Nerthus:
Naar een Identificatie

William P. Reaves
©Copyright oorspronkelijke tekst:
William P. Reaves
Door de auteur ter publicatie aan Boudicca's Bard aangeboden
.

Nederlandse vertaling:
Fred (
fred@boudicca.de) 2003.
Het copyright van deze nederlandstalige tekst ligt bij Boudicca's Bard.

 

De identiteit van de godin Nerthus, door Tacitus in zijn Germania ook Terra Mater, Moeder Aarde genoemd, is het onderwerp van veel wetenschappelijke debat geweest. Daarom geloof ik dat het nuttig zou zijn om de identiteit van de Aard Moeder in de Germaanse literatuur te onderzoeken en te bekijken of we enige correlatie kunnen ontdekken tussen haar en de godin Nerthus van Tacitus.

Door alle gedichten van de Oude Edda wordt het gebruik van verschillende namen voor hetzelfde karakter over de lezer uitgestrooid. Bijvoorbeeld: het gedicht Rigsthula noemt Heimdall, Righ. Uit Grimnismal weten we dat Odin ten minste negen-en-veertig namen heeft. De Vroege Edda vertelt ons ook dat de goden polynymous (veelnamig) kunnen zijn en informeren ons dat Freyja ook Mardoll, Vanadis, Horn en Syr genoemd kan worden. Dit dichterlijk gebruik, ook polynomy genaamd is een karakteristiek kenmerk van de skaldische kunst. Door de bijnamen van bekende karakters met elkaar te vergelijken kunnen we vaak veel meer te weten komen dan voordien bekend was over dat karakter. Dat was de techniek die de thans overleden Zweedse geleerde Viktor Rydberg toepaste in zijn twee-delig werk, “Unders kingar i Germanisk Mythologi”, 1886, 1889. (Volume één is vertaald in het Engels als Teutonic Mythology, 1889.)

Uit de gedichten die betrekking hebben op Thor in de Oude Edda weten we dat ook hij een aantal bijnamen heeft. De skalden noemen hem Hlorridi, Veor en Odin's zoon, en bovendien refereren ze vaak naar hem als Jord's Zoon. Jord betekent letterlijk Aarde en daarom, voor duidelijke redenen, wordt zij gezien als Moeder Aarde (Terrae Mater). Buiten dat weten we weinig over deze belangrijke godin. Een vergelijking tussen de bronnen levert echter een schat aan informatie over haar op.
   
We kunnen aannemen dat Jord, net als andere karakters in the mythen polynomous is, en deze aanname wordt onmiddellijk bevestigd in Harbardsljod 56 waar Thor Fjörgyn's zoon genoemd wordt and Voluspa 55 welke Thor Hlodyn's zoon noemt. Dus: de godin Jord wordt ook Fjörgyn en Hlodyn genoemd; de naam Hlodyn is een vrouwelijke vorm die “Haard” betekent en kan te maken hebben met Vrouw Holle van de Germaanse traditie. Van Jord’s familie-relaties zegt Snorri Sturrelsson in de Vroege Edda:

(Vertaling: Arthur Brodeur) "Nörfi of Narfi is de naam van een gigant die woonde in Jotunheim. Hij had een dochter genaamd Nacht; ze was zwartig en donker, zoals bij haar ras hoorde. Ze werd gegeven aan een man genaamd Naglfari; hun zoon was Audr. Nadien was ze getrouwd met hem die Annarr werd genoemd; Jörd (Aarde) was hun dochter; Tenslotte had Ochtendgloren (Delling) haar, en hij was van het ras van de Aesir; hun zoon was Dag."

Omdat Jord de kleindochter is van een gigant genaamd Narfi wordt vaak gedacht dat zij ook een gigant is, maar we moeten in het oog houden dat zelfs vele van de belangrijkste goden giganten-bloed door hun aderen hebben stromen. Van de kinderen van Nacht zijn er twee welbekend, Jord en Dag. Audr, ook Unnr (Udr) genoemd, is dat echter niet, en daarom moeten we bij de bijnamen kijken of we een persoonlijkheid kunnen ontdekken die beter bekend is. Natuurlijk kan de broer van zulke bekende persoonlijkheden als Aarde en Dag niet onbekend zijn. De naam Audr betekent "rijk" en zijn alternatieve vorm Unnr betekent "golf". Dus lijkt het erop dat Audr-Unnr een god van de handel en de zee zou kunnen zijn. In aanvulling op de naam Audr zouden we de beschrijvende frase "audigr sem Njordr" moeten toevoegen, hetgeen “zo rijk als Njord” betekent. Njord heeft de macht over de handel over de zee en kustplaatsen, in tegenstelling tot Aegir en Ran die de vertegenwoordigers zijn van de ruwere wateren en de grote westelijke oceaan. Deze vergelijking is nog geen overtuigend bewijs en er zouden geen conclusies uit getrokken moeten worden. Op dit punt geef ik slechts de suggestie dat met Audr ook Njord bedoeld kan worden.

Tacitus, terwijl hij zijn Germania schrijft, heeft ook gehoord van een aardgodin onder de Teutonen. In hoofdstuk 2 spreekt Tacitus over Tuisto, "een aard-geboren god", die de Germanen vereren “met de traditionele liederen die hun enig verslag van het verleden zijn." Hoofdstuk 27 bevestigt dat dit een algemeen geloof onder de Germaanse stammen was doordat het vermeldt dat de voorgaande hoofdstukken een “algemeen verslag” bevatten van de “oorsprong en de gebruiken van de Germanen in het algemeen” was. Dus: het geloof in de aard-geboren god Tuisto, vereerd in de traditionele liederen wijdverbreid was onder alle Germaanse heidenen. De naam zelf levert ons geen aanwijzing op voor wat betreft de identiteit van de god. Het is afgeleid van de stam “Tiu” en dat betekent simpelweg “god”. De beschrijving van Tuisto correspondeert echter precies met die van de meest populaire Germaanse god, de aard-geboren Thor, die inderdaad in een aantal gedichten van de Edda vereerd wordt, de liederen die het heidense verslag vormen van het verleden. Voluspa noemt hem "Hlodyn's vereerde zoon," een beschrijving die perfect overeenkomt met die van Tacitus over hem. Van de “aard-geboren” god Thor wordt gezegd dat hij het meest in liederen wordt vereerd in het hele Germaanse territorium. Zoals we weten wijst de frase “Jord’s zoon”
  direct op het feit dat we het hier dan over Thor hebben en in de Teutoonse mythcycle zijn de verhalen en gedichten die over Thor gaan zonder twijfel het meest populair. Wat Tacitus verder over Tuisto te vertellen heeft kan kortheidshalve beter elders onderzocht worden, maar beschrijven ook duidelijk het beste van de Aesir.

In Hoofdstuk 40 van de Germania vertelt Tacitus ons bloemrijk over de cultus van de godin Nerthus, die hij identificeert als Terra Mater, Moeder Earth. Grimm en Vigfusson leggen beide de connectie tussen de naam Nerthus en de vrouwelijke vorm van Njord: Nirdu.
De twee-slachtige vorm is niet ongebruikelijk in de skaldische dichtvorm waarin we zulke vormen aantreffen als Frey en Freya, Fjörgynr en Fjörgyn, Audr en Auda. Dus vinden we in Nerthus een vrouwelijke vorm van de mannelijke naam Njord, de god van handel op de zeeën. Volgens Tacitus, delen de Longobardi stam in het bijzonder, en hun naaste buren bij de zee “een algemeen vereren voor Nerthus” en “geloven dat zij in menselijke zaken deelneemt”.

Over Njord vertelt Ynglingasaga 4 dat toen hij onder de Vans leefde hij zijn zuster als vrouw had, zoals dat toen het gebruik was. Maar onder de Aesir was het verboden om zo’n dichte familierelatie te trouwen. Lokasenna 36 bevestigt dit gezichtspunt omdat daar Loki Njord ervan beschuldigt om Frey verwekt te hebben bij zijn eigen zuster. Deze zuster is schijnbaar onbekend, maar gebaseerd op de ethymologie alsmede  haar beschrijving in Snorri’s Edda, is Nerthus-Jord een goede kandidaat.


En we hebben zeker de bronnen nog niet uitgeput voor wat betreft Jord. Een vreemde parallel, aangetroffen in Paul The Deacon’s History of the Lombards en Tacitus verhaal over de godin Nerthus, leveren meer aanwijzingen op voor wat betreft de identiteit van de Aard godin, Jord.
  
In een veel gequote passage verhaalt Paulus Deaconus een “onnozel verhaal, zoals verteld door een oude man” waarin Frigg de leider van de Vinnilli stam een overwinning voor hen behaalde door haar echtgenoot in de maling te nemen. Voordien hadden de tegenstanders van de Vinnilli naar Odin gebeden voor steun. Hij antwoordde dat hij de overwinning zou schenken aan zij die hij als eerste aan de horizon zou zien als het ochtend werd. Met deze wetenschap zei Frigg tegen de Vinnilli dat ze voor het ochtendgloren moeten opstaan en achter hun vrouwvolk aan moesten lopen.
De vrouwen zouden dan hun lange haar over hun gezichten in de vorm van baarden kammen. Vervolgens keerde Frigg het bed van Odin om toen deze sliep, hij wekte hem en, toen hij de achterhoede van de Vinnilli zag vroeg hij: “Wie zijn deze Langbaarden?” Sinds die tijd werden zij Longobarden, de Lombards, genoemd.

Tacticus weet dat Nerthus de patroonheilige van de Longobarden is, Paulus Deconus noemt deze godin Frigg (Frea). Dus: in één bron is Nerthus de patroon van de Lombards en in de andere is dat Frigg. Van beiden wordt gezegd dat ze zich bezig houden met menselijke zaken. De niet te ontkomen conclusie is natuurlijk dat Frigg, Jord en Nerthus identiek zijn.

Deze conclusie zou Frigg de zuster van Njord maken en dus ook een Vana-godin. Van Njord kreeg ze de kinderen Frey en Freyja, en van Odin de zonen Thor, Balder en Hodr. Dus is ze werkelijk de Moeder van de goden. Tacitus bevestigt beide de stellingen. In Hoofdstuk 45 van Germania zegt hij (Vertaling: H. Mattingly) "De Aestii, die dezelfde gebruiken en vormen hebben als de Suebi, maar een taal die meer op die van de Britten lijkt"...."vereren de moeder van de goden, en dragen, als een embleem van deze cultus, het teken van het wilde zwijn." Het zwijn is intiem verbonden met de Van goden Frey en Freya (eigenaren van het zwijn Gullinbursti). Het zwijn in het bijzonder is een wezen van de aarde omdat het in de aarde wroet voor voedsel. Hier is het zwijn een embleem voor de cultus van “de moeder van de goden”. Archeologisch onderzoek bewijst dat een dergelijke cultus heeft bestaan.

Verder schrijven onze bronnen een bepaalde karaktertrek aan Frigg, en aan de Vanir, toe. Lokasenna 29 laat Freya zeggen "Frigg kent Urd's wet betrekkende alle levende dingen, al spreekt ze daar niet over". In Lokasenna 25 spreekt Frigg zelf over "Urd's wet." Odin heeft niet de macht van het in de toekomst zien (voorzien), noch neemt Frigg hem in vertrouwen. In Vegtamskvida komt Odin niet voor de tijd de details van de dood van Balder te weten van zijn vrouw, maar van een Vala in Hel (Vegtamskvida).  In Thrymskvida 16 wordt van Heimdall gezegd dat hij “kan voorzien zoals alle Vanir" en voor de Ragnarok zegt Voluspa dat Njord naar de “wijze Vans” zal terugkeren (Vafthrudnirsmal 39). Het moet opgemerkt worden dat de Vans ook de Asas hebben veroverd door middel van "vigspa" (Voluspa) gedurende het Van-As conflict. De macht van voorspelling is karakteristiek voor de Vanir. Frigg bezit deze kennis. Als zij Jord is, de waarschijnlijke zuster van de Vanir god Njord, zou dit perfect kunnen kloppen.

Het bewijs is echter niet overtuigend. Echter, binnen het raster van Viktor Rydberg's reconstructie van de Teutoonse mythische epiek, wordt de rol van Frigg als Moeder Aarde duidelijk.
Deze identificatie voegt veel toe aan de symbolische interpretatie van de mythen, hetgeen altijd voorop stond in de geest van de skalden; Wanneer Harbard aan Thor vertelt dat zijn “moeder dood moet zijn" is het antwoord van Thor dat Harbard thans iets zegt dat “voor ieder mens” de verschrikkelijkste gedachte is. De vanzelfsprekende interpretatie is hier dat iedereen het verschrikkelijk zou vinden om te horen dat zijn moeder was gestorven, maar we moeten ons herinneren dat de moeder van Thor Jord, de aarde, was Het idee dat de Aarde dood is, is inderdaad de verschrikkelijkste gedachte die “iedere man”, de mensheid zou kunnen hebben. Interessant is dat Harbard toevoegt dat Thor “het verleden duidelijk ziet", hetgeen zeer waarschijnlijk een grappige verwijzing is naar Frigg’s kennis van “Urd’s wet” en Thor’s gebrek hieraan.

In Harbardsljod 56 wordt Thor de zoon van Fjörgyn genoemd, daardoor is de vrouwelijke vorm Fjörgyn een bijnaam van Jord, Thor's moeder. In Lokasenna 26 wordt Frigg een dochter van Fjörgynnr, een mannelijk naam, genoemd. Hier hebben we een mannelijke en een vrouwelijke naam, die gebaseerd is op dezelfde stam, net zoals Freyr en Freyja, en Njord en Nerthus. Dit schijnt gebruikelijk te zijn onder de Vanir. <<<Merk op dat Rydberg, die Jord en Frigg identificeert, een verschil maakt tussen de vrouwelijke vorm, Fjörgyn, aangetroffen als de naam van Thor’s moeder in Harbardsljod 56 en de mannelijke vorm, Fjörgynn, aangetroffen als de naam van Frigg’s vader in Lokasenna 26. De Neckel-Kuhn tekst maakt ook onderscheid tussen beide naam-vormen in de namen-index achterin zijn werk over de gedichten van de Edda’s, en Jacob Grimm maakte hetzelfde onderscheid.>>>

Dus: in de Noorse mythologie is Fjörgynnr de schoonvader van de storm- and wind-god Odin en de grootvader van de donderende Thor. Dit vertoont een hoge graad van waarschijnlijkheid, omdat hij onder de Germanen ook het dichtst met natuurlijke fenomenen als storm en donder in verbinding stond. Zijn naam is ook gerelateerd aan het Slavische Perkun, de dondergod. De godin Jord draagt zijn naam in de vrouwelijke vorm, Fjörgyn. Datgene wat Frigg thans vertegenwoordigt, niet het land en de aarde als zodanig, maar het "eiken-groen" (eikigroenu), oogst-dragend, leven-gevende aarde, Moeder Aarde (Terra Mater, Tacitus) en daardoor, omdat ze in deze vorm een conceptie van regen-gever is en haar kracht van hem ontvangt, zo zullen deze familierelaties de waarschijnlijkheid verhogen dat Fjörgynn, gelijk de Indiaase Paraganya de meester over de regenstorm was.
Daardoor wordt licht geworpen over een insinuatie die voorkomt in Lokasenna 26. Loki, die de goden en godinnen overstelpt met beledigingen, zegt daar: "Hou je stil Frigg! Jij bent  Fjörgynn's dochter" en voegt daaraan toe dat ze altijd wellustig is geweest. Het is duidelijk dat de woorden "Jij bent Fjörgynn's dochter" in deze associatie niet slechts een genealogisch punt kan zijn, maar moeten meer bedoeld zijn als een belediging, en ook een verwijzing naar een relatie die bedoeld is om haar te kleineren.  

En het zou ook niet als een verrassing moeten komen. In het gedicht Lokasenna treffen we Frigg, Freya en Njord aan als een groep die beschuldigd worden van incest. Van Freyja wordt gezegd dat ze het bed zou hebben gedeeld met alle aanwezige Aesir en Elven, waaronder haar eigen broer Freyr, en van Njord wordt gezegd dat hij zijn zoon Freyr bij zijn eigen zuster verwekt heeft. Lokasenna 36 laat Loki over Frey zeggen: "Stop daar Njord, blijft in de buurt, ik kan het geheim niet langer bewaren! Bij je zuster heb je die zoon verwekt!" Frigg wordt ook beschuldigd van het slapen met de broers van haar echtgenoot Odin, Vili en Ve, hetgeen in oeroude tijden als incest werd beschouwd. Onder de Vanir werd dit soort relaties echter geaccepteerd, onder de Aesit niet. Merk in het gedicht Lokasenna op hoe Frigg, Freyja en Njord als groep reageren op Loki en dat ze elkaar verdedigen, Loki voegt zelfs Frey bij door hem te noemen. Dit versterkt het gevoel van familiebanden tussen hen. De dichters zijn subtiel, maar ze laten ons wel die connectie tussen Frigg en Njord weten.

Deze identificatie werkt zelfs goed als symbolisme van de Natuur, welke één niveau is waarop de symbolische betekenis van mythen werkt. We weten dat Njord een Van is (Vafthrudnirsmal 39). Hij is een kind van de Aarde en de Dag. Dus zijn Aarde en Zee zuster en broer van elkaar. We weten dat Njord de vader is van Frey en Freya (Gylf. 24).
  Dus verwekten Njord en Jord, zijnde de rijke Zee en de Aarde, Frey en Freya, Vruchtbaarheid. Snorri verleent hieraan ook enige steun. Toen Hermod de dode Balder in de onderwereld bezocht kwam hij terug met cadeaus. Balder's vrouw Nanna geeft aan Frigg een sluier als cadeau. Balder geeft hem de ring Draupnir, die regelmatig meer ringen maakt. De ring is een symbool van vruchtbaarheid, hetgeen de sluier ook kan zijn. Een sluier is bedoeld om de godin te bedekken, zoals het groen de grond bedekt. Na de dood van haar “zon” begint Frigg ook te verwelken en dood te gaan, maar Nanna stuurt symbolisch een sluier (van bloemen en vegetatie) terug vanuit de lagere wereld om haar opnieuw mooi te maken. De lagere wereld bevat de zaden die de Aarde iedere lente weer mooi maken. Het is een passend cadeau voor de Aard Moeder.

Voluspa levert meer ondersteuning voor de conclusie dat de heidense skalden van deze overeenkomst tussen Frigg en Njord kenden. In Voluspa 52, dat over de dood van Odin en Frey gedurende Ragnarok gaat, eindigt de strofe met de woorden "Frigg's geliefden zullen vallen" (staat zeer dicht bij de dood van Frey "Beli’s heldere doder"). Als Frigg inderdaad Jord is, en tevens de moeder van Frey, zou dit meer gewicht verlenen aan Voluspa, strofe 52, die de worstelingen beschrijft van Frey met Surt en Odin tegen de Fenris Wolf. We nemen aan dat haar geliefde Odin is, maar we weten ook dat ze veel van haar kinderen hield, zoals werd aangetoond in het voorbeeld van de dood van Balder. Dus met “Frigg’s geliefden" bedoelde de dichter zowel Freyr als Odin. Het is een ander voorbeeld van het slimme en economische gebruik van taal die een kenmerk is van oud Noorse gedichten. Merk ook op dat voor zijn dood in Voluspa 55, Thor's moeder twee maal wordt aangeroepen. She wordt Hlodyn en Jord in dezelfde zin genoemd. Onmiddellijk daarna wordt gesteld dat de aarde in de zee gezonken zou zijn. Als Frigg de vruchtbare Aarde is, de moeder van de goden, Thor, Balder, Hodr, Frey en Freya, dan heeft de dichter haar vijf keer genoemd in de voorgaande verzen als Odin's vrouw, Freyr’s moeder en Thor’s moeder, voordat “de aarde in de zee zinkt".

En strofe 77 van Solarljod lijkt de zaak tenslotte te beslechten. Het luidt
:

77. Odin's vrouw roeit in het schip van de aarde, zin in pleziertjes, haar zeilen zijn laat gereefd, waaraan de touwen van begeerte zijn gehangen.

Odin's vrouw of "Oçin's kvin" moet duiden op Frigg, omdat "kvin" iemand’s legale vrouw aangeeft en het woord geeft tevens de suggestie van "koningin". We kunnen denken aan Jord, de moeder van Thor, maar de beschrijving past het best bij Frigg. En terwijl Loki haar wellustig noemde, en openlijk over haar ontrouw sprak, lijkt dit vers erop te wijzen dat ze ook wat “speels” was.


Niet onverwacht wordt "Odin's vrouw" opnieuw geassocieerd met Njord, Freyr en Freyja. In 78 vinden we een referentie naar een "herts horen", hetgeen me onmiddellijk herinnert aan de opmerking dat "Frey doodde Beli met een herts horen", welke volgens mij ergens in de Vroege Edda staat. Vigdvalin is onbekend, maar Dvalin is één van de vier dwergen die Brisingsamen voor Freyja maken. In 79 komen we te weten over de negen dochters van Njord.

78. Zoon (Erfgenaam)! Ik, Uw vader en Solkatla's zonen alleen hebben voor jou de horen van hert te pakken gekregen, die van de graf-heuvel de wijze Vigdvalin droeg.
79. Hier zijn de runen die Njord’s negen dochters ingegraveerd hebben: Radvor de oudste, en Kreppor de jongste en hun zeven zusters.

Terwijl de Edda’s nergens Frigg daadwerkelijk met de godin Jord identificeren geeft het bovenstaande sterke aanwijzingen dat de oeroude Germaanse stammen van deze relatie afwisten en over een enkele godin spraken als ze het hadden over Frigg, Jord, Frea, Fjörgyn, Hlodyn, Hlin en Nerthus. Ik werd voor het eerst op de identiteit van deze bijnamen van Frigg gewezen door Viktor Rydberg, door het gebruik daarvan door Tacitus en de Longobardische saga, (daarbij aantonend dat Rydberg niet blind bleef vasthouden aan de gedichten van de Vroegere Edda, maar altijd de beweringen van gerelateerde documenten meenam om zijn conclusies te ondersteunen en ontwikkelen). Alhoewel de oorspronkelijke identificatie op het conto van Rydberg moet komen wil ik hierbij wel duidelijk stellen dat ik, door mijn eigen onderzoek, de identiteit heb kunnen vaststellen, zoals boven is aangegeven.

Tot wil ik hier melden dat, indien Frigg de aard-godin is, dat haar de matriarch van de goden maakt. Zij zou dan de moeder van de hoogste goden zijn. Een soort van “al-moeder" zou je kunnen zeggen. Stel je eens voor:

Frigg en Njord en hun kinderen Frey en Freyja, Frigg en Odin en hun kinderen Thor, Balder en Hodr.
Het zou ook betekenen dat de echtgenoten van beide, Njord and Odin, aanwezig zijn in Asgard en dat zou zowel de voorname plaats van de aard moeder in de archeologische verslagen verklaring, alsmede de hoge status die aan vrouwen wordt toebedeeld in de Germaanse cultuur.


Terug