Door alle gedichten van de Oude Edda wordt het
gebruik van verschillende namen voor hetzelfde karakter over de lezer
uitgestrooid. Bijvoorbeeld: het gedicht Rigsthula noemt Heimdall, Righ. Uit
Grimnismal weten we dat Odin ten minste negen-en-veertig namen heeft. De Vroege
Edda vertelt ons ook dat de goden polynymous (veelnamig) kunnen zijn en
informeren ons dat Freyja ook Mardoll, Vanadis, Horn en Syr genoemd kan worden.
Dit dichterlijk gebruik, ook polynomy genaamd is een karakteristiek kenmerk van
de skaldische kunst. Door de bijnamen van bekende karakters met elkaar te
vergelijken kunnen we vaak veel meer te weten komen dan voordien bekend was
over dat karakter. Dat was de techniek die de thans overleden Zweedse geleerde
Viktor Rydberg toepaste in zijn twee-delig werk, “Unders kingar i Germanisk Mythologi”,
1886, 1889. (Volume één is vertaald in het Engels als Teutonic Mythology,
1889.)
Uit de gedichten
die betrekking hebben op Thor in de Oude Edda weten we dat ook hij een aantal
bijnamen heeft. De skalden noemen hem Hlorridi, Veor en
Odin's zoon, en bovendien refereren ze vaak naar hem als Jord's Zoon. Jord
betekent letterlijk Aarde en daarom, voor duidelijke redenen, wordt zij gezien
als Moeder Aarde (Terrae Mater). Buiten dat weten we weinig over deze
belangrijke godin. Een vergelijking tussen de bronnen levert echter een schat
aan informatie over haar op.
We kunnen aannemen dat Jord, net als andere karakters in the mythen polynomous
is, en deze aanname wordt onmiddellijk bevestigd in Harbardsljod 56 waar Thor
Fjörgyn's zoon genoemd wordt and Voluspa 55 welke Thor Hlodyn's zoon noemt.
Dus: de godin Jord wordt ook Fjörgyn en Hlodyn genoemd; de naam Hlodyn is een
vrouwelijke vorm die “Haard” betekent en kan te maken hebben met Vrouw Holle
van de Germaanse traditie. Van Jord’s familie-relaties zegt Snorri Sturrelsson
in de Vroege Edda:
(Vertaling: Arthur Brodeur) "Nörfi of Narfi is de naam van een gigant die
woonde in Jotunheim. Hij had een dochter genaamd Nacht; ze was zwartig en
donker, zoals bij haar ras hoorde. Ze werd gegeven aan een man genaamd
Naglfari; hun zoon was Audr. Nadien was ze getrouwd met hem die Annarr werd
genoemd; Jörd (Aarde) was hun dochter; Tenslotte had Ochtendgloren (Delling)
haar, en hij was van het ras van de Aesir; hun zoon was Dag."
Omdat Jord de kleindochter is van een gigant genaamd Narfi wordt vaak gedacht
dat zij ook een gigant is, maar we moeten in het oog houden dat zelfs vele van
de belangrijkste goden giganten-bloed door hun aderen hebben stromen. Van de
kinderen van Nacht zijn er twee welbekend, Jord en Dag. Audr, ook Unnr (Udr)
genoemd, is dat echter niet, en daarom moeten we bij de bijnamen kijken of we
een persoonlijkheid kunnen ontdekken die beter bekend is. Natuurlijk kan de
broer van zulke bekende persoonlijkheden als Aarde en Dag niet onbekend zijn.
De naam Audr betekent "rijk" en zijn alternatieve vorm Unnr betekent
"golf". Dus lijkt het erop dat Audr-Unnr een god van de handel en de
zee zou kunnen zijn. In aanvulling op de naam Audr zouden we de beschrijvende
frase "audigr sem Njordr" moeten toevoegen, hetgeen “zo rijk als
Njord” betekent. Njord heeft de macht over de handel over de zee en
kustplaatsen, in tegenstelling tot Aegir en Ran die de vertegenwoordigers zijn
van de ruwere wateren en de grote westelijke oceaan. Deze vergelijking is nog
geen overtuigend bewijs en er zouden geen conclusies uit getrokken moeten
worden. Op dit punt geef ik slechts de suggestie dat met Audr ook Njord bedoeld
kan worden.
Tacitus, terwijl hij zijn Germania schrijft, heeft ook gehoord van een
aardgodin onder de Teutonen. In hoofdstuk 2 spreekt Tacitus over Tuisto,
"een aard-geboren god", die de Germanen vereren “met de traditionele
liederen die hun enig verslag van het verleden zijn." Hoofdstuk 27
bevestigt dat dit een algemeen geloof onder de Germaanse stammen was doordat
het vermeldt dat de voorgaande hoofdstukken een “algemeen verslag” bevatten van
de “oorsprong en de gebruiken van de Germanen in het algemeen” was. Dus: het
geloof in de aard-geboren god Tuisto, vereerd in de traditionele liederen
wijdverbreid was onder alle Germaanse heidenen. De naam zelf levert ons geen
aanwijzing op voor wat betreft de identiteit van de god. Het is afgeleid van de
stam “Tiu” en dat betekent simpelweg “god”. De beschrijving van Tuisto
correspondeert echter precies met die van de meest populaire Germaanse god, de
aard-geboren Thor, die inderdaad in een aantal gedichten van de Edda vereerd
wordt, de liederen die het heidense verslag vormen van het verleden. Voluspa
noemt hem "Hlodyn's vereerde zoon," een beschrijving die perfect
overeenkomt met die van Tacitus over hem. Van de “aard-geboren” god Thor wordt
gezegd dat hij het meest in liederen wordt vereerd in het hele Germaanse
territorium. Zoals we weten wijst de frase “Jord’s zoon” direct op het feit dat we het hier dan over
Thor hebben en in de Teutoonse mythcycle zijn de verhalen en gedichten die over
Thor gaan zonder twijfel het meest populair. Wat Tacitus verder over Tuisto te
vertellen heeft kan kortheidshalve beter elders onderzocht worden, maar
beschrijven ook duidelijk het beste van de Aesir.
In Hoofdstuk 40 van de Germania vertelt Tacitus ons bloemrijk over de cultus
van de godin Nerthus, die hij identificeert als Terra Mater, Moeder Earth.
Grimm en Vigfusson leggen beide de connectie tussen de naam Nerthus en de
vrouwelijke vorm van Njord: Nirdu. De twee-slachtige vorm is niet ongebruikelijk in de skaldische dichtvorm
waarin we zulke vormen aantreffen als Frey en Freya, Fjörgynr en Fjörgyn, Audr
en Auda. Dus vinden we in Nerthus een vrouwelijke vorm van de mannelijke naam
Njord, de god van handel op de zeeën. Volgens Tacitus, delen de Longobardi stam
in het bijzonder, en hun naaste buren bij de zee “een algemeen vereren voor
Nerthus” en “geloven dat zij in menselijke zaken deelneemt”.
Over Njord vertelt Ynglingasaga 4 dat toen hij onder de
Vans leefde hij zijn zuster als vrouw had, zoals dat toen het gebruik was. Maar
onder de Aesir was het verboden om zo’n dichte familierelatie te trouwen.
Lokasenna 36 bevestigt dit gezichtspunt omdat daar Loki Njord ervan beschuldigt
om Frey verwekt te hebben bij zijn eigen zuster. Deze zuster is schijnbaar
onbekend, maar gebaseerd op de ethymologie alsmede haar beschrijving in Snorri’s Edda, is Nerthus-Jord een goede
kandidaat.
En we hebben zeker de bronnen nog niet uitgeput voor wat betreft Jord. Een
vreemde parallel, aangetroffen in Paul The Deacon’s History of the Lombards en
Tacitus verhaal over de godin Nerthus, leveren meer aanwijzingen op voor wat
betreft de identiteit van de Aard godin, Jord.
In een veel gequote passage verhaalt Paulus Deaconus een “onnozel verhaal,
zoals verteld door een oude man” waarin Frigg de leider van de Vinnilli stam
een overwinning voor hen behaalde door haar echtgenoot in de maling te nemen.
Voordien hadden de tegenstanders van de Vinnilli naar Odin gebeden voor steun.
Hij antwoordde dat hij de overwinning zou schenken aan zij die hij als eerste
aan de horizon zou zien als het ochtend werd. Met deze wetenschap zei Frigg
tegen de Vinnilli dat ze voor het ochtendgloren moeten opstaan en achter hun
vrouwvolk aan moesten lopen. De vrouwen zouden dan hun lange haar over hun gezichten in de vorm van
baarden kammen. Vervolgens keerde Frigg het bed van
Odin om toen deze sliep, hij wekte hem en, toen hij de achterhoede van de
Vinnilli zag vroeg hij: “Wie zijn deze Langbaarden?” Sinds die tijd werden zij
Longobarden, de Lombards, genoemd.
Tacticus weet dat Nerthus de patroonheilige
van de Longobarden is, Paulus Deconus noemt deze godin Frigg (Frea). Dus: in
één bron is Nerthus de patroon van de Lombards en in de andere is dat Frigg. Van beiden wordt gezegd dat ze zich bezig
houden met menselijke zaken. De niet te ontkomen
conclusie is natuurlijk dat Frigg, Jord en Nerthus identiek zijn.
Deze conclusie zou Frigg de
zuster van Njord maken en dus ook een Vana-godin. Van Njord
kreeg ze de kinderen Frey en Freyja, en van Odin de zonen Thor, Balder en Hodr. Dus is ze
werkelijk de Moeder van de goden. Tacitus bevestigt beide de stellingen. In Hoofdstuk
45 van Germania zegt hij (Vertaling: H. Mattingly) "De Aestii, die
dezelfde gebruiken en vormen hebben als de Suebi, maar een taal die meer op die
van de Britten lijkt"...."vereren de moeder van de goden, en dragen,
als een embleem van deze cultus, het teken van het wilde zwijn." Het zwijn
is intiem verbonden met de Van goden Frey en Freya (eigenaren van het zwijn
Gullinbursti). Het zwijn in het bijzonder is een wezen van de aarde omdat het
in de aarde wroet voor voedsel. Hier is het zwijn een embleem voor de cultus
van “de moeder van de goden”. Archeologisch onderzoek bewijst dat een
dergelijke cultus heeft bestaan.
Verder schrijven onze bronnen een bepaalde karaktertrek aan Frigg, en aan de
Vanir, toe. Lokasenna 29 laat Freya zeggen "Frigg kent Urd's wet
betrekkende alle levende dingen, al spreekt ze daar niet over". In
Lokasenna 25 spreekt Frigg zelf over "Urd's wet." Odin heeft niet de
macht van het in de toekomst zien (voorzien), noch neemt Frigg hem in
vertrouwen. In Vegtamskvida komt Odin niet voor de tijd de details van de dood
van Balder te weten van zijn vrouw, maar van een Vala in Hel (Vegtamskvida).
In Thrymskvida 16 wordt van Heimdall gezegd dat hij “kan voorzien zoals
alle Vanir" en voor de Ragnarok zegt Voluspa dat Njord naar de “wijze
Vans” zal terugkeren (Vafthrudnirsmal 39). Het moet opgemerkt worden dat de
Vans ook de Asas hebben veroverd door middel van "vigspa" (Voluspa)
gedurende het Van-As conflict. De macht van voorspelling is karakteristiek voor
de Vanir. Frigg bezit deze kennis. Als zij Jord is, de waarschijnlijke zuster
van de Vanir god Njord, zou dit perfect kunnen kloppen.
Het bewijs is echter niet overtuigend. Echter, binnen het raster van Viktor
Rydberg's reconstructie van de Teutoonse mythische epiek, wordt de rol van
Frigg als Moeder Aarde duidelijk. Deze identificatie voegt veel toe aan de symbolische interpretatie van de
mythen, hetgeen altijd voorop stond in de geest van de skalden; Wanneer Harbard
aan Thor vertelt dat zijn “moeder dood moet zijn" is het antwoord van Thor
dat Harbard thans iets zegt dat “voor ieder mens” de verschrikkelijkste gedachte
is. De vanzelfsprekende interpretatie is hier dat
iedereen het verschrikkelijk zou vinden om te horen dat zijn moeder was
gestorven, maar we moeten ons herinneren dat de moeder van Thor Jord, de aarde,
was Het idee dat de Aarde dood is, is inderdaad de verschrikkelijkste gedachte
die “iedere man”, de mensheid zou kunnen hebben. Interessant is dat Harbard
toevoegt dat Thor “het verleden duidelijk ziet", hetgeen zeer
waarschijnlijk een grappige verwijzing is naar Frigg’s kennis van “Urd’s wet”
en Thor’s gebrek hieraan.
In Harbardsljod 56 wordt Thor de zoon van Fjörgyn genoemd, daardoor is de
vrouwelijke vorm Fjörgyn een bijnaam van Jord, Thor's moeder. In Lokasenna 26
wordt Frigg een dochter van Fjörgynnr, een mannelijk naam, genoemd. Hier hebben
we een mannelijke en een vrouwelijke naam, die gebaseerd is op dezelfde stam,
net zoals Freyr en Freyja, en Njord en Nerthus. Dit schijnt gebruikelijk te
zijn onder de Vanir. <<<Merk op dat Rydberg, die Jord en Frigg
identificeert, een verschil maakt tussen de vrouwelijke vorm, Fjörgyn,
aangetroffen als de naam van Thor’s moeder in Harbardsljod 56 en de mannelijke
vorm, Fjörgynn, aangetroffen als de naam van Frigg’s vader in Lokasenna 26. De
Neckel-Kuhn tekst maakt ook onderscheid tussen beide naam-vormen in de namen-index
achterin zijn werk over de gedichten van de Edda’s, en Jacob Grimm maakte
hetzelfde onderscheid.>>>
Dus: in de Noorse mythologie is Fjörgynnr de schoonvader van de storm- and
wind-god Odin en de grootvader van de donderende Thor. Dit vertoont een hoge
graad van waarschijnlijkheid, omdat hij onder de Germanen ook het dichtst met
natuurlijke fenomenen als storm en donder in verbinding stond. Zijn naam is ook
gerelateerd aan het Slavische Perkun, de dondergod. De godin Jord draagt zijn
naam in de vrouwelijke vorm, Fjörgyn. Datgene wat Frigg thans vertegenwoordigt,
niet het land en de aarde als zodanig, maar het "eiken-groen"
(eikigroenu), oogst-dragend, leven-gevende aarde, Moeder Aarde (Terra Mater,
Tacitus) en daardoor, omdat ze in deze vorm een conceptie van regen-gever is en
haar kracht van hem ontvangt, zo zullen deze familierelaties de
waarschijnlijkheid verhogen dat Fjörgynn, gelijk de Indiaase Paraganya de
meester over de regenstorm was. Daardoor wordt licht geworpen over een insinuatie die voorkomt in Lokasenna
26. Loki, die de goden en godinnen overstelpt met beledigingen, zegt daar:
"Hou je stil Frigg! Jij bent
Fjörgynn's dochter" en voegt daaraan toe dat ze altijd wellustig is
geweest. Het is duidelijk dat de woorden "Jij bent Fjörgynn's dochter"
in deze associatie niet slechts een genealogisch punt kan zijn, maar moeten
meer bedoeld zijn als een belediging, en ook een verwijzing naar een relatie
die bedoeld is om haar te kleineren.
En het zou ook niet als een verrassing moeten komen. In het gedicht Lokasenna
treffen we Frigg, Freya en Njord aan als een groep die beschuldigd worden van
incest. Van Freyja wordt gezegd dat ze het bed zou hebben gedeeld met alle
aanwezige Aesir en Elven, waaronder haar eigen broer Freyr, en van Njord wordt gezegd
dat hij zijn zoon Freyr bij zijn eigen zuster verwekt heeft. Lokasenna 36 laat
Loki over Frey zeggen: "Stop daar Njord, blijft in de buurt, ik kan het
geheim niet langer bewaren! Bij je zuster heb je die zoon verwekt!" Frigg
wordt ook beschuldigd van het slapen met de broers van haar echtgenoot Odin,
Vili en Ve, hetgeen in oeroude tijden als incest werd beschouwd. Onder de Vanir
werd dit soort relaties echter geaccepteerd, onder de Aesit niet. Merk in het
gedicht Lokasenna op hoe Frigg, Freyja en Njord als groep reageren op Loki en
dat ze elkaar verdedigen, Loki voegt zelfs Frey bij door hem te noemen. Dit
versterkt het gevoel van familiebanden tussen hen. De dichters zijn subtiel,
maar ze laten ons wel die connectie tussen Frigg en Njord weten.
Deze identificatie werkt zelfs goed als symbolisme van de Natuur, welke één
niveau is waarop de symbolische betekenis van mythen werkt. We weten dat Njord
een Van is (Vafthrudnirsmal 39). Hij is een kind van de Aarde en de Dag. Dus
zijn Aarde en Zee zuster en broer van elkaar. We weten dat Njord de vader is
van Frey en Freya (Gylf. 24). Dus
verwekten Njord en Jord, zijnde de rijke Zee en de Aarde, Frey en Freya,
Vruchtbaarheid. Snorri verleent hieraan ook enige steun. Toen Hermod de dode
Balder in de onderwereld bezocht kwam hij terug met cadeaus. Balder's vrouw
Nanna geeft aan Frigg een sluier als cadeau. Balder geeft hem de ring Draupnir,
die regelmatig meer ringen maakt. De ring is een symbool van vruchtbaarheid,
hetgeen de sluier ook kan zijn. Een sluier is bedoeld om de godin te bedekken,
zoals het groen de grond bedekt. Na de dood van haar “zon” begint Frigg ook te
verwelken en dood te gaan, maar Nanna stuurt symbolisch een sluier (van bloemen
en vegetatie) terug vanuit de lagere wereld om haar opnieuw mooi te maken. De
lagere wereld bevat de zaden die de Aarde iedere lente weer mooi maken. Het is
een passend cadeau voor de Aard Moeder.
Voluspa levert meer ondersteuning voor de conclusie dat de heidense skalden van
deze overeenkomst tussen Frigg en Njord kenden. In Voluspa 52, dat over de dood
van Odin en Frey gedurende Ragnarok gaat, eindigt de strofe met de woorden
"Frigg's geliefden zullen vallen" (staat zeer dicht bij de dood van
Frey "Beli’s heldere doder"). Als Frigg inderdaad Jord is, en tevens
de moeder van Frey, zou dit meer gewicht verlenen aan Voluspa, strofe 52, die
de worstelingen beschrijft van Frey met Surt en Odin tegen de Fenris Wolf. We
nemen aan dat haar geliefde Odin is, maar we weten ook dat ze veel van haar
kinderen hield, zoals werd aangetoond in het voorbeeld van de dood van Balder.
Dus met “Frigg’s geliefden" bedoelde de dichter zowel Freyr als Odin. Het
is een ander voorbeeld van het slimme en economische gebruik van taal die een
kenmerk is van oud Noorse gedichten. Merk ook op dat voor zijn dood in Voluspa
55, Thor's moeder twee maal wordt aangeroepen. She wordt Hlodyn en Jord in
dezelfde zin genoemd. Onmiddellijk daarna wordt gesteld dat de aarde in de zee
gezonken zou zijn. Als Frigg de vruchtbare Aarde is, de moeder van de goden, Thor,
Balder, Hodr, Frey en Freya, dan heeft de dichter haar vijf keer genoemd in de
voorgaande verzen als Odin's vrouw, Freyr’s moeder en Thor’s moeder, voordat
“de aarde in de zee zinkt".
En strofe 77 van Solarljod lijkt de zaak tenslotte te beslechten. Het luidt:
77. Odin's vrouw roeit in het
schip van de aarde, zin in pleziertjes, haar zeilen zijn laat gereefd, waaraan
de touwen van begeerte zijn gehangen.
Odin's vrouw of "Oçin's kvin" moet duiden op Frigg, omdat
"kvin" iemand’s legale vrouw aangeeft en het woord geeft tevens de
suggestie van "koningin". We kunnen denken aan Jord, de moeder van
Thor, maar de beschrijving past het best bij Frigg. En terwijl Loki haar
wellustig noemde, en openlijk over haar ontrouw sprak, lijkt dit vers erop te
wijzen dat ze ook wat “speels” was.
Niet onverwacht wordt "Odin's vrouw" opnieuw geassocieerd met Njord,
Freyr en Freyja. In 78 vinden we een referentie naar een "herts
horen", hetgeen me onmiddellijk herinnert aan de opmerking dat "Frey
doodde Beli met een herts horen", welke volgens mij ergens in de Vroege
Edda staat. Vigdvalin is onbekend, maar Dvalin is één van de vier dwergen die
Brisingsamen voor Freyja maken. In 79 komen we te weten over de negen dochters
van Njord.
78. Zoon (Erfgenaam)! Ik, Uw vader en Solkatla's zonen alleen hebben
voor jou de horen van hert te pakken gekregen, die van de graf-heuvel de wijze
Vigdvalin droeg.
79. Hier zijn de runen die Njord’s negen dochters ingegraveerd hebben: Radvor
de oudste, en Kreppor de jongste en hun zeven zusters.
Terwijl de Edda’s nergens Frigg daadwerkelijk met de godin Jord identificeren
geeft het bovenstaande sterke aanwijzingen dat de oeroude Germaanse stammen van
deze relatie afwisten en over een enkele godin spraken als ze het hadden over
Frigg, Jord, Frea, Fjörgyn, Hlodyn, Hlin en Nerthus. Ik werd voor het eerst op
de identiteit van deze bijnamen van Frigg gewezen door Viktor Rydberg, door het
gebruik daarvan door Tacitus en de Longobardische saga, (daarbij aantonend dat
Rydberg niet blind bleef vasthouden aan de gedichten van de Vroegere Edda, maar
altijd de beweringen van gerelateerde documenten meenam om zijn conclusies te
ondersteunen en ontwikkelen). Alhoewel de oorspronkelijke identificatie op het
conto van Rydberg moet komen wil ik hierbij wel duidelijk stellen dat ik, door
mijn eigen onderzoek, de identiteit heb kunnen vaststellen, zoals boven is
aangegeven.
Tot wil ik hier melden dat, indien Frigg de aard-godin is, dat haar de
matriarch van de goden maakt. Zij zou dan de moeder van de hoogste goden zijn.
Een soort van “al-moeder" zou je kunnen zeggen. Stel je eens voor:
Frigg en Njord en hun kinderen Frey en Freyja, Frigg en Odin en hun kinderen
Thor, Balder en Hodr.
Het zou ook betekenen dat de echtgenoten van beide, Njord and Odin, aanwezig
zijn in Asgard en dat zou zowel de voorname plaats van de aard moeder in de
archeologische verslagen verklaring, alsmede de hoge status die aan vrouwen
wordt toebedeeld in de Germaanse cultuur.