Over de Necronomicon

Gecompileerd en in het
nederlands vertaald door GardenStone
© Copyright GardenStone,
2001.

Necronomicon is de titel van een oorspronkelijk fictief boek, dat in de 20er jaren van de 20e eeuw door Howard Phillips Lovecraft (1890-1937) werd bedacht, en aan de (eveneens fictieve) arabier Abdul Alhazred toegeschreven werd, om de verhalen rondom gestalten als Yog Sothoth, Cthulhu, Azathoth enz. meer authenticiteit te verlenen. De auteur (Lovecraft) schrijft op 29 juli, 1929 in een brief aan Willis Conover:

„Ik wil er nadrukkelijk op wijzen, dat de meeste van de gestalten pure fantasie zijn. Een Abdul Alhazred heeft nooit bestaan, een Necronomicon evenmin, daar ik die namen zelf bedacht heb. [....] Wat de serieuze boeken over donkere occulte en bovennatuurlijke onderwerpen betreft – in waarheid brengen die niets. Dat is de reden, waarom het leuker is, mystieke werken, zoals de Necronomicon zelf te bedenken. [....].“

Om in de verhalen van de Necronomicon tegenstrijdigheden te vermijden, ontwierp Lovecraft zelfs een fictieve geschiedenis en chronologie der N. (zie link 2 onderaan).

In zijn brieven neemt Lovecraft t.o.v. deze kwestie, die zich jarenlang sleepte, duidelijk stelling; zowel door de eenvoudige vaststelling, dat hij de schepper van het geheel is, tot aan de gedetailleerde taalkundige achtergronden, b.v. hoe hij aan de titel gekomen is.

In de loop der tijd zij er steeds weer ‚grappenkmakers’ geweest, die een zogenaamd echte Necronomicon publiceerden – en daaraan behoorlijk verdiend hebben. De populairste van die profiteurs was een zekere ‚Simon’, die een Necronomicon uitgaf, die later spottend de ‚Simonomicon’ genoemd werd. Ook ene George Hay was zo’n profiteur.

In 1936 al hoord Lovecraft, zoals hij in een brief aan Henry Kuttner schreef, over een nieuwe Necronomicon uitgave bij een New Yorkse krant.

In 1960 ‚ontdekt’ ieman in de bibliotheekscatalogus van der California universiteit, dat daar een ‚bewijs van echtheid’ van de N. zou zijn. Dit verwees naar de uitgave van Lovecraft, echter zonder zijn naam te noemen.

De hausse rondom de Necronomicon bleef doorgaan.  In 196 werd een zogenaamd ‚echte’ Necronomicon door een antiquait voor 900 dollar aangeboden, en in datzelfde jaar werd een spaanse uitgave van de Necronomicon uit de bestanden van de miscatonische universiteitsbibliotheek antquarisch aangeboden, en in 1970 werd een boek uitgegeven onder de titel "Excerpts from The Necronomicon of Abdul Alhazred. Edited and annotated by H. P. Lovecraft"; dat zou de ‚echtheid’ van de N. moeten garanderen; ineens werd Lovecraft door anderen van auteur tot ‚bewerker’ gebombardeerd.

De Simon uitgave kree vooral voet aan de grond, doordat in de 60er jaren een reusachtige esoterische golf van belangstelling door de USA ging.

Een ‚handige’ uitgever kwa zelfs met een Necornomicon die in de verste verte niet op het oorspronkelijke werk van Lovecraft leek.

In Duitsland werd een Simon-uitgav op de markt gebracht, waarvan in het voorwoord beweerd werd, dat het werk uit de nalatenschap zou stammen van de magier Gregor A. Gregorius. Het werk zou uit onverklaarbare redenen tot dan volledig over het hoofd gezien zijn, en deels in code opgesteld, die eerst ontsleuteld moest worden. Dat Gregorius het niet zelf publiceerde, wordt ‚verklaard’, daar hem te laten beweren, dat het in zijn tijn nog te gevaarlijk daarvoor was. Het vermoeden, dat he hier ging om een illegale vertaling van het Lovecraft boek, ligt voor de hand, temeer, omdat enige stukken, die direct naar L. verwijzen, weggelaten zijn.

In de 90er jaren ging enige jaren lang het gerucht door de media, dat in de archieven van de Tower in London een originele uitgaven van de Necronomicon zou liggen, veel ouder dan het boek van Lovecraft. Na enige jaren kwamen de bibliothecarissen echter met de verzekering, dat een dergelijk boek niet in hun bestand aanwezig was.

Of de magie, die de Necronomicon biedt, nu werkt, is een ander verhaal. Wie zich al met praktische ceremoniele magie bezig heeft gehouden, weet, hoe groot de invloed van de eigen geest is; enige magiers van naam, die enige jaren met de N. experimenteerden, verklaarden, dat ze duidelijke magische werking hadden ondervonden; in alle gevallen ging het daarbij om onplezierige ervaringen. Tenslotte was Lovecraft geen onbeschreven blad op het gebied van de magie, toen hij de Necronomicon schreef; hij kende vele grimoiren, en heeft zeker daaruit geput bij het schrijven van zijn werk.

Enige Necronomicon links:

Link 1: http://www.gizmology.net/lovecraft/index.htm

Link 2: http://members.tripod.com/~danharms/nechisto.htm

 


Terug naar de magie thema's

Terug naar de categorieën

Terug naar het hoofdmenu

Terug naar het startscherm (taalkeuze)