DE JAARFEESTEN BINNEN DE NOORDSE TRADITIE

© Frigga Asraaf
Vrijgegeven voor Boudicca's Bard

 

Tijdens de jaarfeesten wordt de voortgaande schepping gevierd; de eeuwige kringloop van de natuur. Door het volgen van de loop der seizoenen zijn ze van oudsher voor een groot deel gebaseerd op het bewerken van het land: het zaaien, oogsten enz. De Noordse Traditie kent 9 jaarfeesten:

Joel
20 december t/m 1 januari
Donarblot
eind januari
Feest van de Ploeg
eind februari
Ostara
21 maart
Vanadisnacht
nacht van 30 april op 1 mei
Midzomer
21 juni
Oogstfeest
begin augustus
Herfstevening
21 september
Winternachten
31 oktober


Een paar van de jaarfeesten dragen de naam van een god of godin. Deze feesten zijn dan ook in de eerste plaats aan hen opgedragen. Voor de overige jaarfeesten is de keuze aan welke goden het ritueel op te dragen of om welke goden aan te roepen afhankelijk van de reden van het feest en persoonlijke voorkeur. Vruchtbaarheid speelt bij alle jaarfeesten een rol. Veel van de goden hebben ook een vruchtbaarheidsaspect. Wie kies je dan uit bij welk ritueel? De goden of godinnen met wie er een sterk verbondenheid ervaren wordt. De rituelen voor de jaarfeesten kunnen geopend worden met een algemene oproep voor alle goden, godinnen, alfar, disir en andere wezens die ons goed gezind zijn. Op deze wijze manier wordt aan alle goden en anderen wezens eer gebracht en kan het ritueel verder aan één of meer specifieke goden worden opgedragen.


...Immers, wij staan aan het begin van het Joeltijdperk, eertijds gewijd aan Wodan, als god der vruchtbaarheid, maar ook aan de schimmen de afgestorvenen, meer algemeen: het tijdperk der vruchtbaarheid en der bevruchting, gedurende hetwelk genoten en gegeven wordt en nieuwe gaven worden verhoopt van de aarde, sluimerend en welhaast zich dekkend met het mollige blanke dekkleed van sneeuw... (Nederlandsche Volkskunde, Dr. J. Schrijnen, p 139).

De joelperiode loopt van de zonsondergang van 20 december t/m de zonsopgang van 1 januari. Gedurende de Twaalf Joelnachten ontmoeten de Negen Werelden elkaar in Midgard; de goden en godinnen, de levenden en de doden, de reuzen, elven, trollen........... Het is de tijd van de Wilde Jacht en de tijd waarop de zon op haar laagste punt staat.

Ten tijde van onze heidense voorouders werden de winterfeesten gevierd van begin november tot begin januari. Met wat wij nu Winternachten noemen werd deze feestperiode ingezet. Winternachten is net als Joel een feest waarbij de voorouders geëerd worden. Vanaf dit tijdstip worden de sluiers tussen de werelden dunner en begint de Wilde Jacht.

De Twaalf Joelnachten is een tijd om alle goden eer te bewijzen, hen te vragen ons de winter door te helpen en om ons het komende jaar voorspoed en vruchtbaarheid te brengen. Toch zijn er een aantal van hen die in deze periode duidelijker op de voorgrond treden. In de eerste plaats natuurlijk Wodan, als de Leider van de Wilde Jacht, maar ook van Vrouw Holle is bekend dat zij mee gaat met de Wilde Jacht. Ik vermoed dat Nehellenia hier ook aan meedoet. Zij is immers ook een godin van dood en vruchtbaarheid. Joel is de tijd om invloed uit te oefenen op het lot. De godinnen die daar heel specifiek bij horen zijn de Nornen en Frigga.

De eerste Joelnacht is Moedernacht, opgedragen aan de moedergodinnen en de disir (voormoeders). Mr. W. Van de Poll beweert in zijn boekje 'Nederlandsche Volksfeesten' dat dit feest haar naam te danken heeft aan het feit dat uit Moedernacht het nieuwe jaar geboren wordt. Het Moedernacht-ritueel is bedoeld om de godinnen en disir eer te bewijzen en hen te bedanken voor alle hulp die we het afgelopen jaar van hen ontvingen. Daarnaast kunnen we hun vragen ons te beschermen tijdens de Twaalf Joelnachten en natuurlijk of ze ons ook het komende jaar weer willen helpen en beschermen.

Het belangrijkste Joelritueel vindt plaats gedurende de nacht van de winterzonnewende; de langste nacht van het jaar. Tijdens de gehele nacht brandt de joelkaars, als symbool van het licht dat zelfs in de grootste duisternis voortleeft. De meeste feest- of vreugdevuren zijn van heidense oorsprong. Er wordt wel verteld dat met Joel de vuren werden gedoofd en met het Midwinterfeest weer ritueel werden aangestoken. Dit noemt men het noodvuur, Oudsaksisch nôdfiur, hierin is nôd- verwant met het Oudhoogduitse nûan 'stuk wrijven'. Dit noodvuur ontstond door een stukje hout in de opening van een ander stuk hout te wrijven tot het vlam vatte.

Oudejaarsnacht is een feestnacht, om twaalf uur wordt met een hoop kabaal het oude jaar

verjaagd en het nieuwe jaar begroet. Deze nacht wordt veelal gebruikt om geloften en voorspellingen te doen voor het nieuwe jaar.


De dagen worden alweer langer en de kracht van de zon neemt toe, maar half januari tot half februari kan het koudste gedeelte van de winter zijn. De ijsreuzen hebben het land nog in hun greep. Tijd om de hulp in te roepen van onze machtige reuzenrammer! Tijdens het ritueel, eind januari, bedanken we Donar voor het verdrijven van de duisternis en doen we een beroep op hem om de ijsreuzen te verjagen. kan worden. Deze god doe je altijd een plezier met een stevige pot bier.

Als de ijsreuzen verslagen zijn , kan het land weer bewerkt worden. De stilte en rust van de winter zijn voorbij. Waar de godinnen met Moedernacht om bescherming gevraagd werd, vragen wij hen met het Feest van de Ploeg, eind februari, om vruchtbaarheid. In de eerste plaats is dit een feest voor de godinnen en de disir net als Moedernacht.


Na de winterfeesten zijn de de lentefeesten aan de beurt. Er zijn nog vele volksgebruiken in de maanden maart, april en mei die hun sporen hebben in een ver heidens verleden. Denk hierbij aan het plaatsen van de meiboom. Later in verkleinde versie overgegaan in de palmpasentak. J.H. Nannings zegt dat de meiboom onder kerkelijk invloed op de palmzondag terecht is gekomen. Verder vertelt hij dat de palmpasentak versierd werd met vijf zwaantjes, broodvogeltjes met krentenoogjes, en een rad (een broodkrans). Hij heeft het er ook nog over dat de broodkrans een haarvlecht voorstelt. Dit zou afkomstig zijn van de oeroude haaroffers die weer in de plaats waren gekomen van een vrouw of slaaf. In een ver verleden was het offeren van mensen niet ongewoon. Het offeren van dieren is nog veel langer blijven bestaan. Beide vormen van offeren zijn overgegaan in symbolische offers o.a. in de genoemde broodkrans en dieren in broodvorm.

Een van de bekendste volksgebruiken tot op de dag van vandaag is het versieren van paaseieren. Ook bestaan er veel verschillende spelletjes met eieren. Dr. C.C. v.d. Graft beschrijft een aantal van die spelletjes. Op Schiermonnikoog speelde de jeugd het 'ooileivèjèn'. De kinderen verkochten de gekleurde, gekookte eieren voor een paar centen. De koper wierp het ei weg met de bedoeling het stuk te gooien. Ging het ei stuk dan behield hij het ei zonder betaling, bleef het heel dan kreeg de verkoper het terug en behield het geld.

Het is nog heel lang in vele dorpen de gewoonte geweest vreugdevuren te ontsteken, hier omheen te dansen en/of over het vuur heen te springen. Van Ootmarsum is het vlöggelen of vleugelen bekend. Een reidans, waar een groot gedeelte van het dorp aan deelnam, die begon op de paasweide. Men danst onder het zingen van een lied het dorp door. Bij huizen waarvan de voor- en achterdeur openstonden danste men de woning door.

Met Ostara vieren we dat Donar de ijsreuzen verslagen heeft, dat de zomer de winter heeft overwonnen, en dat de goden en godinnen ons door de winter geholpen hebben.

Dit feest heeft haar naam te danken aan de godin Ostara van wie weinig meer bekend is dan dat ze een godin is van lente, vruchtbaarheid en wedergeboorte. Tijdens dit feest worden in eerste instantie de god/innen die met vruchtbaarheid te maken hebben aangeroepen: o.a. Frey, Freya, Ostara, Iduna, Nehelennia, Njord en Nerthus.

De appel is één van de belangrijkste symbolen van vruchtbaarheid binnen de Noordse Traditie: de vrucht die het zaad in zich draagt. Dit symbool kan verwerkt worden in het ritueel. Ieder van de deelnemers eet een appeltje als symbool voor de verbondenheid met de natuur en de goden en godinnen. De klokhuizen met het zaad worden terug gegeven aan de aarde. Mensen die bekend zijn met de runen kunnen eerst de drie vruchtbaarheidsrunen in de appel ritsen: Perthro, Berkana en Inguz.

Het volgende feest is Vanadisnacht beter bekend onder de gekerstende naam Walpurgisnacht. Het feest wordt gevierd in de nacht van 30 april op 1 mei. Dit is een magische nacht geschikt voor seidh en spá (het doen van voorspellingen)

Vanadis (dis van de Wanen) is één van de namen van Freya, de godin van magie en mysteriën en van liefde en lust. Vanadisnacht is vergelijkbaar met het Keltische Beltane. Het is een feest waarop in oude tijden de vreugdevuren ontvlamden en jonge (en oude) geliefden elkaar vonden.

...Op Sint Jansnacht drijven, evenals op Walpurgisnacht, de geesten hun spel: het is één der geheimzinnige toovernachten. Dan snijdt men de wichelroede, dan plukt men Sint Janskruid, dan durft de schipper niet uitvaren op het Haringvliet. Dan legt men doeken buiten, om den Sint Jansdauw op te vangen, en deze dauw geneest voortreffelijk bij oogziekte... (Dr. J. Schrijnen, Nederlandsche Volkskunde)

Sint Jansnacht is de gekerstende versie van midzomer, de viering van de zomerzonnewende. Het tijdstip waarop dit feest gevierd kan worden is enigszins variabel: ergens tussen 20 en 24 juni. Wij houden meestal 21 juni aan, daar de nacht van de zomerzonnewende één van de meest magische nachten van het jaar is.

In deze periode is de kracht van de zon het sterkst en dit is voor velen een reden om een heildronk aan Balder uit te brengen. Het is van oudsher ook de tijd dat Tyr en Forseti geëerd worden.


In de maanden augustus en september zijn door heel Nederland vele kermissen en harddraverijen te vinden. In zekere zin zijn dit oogstfeesten. De meeste mensen zullen zich er echter niet bewust van zijn dat dit overblijfselen zijn van de oude traditionele oogstfeesten. Deze feesten bestonden niet alleen uit kermissen of harddraverijen, maar uit allerlei soorten vermaak. Het Nederlands Filmarchief heeft een video uitgegeven getiteld: 'Neerland's Volksleven in den Oogsttijd anno 1926'.. Op de achterkant van de hoes is het volgende te lezen: ...De dankbaarheid voor de oogst wordt op allerlei manieren tot uitdrukking gebracht. Tijdens deze vrolijke periode werden de mooiste klederdrachten gedragen, terwijl allerlei vormen van vermaak bezocht werden zoals, schuttersfeesten, processies, kermissen, gondelvaarten en volksdansen..... De opnamen zijn van D.J. van der Ven.

Een bekend gebruik uit de oogsttijd is de gewoonte de laatste korenschoof op het land achter te laten. Op de bovengenoemde video is te zien dat de laatste schoof niet altijd op het land werd achter gelaten. In sommige dorpen was het gebruikelijk de laatste schoven van verschillende akkers tegen de kerk aan te zetten. In andere dorpen gooide de dominee of burgemeester de laatste schoof op de wagen, of droegen de boer en boerin samen de schoof naar de boerderij. Er is één overeenkomst die duidelijk opvalt: een stevig neut om de oogst te vieren.

Begin augustus is een goed moment om stil te staan bij het binnenhalen van de oogst. In letterlijke zin: het voedsel dat er toch weer altijd voor ons is. In figuurlijke zin: projecten die we tot een goed einde hebben gebracht.

Het Oogstfeest en de Herfstevening bieden beide een leuke creatieve traditie in de zin van het maken van graan- of grasfiguren. Deze kunnen gedurende de feesten als versiering worden neergezet of opgehangen en later weer als offer worden teruggeven aan Moeder Aarde. In het offeren van deze figuurvormen vinden we ook weer een verwijzing naar de oude mens- en dieroffers terug.

De Herfstevening valt ook onder de oogstfeesten. Het is de tijd dat fruit en noten rijpen en geoogst kunnen worden. Vanaf de herfstevening worden de nachten weer langer en begint de natuur evenals de mens zich alweer voor te bereiden op de winter.

Net als bij de andere jaarfeesten die hun betekenis vooral ontlenen aan het zaaien en oogsten

zullen we de invulling van de herfstevening in een meer symbolische betekenis moeten zoeken.

Een dankwoord aan Moeder Aarde voor al haar gulle gaven is op zijn plaats. Daarnaast past het om ook stil te staan bij al die mensen die op het land werken, en bij de goden en godinnen die voor vruchtbaarheid gezorgd hebben en voor bescherming van de gewassen.


... Als de stormwind begon te huilen door de ontbladerde boomen, dan stormde het dooden-, het geestenheir door luchtruim, en in den aanvang van dit tijdperk vierden de oude Germanen hun doodendag...

Met Winternachten breekt de tijd van de winterfeesten weer aan. Het is een feest om de voorouders te eren. Volgens J. Schrijnen werd na de invoering van het Christendom dit feest gekerstend en kreeg het de naam Allerzielen. Het waren niet langer de voorouders die vereerd werden, maar vanaf dat moment werd het 'de gemeenschap der heiligen' die werd vereerd. De gebruiken de grafheuvels te bezoeken en offers aan de voorouders te schenken werden afgeschaft of gekerstend.

In de paragraaf over Joel al opgemerkt dat met Winternachten de tijd van de Wilde Jacht weer begint en de sluiers tussen de werelden dunner gaan worden. Wodan, in zijn rol van leider van de Wilde Jacht, neemt een belangrijke plaats in gedurende deze periode. Het is de tijd van de mysteriën van de dood. Immers, gedurende deze dagen dwalen de doden door Midgard. Leven en dood ontmoeten elkaar.

Een manier je bezig te houden met de doden is om voor jezelf na te gaan wat degenen die ons zijn voorgegaan nu nog voor ieder van ons betekenen. Dit kan familie zijn, maar het kunnen ook mensen zijn uit kennissenkring, vriendenkring of mensen die verder van je afstaan. Dit kunnen zelfs personen uit de geschiedenis zijn die je nooit persoonlijk hebt gekend.

Bronnen:

Nederlandsche Volkskunde - Dr. J. Schrijnen
Uitgeverij Gysbers & Van Loon
ISBN 90-6235-014-3

Nederlandsche Volksfeesten - Mr. W. Van de Poll
Uitgeverij Sijthoff, Leiden

Our Troth - onder redactie van KverldúlfR Hagan Gundarsson
The Ring of Troth, USA, 1993
ISBN 0-9623957-8-1


Terug