca's Bard Nederlandse vertaling: Fred
(fred@boudicca.de)
2003. Het copyright van deze nederlandstalige tekst ligt bij Boudicca's
Bard.
-
Deel twee - (785 N.C. - 1498 N.C.)
De
Frankische periode (785 nC - 925 nC)
ûleboerd (gevelversiering)
Karel de Grote regeerde zijn Frankische Rijk op een sterk gecentraliseerde
manier. Friezen moesten in zijn legers dienst doen. Zij dienden onder de
Franken in de oorlog tegen de Wilten (789 nC) en tegen de Avaren (791 nC). Toen
in 800 nC de eerste raids van Vikingen uit Scandinavië op Friesland plaatsvonden
gedurende de regeerperiode van Karel de Grote, werden de Friezen vrijgesteld
van buitenlandse militaire dienst. In plaats daarvan moesten ze hun eigen
verdediging organiseren tegen de Heidense Vikingen. Nadat Karel de Grote in 785
nC de Saksen had verslagen, grensde het Frankische rijk in het noorden aan het
Deense Rijk.
De Denen waren beslist goed op de hoogte van de verschrikkelijke wandaden
die Karel de Grote in naam van de kerk had verricht tegen hun Heidense
zustervolkeren, de Friezen en de Saksen. De raids van de Denen/Vikingen op het
rijk van Karel de Grote en de zich daarin bevindende rijke kerken en kloosters
kunnen worden gezien als een heidense wraakactie.
Gelijktijdig met de Franco-Christelijke binnendringers stond een andere
vijand van de Friezen weer eens op. Gedurende de kerstdagen van 838 nC
overstroomde een geweldige stormvloed vrijwel geheel Friesland, waardoor vele
mensen en vee verdronken.
Friesland
deel van het Frankische Rijk (749 - 840 nC)
Na de overwinning in 785 nC van Karel de Grote werd het gehele Friese Rijk
onderdeel van het Frankische Rijk. Zoals we eerder gezien hebben werd de
kleinzoon van de legendarische Redbad, Abba, de eerste Friese Graaf onder
Frankische overheersing (749 – 775 nC) over Friesland westelijk van de Lauwers.
De twee belangrijkste taken van een graaf waren: het bewaren van wet en orde,
en om rekruten te regelen voor de Frankische legers. Van 734 tot 100 nC werden
de Frankische Keizers (en na hen de Duitse Koningen) door graven
vertegenwoordigd. De graven waren leenheren. Er is erg weinig bekend over deze
graven. Oost-, West en Midden Friesland hebben waarschijnlijk ieder hun eigen
graven gehad.
De graven van Friesland die we bij naam kennen:
- 754 graaf
Abba (Boppa) leidt de bouw van de Bonifatius Kerk in Dokkum
- 791 graaf
Diderik (Durk) leidt de Friezen in de Frankische strijd tegen de Avaren
- 839 graaf
Gerlof kiest partij voor de rebellerende zoon van de Frank Lodewijk de
Vrome
- 873 graaf
Albdag verslaat Vikingen (Rudolf) in Westergo
- 885 graaf
Gerlof en graaf Gerdolf zijn aanwezig bij de moord op Godfried de Noor
Graaf Gerlof is de vader van Diderik I, de graaf van Holland en van graaf
Waltger in Teisterbant. De zonden van graaf Waltger heten "Redbad" en
"Poppo". Deze namen tonen aan dat de graven in Friesland Redbadings
zijn (afstammelingen van Redbad).
De graven van Midden Friesland:
- 966 graaf
Egbert van de Brunoanen dynastie; die door huwelijk en erfenis Midden
Friesland krijgt
- 1038 graaf
Liudolf van de Brunswik dynastie sterft
- 1038-1057
Bruno graaf van Midden Friesland
- 1057-1068
Egbert I graaf van Midden Friesland
- 1068-1088
Egbert II graaf van Midden Friesland
De graven van West Friesland:
- 922 graaf
Diderik I (Durk I); voor het eerst wordt deze dynastie "Huis van
Holland" genoemd. Graaf Diderik II (Durk II)
- 993 graaf
Arnulf sterft in een slag met de West Friezen, graaf Durk III verslaat het
leger van Keizer Hendrik II
- 1049 graaf
Durk IV wordt gedood
- 1049-1061
graaf Floris I wordt gedood
- 1076 graaf
Durk V; Graafdom Holland wordt gesticht (ook door Vlaamse invloeden), en
graaf V en zijn Graafdom Holland worden tegenstanders van West- en Midden
Friesland.
In Oost Friesland treffen we vrijwel geen sporen van graven aan.
Frankisch
Christendom (688 - 734/785 nC)
De bekering van Heidenen in Christendom kon alleen
maar gerealiseerd worden in gebieden die onder Frankisch beheer stonden. West
Lauwers’ Friesland werd een Frankisch graafdom in 734 nC. Het gehele Friese Rijk kwam onder Frankische beheer in 785 nC.
De kerstening van Friesland startte in 688 nC toen Wigbert in Friesland
predikte en was voltooid in 800 nC toen Friesland stevig in handen was van de
Frankische heerser Karel De Grote. In 800nC ‘lijken’ de Friezen bekeerd te
zijn. Maar alleen de heersende elite (de graven en andere Frankische vazallen)
zijn Katholiek geworden. Grote delen van de bevolking zijn nog steeds heiden en
zullen dat nog voor een lange tijd blijven. Maar de stemmen van de Friese
Heidense priesters en Friese Skalden van de epische gedichten (zoals die in
Beowulf) zijn gestild. Daardoor is de keten van de orale traditie die de
Friezen met hun heidens verleden hadden gebroken, en wint –uiteindelijk- het
Christendom.
Wat (tragische) data:
- 688 NC
Wigbert predikt in Friesland
- 690 - 754
Willibrord en Bonifatius prediken
- 775
Liudger (een Fries) predikt
- 800 NC
Friesland heeft Christelijke sociale structuren (diocese in Urecht) maar
……,
- het
grootste deel van de bevolking blijft heiden.
Hoogtepunten vanuit Heidens oogpunt zijn:
- in 714-719
nC wanneer Willibrord Utrecht ontvlucht nadat Redbad de stad veroverde;
- in wanneer
754 nC Bonifatius wordt gedood in Dokkum;
- in 782 AD
wanneer Liudger vlucht voor de Saksisch-Friese opstand onder Widukind.
In 793 AD ontmoet Liudger de enige Friese skald die bij naam bekend is:
"Bernlef". Bernlef zong epische gezangen uit het Friese Heroïsche
Tijdperk (zoals in Beowulf).
Vikinginvallen en Deense overheersing (800 - 1014 nC)
In 807 nC begint een oorlog tussen Karel de Grote en de Deense koning
Godfried. Godfried valt Friesland aan met een vloot van 200 schepen, de
Frankische verdedigingen voor gek zettend. Kort daarop sterft Godfried (810
nC). Na de dood van Godfried concentreren de Deense raids zich voornamelijk op
de Britse Eilanden en minder op Friesland.
Na de dood van de Frankische Keizer Lodewijk de Vrome in 840 nC stortte de
Karolingische verdediging van Friesland in elkaar. Omdat er geen Friese koning
was om een verdedigingsmacht te organiseren werden de Deense raids op dit
Karolingische buitengebied geïntensifieerd. En gedurende de rest van de negende
eeuw leefden de Friezen regelmatig onder Deens gezag en moesten belasting
betalen aan de leenheren. De Denen dwongen de verzwakte Karolingische Koningen
om hen Friesland als een leengewest te geven. Leenheren in Friesland waren:
- Rorik en
Godfried (844 - 857 nC)
- Rorik (een
Christen) (862 -872 nC)
In 885 nC wordt de laatste Scandinavische heerser van Friesland, Godfried
de Noor, vermoord en de heersende Denen worden Friesland uitgezet door de
Friezen. De grote vloedgolven van raids
van Heidense Vikingen(soms gevolgd door bezetting) behoren hiermee tot het
verleden. Kleinere overvallen vonden nog plaats tot 1014 nC tot het moment dat
Christian Knut de Grote koning van Denemarken, Noorwegen en Engeland werd.
De Duitse
periode (925 nC - 1498 nC)
In 843 nC werd Lotharius II heerser over Friesland. In 925 nC accepteerden
de meeste heersers van Lotharingen Hendrik I van Duitsland als koning.
Friesland werd deel van het "Heilige Römische Reich Deutscher
Nation". De uitvoerende macht was tot 1217 nC in handen van leenheren
(graven).
Na 1217 nC had Midden Friesland geen graaf, geen leenheer, vrijwel geen
ridders, geen slaven en slechts een paar steden. Ze waren een volk van boeren,
vissers en trekvaarders. Omdat er geen overheersende autoriteit bestond
ontstonden er overal plaatselijke administratieve organen. Het was een periode
van groei: landbouw en handel floreerden en vergrootten de welvaart. Friese
steden traden toe tot de "Hanze" (West-Europesche handelsalliantie).
Maar donkere wolken, die uiteindelijk in 1498 nC de Friese vrijheid zouden
beëindigen, begonnen zich al te vormen.
Dijkenbouw
(start ongeveer 1000 nC)
Na de terpenbouw, hetgeen eigenlijk een defensieve maatregel was tegen de
stijging van het zeeniveau, ging de Friezen in de aanval en begonnen land uit
het bereik van de zee te halen door middel van dijkenbouw. Rond 1000 nC waren
grote stukken land omringd door dijken. Dit vond in Friesland plaats aan beide
zijden van de Lauwers.
Tussen 1000 en 1100 nC werden grote delen van Friesland beschermd door
dijken en er bestonden uitgebreide regelingen betreffende het onderhoud van
dijken en sluizen. Deze eerste dijken hadden een hoogte van 1,50 meter boven
het maaiveld. Achter de dijk bevond zich een weg van ongeveer 4 meter breed,
zodat in geval van nood twee wagens elkaar konden passeren. In termen van de
totale hoeveelheid verplaatste grond ten behoeve van de dijkenbouw kan men
gerust van een wereldwonder spreken.
Deze grote dijkenbouw-projecten werden in eerste instantie georganiseerd
door de zogenaamde ‘skeltas’. In de 13e eeuw werden de dijken de
verantwoordelijkheid van de 'grietmannen' en 'asegas'.
Ondanks de dijkenbouw weren er regelmatig stormvloeden met dijkdoorbraken
als gevolg die de Friese landen overstroomden met alle tragische gevolgen van
dien.
Opstalboom
(± 1000 - 1327 nC)
TTen zuidwesten van Aurich in Oost-Friesland op een grafheuvel, welke uit de
bronstijd stamt, bevindt zich een plaats die Opstalboom [Opstalsboom,
Upstallboom of Upstalesbame (Oud-Fries)] genoemd wordt. In de 11e,
12e en 13e eeuw verzamelde zich een groep, de
“Opstalboom” genaamd, zich op deze grafheuvel. Deze groep bestond uit
vertegenwoordigers van de 7 Friese Zeelanden (landen bij de zee gelegen). Deze
vertegenwoordigers verzamelden zich eens per jaar (op de dinsdag na pinksteren)
en ze bespraken het opstellen van rechtsregels en wetten. De groep zorgde ook
voor onderlinge steun wanneer een van hen werd aangevallen.
Worsteling
tegen de Nederlandse Graven (993 - 26 September 1345 nC) ("Slag
bij Warns")
Het einde van de Friese vrijheid
Na de periode van Scandinavische/Viking overheersing worden de graven van
het ‘Huis van Holland’ de heersende elite in de landen aan de Noordzee ten
zuiden van West-Friesland. De graven van het huis van Holland waren van Friese
origine. Mar na de geboorte van de provincie Holland in 1075 nC domineerde de
Frankische invloeden de Friezen. Op dat moment ontstond er een diepe kloof
tussen de Friezen in West-Friesland en de graven van Holland. Er werden
verschillende pogingen gedaan om de West-Friezen krachtdadig te onderwerpen.
Graaf Arnulf: onderneemt een militaire expeditie; hij wordt gedood in 993.
Graaf Willem II: valt West-Friesland binnen in de winter van 1256 nC, hij
zakt door het ijs terwijl hij te paard zit en wordt door de Friezen
doodgeslagen.
Floris V, zoon van Willem II, wil beslist de dood van zijn vader wreken. Hij valt de West-Friesland aan en
verslaat het. Ongeveer 1200 Friezen sterven in die slag. Het
ont-Friezen van West-Friesland begint. Na de dood van Floris V komen de
West-Friezen opnieuw in opstand, nu tegen Jan I. Zijn opvolger Jan II sloeg de
Friese opstand neer, daarbij 3000 Friezen dodend. Midden Friesland zet troepen in
om de West-Friezen bij te staan, maar ze komen te laat. De West-Friezen
verliezen hun vrijheid, en in de komende eeuwen ook de Friese taal (hun
moedertaal).
Slag bij Warns
Nadat ze West-Friesland hadden verslagen lieten de graven van Holland hun
ogen vallen op Midden Friesland.
In 1345 start graaf Willem IV met een militaire expeditie om Midden
Friesland te veroveren. Met een grote vloot en met hulp van Franse en Vlaamse
ridders voer hij de Zuiderzee. De nadering van deze agressor zorgde voor een
vereniging van de Friese fracties (de Upstallboom speelde een r0l in deze
unificatie). Op 26 september 1345 nC beleefde Friesland zijn mooiste moment.
Willem IV en het beste van de Hollandse, Vlaamse en Franse ridders vormden de
voorhoede van het leger, en nabij Warns bleken ze omsingeld door Friese
landarbeiders en werden ze doodgeslagen. In wanorde sloeg de rest van het leger
op de vlucht, het lichaam van Willem IV achterlatend. De dag van 26 september
werd een jaarlijkse feestdag in Midden Friesland.
Schieringers
en Vetkopers (1217 - 1489 NC)
In 1392 horen we voor het eerste van de "Schieringers" en de
"Vetkopers". Deze twee infame namen markeren het einde van de Friese
vrijheid. Het startte in de Friese harten zelf. De Schieringen en de Vetkopers
waren twee rivaliserende partijen van Friese origine. Ze stortten Friesland in een burgeroorlog.
Stad vocht tegen stad. Stins tegen stins, en zoon tegen vader.
Het was Friesland’s donkerste moment in de geschiedenis en het begon in
1217 nC. Op dat moment eindigde de heerschappij va Karel de Grote in Midden
Friesland. Dit resulteerde in een gebrek aan autoriteit hetgeen op zijn beurt
weer een ernstig verval van orde en regel tot gevolg had. De macht van het
burgerlijk bestuur werd niet meer van bovenaf opgelegd, maar kwam vanuit de
gemeenschap zelf. Het resultaat hiervan was dat de Grietman (rechter) niemand
met enige autoriteit naast hem had staan in zijn activiteiten tegen
ongehoorzame mensen. In de 14de eeuw resulteerde dat uiteindelijk in
de opkomst van de Schieringers en Vetkopers. De Friezen bleven in deze
patstelling las gevolg van een karaktertrekje: hun sterke individualiteit. Hun
persoonlijke vrijheid was van meer belang dan de vrijheid van het volk als
geheel.
In 1489 nC werd de hulp van een buitenlandse macht, Albrecht van Saksen,
geaccepteerd om een eind te maken aan deze catastrofale situatie. Hiermee kwam
de Friese vrijheid aan zijn eind!
Eind van
de Friese vrijheid (1498 nC)
Albrecht van Saksen creëerde op verzoek van de Schieringers een centralistische
autoriteit en installeerde Saksische ambtenaren. Orde en regel keerde terug in
Midden Friesland, maar cultureel gezien verarmde Midden Friesland. De taal van
de ambtenarij is Duits, wat resulteert in het ont-Friezen in de meeste steden.
Het ont-Friezen werd ook versneld doordat na de Reformatie de bijbel en het
prediken in kerken alleen in het Laag-Duits was.
Terug
|