NEHELENNIA

© Frigga Asraaf 1997
Vrijgegeven voor Boudicca's Bard

 

In 1646 werden, na een zware storm, op het strand van Domburg een aantal grote stenen ontdekt. Het bleken votief altaren te zijn uit de Romeinse tijd en bijna alle inscripties waren gewijd aan een tot dan toe onbekende godin Nehelennia. De enige andere plaats waar twee aan Nehelennia gewijde altaarstenen gevonden zijn is Deuts, bij Keulen. Omdat daar verder niets gevonden is neemt men aan dat dit stenen zijn die daar vervaardigd zijn, maar nooit hun plek van bestemming bereikt hebben (Domburg of Colijnsplaat). Ook in deze eeuw zijn er vondsten gedaan. Schipper K.J. Bouten uit Tholen trof tijdens het vissen in de Oosterschelde, vlakbij Colijnsplaat, vier brokken steen in zijn netten aan. Dr. P. Stuart uit Leiden heeft vastgesteld dat het hier ging om twee altaren uit de Romeinse tijd. Ook deze stenen waren aan Nehelennia gewijd. Het leek erop dat deze stenen resten van een heiligdom voor Nehelennia waren, dus werd er besloten tot verder onderzoek. In totaal zijn er ca. 200 altaarstenen opgevist. Deze vondsten tonen aan dat er in de Romeinse tijd een heiligdom voor Nehelennia heeft gestaan op de oever van de Oosterschelde nabij Colijnsplaat. Een deel van deze votief altaren zijn te bezichtigen in het Rijksmuseum van Oudheden te Leiden en in het Zeeuwsmuseum te Middelburg.

Voordat de kooplieden aan hun handelsreizen begonnen, brachten zij een bezoek aan de tempel. Zij vroegen Nehelennia hen te beschermen tijdens hun zeereis naar Engeland. Na hun behouden thuiskomst offerden zij dan een altaarsteen met daarop een afbeelding van Nehellenia (vaak een zittende vrouwenfiguur met een mand met appels en een hond aan haar voeten), de naam van de gever, en meestal de reden waarom de altaar steen was geschonken. Op veel van dit soort stenen vindt men de afkorting V.S.L.M. Votuvm Solvit Libens Merito. Dit is een vaste wijdingsformule die inhoudt dat de schenker een gelofte had gedaan. De godin werd om een gunst gevraagd en hier werd de belofte tegenovergesteld dat als de wens in vervulling gegaan was zij geëerd zou worden door de schenking van een monument.

De wetenschappers zijn er nog steeds niet uit wat haar naam betekent. In de 17de eeuw kwam men met een aantal fraaie verklaringen. Zo ontsproten aan het fantasierijke brein van Huygens de volgende verklaringen die met visserij te maken hebben: 'Net hael inne' of 'Nieuw hael inne', maar ook 'Pas gevangen' of 'Pas gezouten' wat hij uit een Grieks woord meende te kunnen afleiden. De Fransman Claude de Saumaise die sinds 1631 hoogleraar te Leiden was, kwam met de suggestie dat haar naam misschien afgeleid zou kunnen worden van de plaatsnaam Nehal 'Nieuwe Markt' (Halle).

Ook is de naam etymologische bekeken. Kern komt hierbij met de veronderstelling dat de naam afgeleid is van het bijwoord neihan en zo te verklaren is als 'de vriendelijke schenkster'. Van Dr. R.B. Halbertsma, conservator Griekse en Romeinse oudheden, kregen we de volgende uitleg: waarschijnlijk is de naam van deze godin afgeleid uit de Germaanse taalelementen *nehwa-lennio. Deze elementen betekenen 'behulpzaam', 'dichtbij treden', 'beschermend', 'behulpzaam naderend'. In combinatie met het beveiligende karakter van de godin (zij stond immers borg voor een behouden zeereis tussen het continent en Britannia) lijkt deze verklaring aannemelijk.

Nehelennia wordt wel gezien als een vriendelijker vorm van Hella, maar het zijn twee verschillende godinnen. Deze theorie is ontstaan om dat beide met de dood te maken hebben. Nehelennia is ook godin van de dood en niet zoals Hella de godin van het dodenrijk. Mijns inziens begeleidt een godin van de dood degene die overgaat tijdens en vlak na het sterven. Hella, als heerseres over het dodenrijk, daarin tegen ontvangt de overledenen in haar hal.

Naar mijn mening is Nehelennia al heel oud en was ze al godin van de Lage Landen voor de Asen en de Wanen hier kwamen. Het is geen gemakkelijke godin, maar haar liefde voor haar land en alles wat daarbij hoort is groot. Ik kan niet anders zeggen dan dat ze recht door zee is, als ze iets wil maakt ze dat kort maar krachtig duidelijk. Het beeld wat ik van haar heb is dat van een volslanke vrouw, gekleed in een lang gewaad in blauw/groene tinten.

Nehelennia is de Vrouwe van de Lage Landen. Zij is de godin van de zee, het land, en van vruchtbaarheid. Daar waar land en water samenkomen werd zij vereerd. Dat wil zeggen: de kustgebieden. Nederland is een land van twee elementen: aarde en water. Hierdoor is het voor velen van ons moeilijk uit te maken of we bij het water of bij het land horen. Aarde en water kunnen niet zonder elkaar, maar horen samen te werken. Voor onze voorouders was het water deels een bedreiging en in de loop der tijden zijn de Nederlanders er over het algemeen zeer goed in geslaagd het water onder controle te krijgen. Denk maar aan alle dijken, sluizen en gemalen die er gebouwd zijn om het land tegen het water te beschermen. Daar is op zich niets op tegen, maar tegenwoordig gaat het wel erg ver en krijgt het water bijna geen kans meer z'n eigen weg te zoeken. Gelukkig is men weer aan het zoeken naar een meer natuurlijke vorm van bescherming. Nehelennia leert ons het water weer te vertrouwen, het eeuwige spel tussen land en water weer te spelen. Kijk maar naar het spel van de zee. Soms neemt de zee en soms geeft de zee. Gebo: geven en nemen, uitwisseling!

Bronnen:

De Romeinse tijd in Nederland - Marijke Brouwer
Rijksmuseum van Oudheden
De Bataafse Leeuw, Amsterdam 1993

Nehalennia - dr. P. Stuart
AO-boekje 1340 Stichting IVIO, Amsterdam

Altgermanische Religionsgeschichte, Band I en II - Jan de Vries
Walter de Gruyter & Co., Berlijn, 1956, 1957

Leaves of Yggdrasil - Freya Aswynn
Llewellyn Publications, St. Paul, USA, 1990
ISBN 0-87542-024-9


Terug