Odin is niet Wotan
GardenStone
© Copyright GardenStone 2007.

 

..... En daarom is Odin niet eenvoudig een andere naam voor Wodan.

                                                         GardenStone

"Ook al zien ze er als goed gelijkende tweelingen uit, dezelfde schoolopleiding hadden, hetzelfde beroep uitoefenen, beide getrouwd zijn met roodharige vrouwen, beide een dochter en een zoon hebben, beide Asatru en fans van middeleeuwse markten zijn, dezelfde smaak bij kleding en muziek hebben, beide elke dag 18 kilometer in hun Opel Zafira naar hun werk rijden, de Groniger is niet dezelfde als de Maastrichtenaar."

Allereerst...... bij de namem Odin en Wodan denken we direct aan een germaanse God. Onze gedachten hebben echter geen garantiezegel voor juistheid, zijn ook vaak niet in overeenstemming met feiten en gangbare hypothesen. Met dat in het achterhoofd........

DE Germanen hebben als volk, zoals b.v. Perzen of Babyloniers, niet bestaan.

Omdat we over de culturen van die volken, die we tegenwoordig tot Germanen rekenen, nauwelijke feitelijke informatie hebben, bestaat er op dit gebied veel, wellicht vaak teveel, speelruimte voor bijna willekeurige opvattingen die meestal praktisch alleen maar op uiteenlopend wensdenken en gevarieerde wenstheorien steunen.

De eerste die, zover we weten, het begrip 'Germanen' gebruikte, was de Griek Poseidonios von Apameia in het jaar 90 voor de nieuwe jaartelling. Hij duidde daarmee echter geen Germanen aan, maar een keltische onderstam.

De romeinse keizer en veroveraar Julius Caesar onderscheidde als eerste tussen Kelten en Germanen, toen hij over zijn oorlog met de Galliers schreef. Hij meende eenvoudig, dat aan de linkerkant van de Rijn (vanaf de Alpen gezien) de Kelten woonden en aan de rechterkant de Germanen. Waarschijnlijk was het belangrijkste criterium voor deze onderscheiding de verschillen in taal.
Hun eerste kennis over deze bewoners ten oosten van de Rijn kregen de Romeinen bij hun veldtochten tussen 50 en 60 voor onze jaartelling; daarbij ging het om de volken der Haruders, Markomannen, Tribokers, Vangionen, Nemeters, Sedusiers en verschillende volken die tot het stammenverbond der Sueben gerekend worden.

Als belangrijkste bron kennen we op dit gebied de Romein Tacitus, die, mogelijk zelfs deels uit eerste hand, in zijn boek "Germania" over volken schrijft, die hij als Germanen zag. Dat het verschil tussen Kelten en Germanen ook voor Tacitus geen eenvoudige zaak was, is te merken, wanneer hij de Nerviers en de Treverer opsomt, die zichzelf tot de Germanen rekenden, naar huidige wetenschappelijke opvatting echter duidelijk als Kelten gezien worden.

Het belangrijkste bij dit alles is echter, dat de stamleden der Chatten, Markomannen, Sueben, enz. zich niet als Germanen zagen, maar als deel van de stam waartoe ze behoorden. Een verwantschappelijke eenheid die het begrip Germanen suggereert, bestond voor hen niet.

De beschrijvingen van Caesar en Tacitus moeten daarbij ook nog eens in hun eigen samenhang worden geplaatst;

- Caesar schreef vanuit een politiek-militaire zienswijze, ook met de bedoeling de romeinse senaat ervan te overtuigen, dat de veroveringen zo ver in het noorden noodzakelijk en nuttig voor Rome waren. Daarbij is het mogelijk, ja zelfs waarschijnlijk, dat hij daarbij bepaalde zaken wat verdraaide om zijn doel te bereiken. Ook voor de huidige tijd geen ongebruikelijk handelen.
- Daarentegen was het Tacitus' bedoeling de decadentie die hij in Rome zag aan de kaak te stellen, door de door hem beschreven volken als eenvoudig, oprecht, dicht bij de natuur staand, e.d. voor te stellen. Ook bij hem kan daardoor overdrijving niet uitgesloten worden.

Goed, dus er was geen sprake van een eenheid, een uniform germaans volk. Maar wat hadden ze dan wel gemeenschappelijk?
Tegenwoordig gaat men ervan uit, dat de taal de schakel was; niet dat ze allemaal dezelfde taal gesproken zouden hebben - er wordt alleen maar bedoeld, dat de vele germaanse talen iets gemeenschappelijk hadden, dat ze niet met de talen der Kelten gemeen hadden. Maar zover, dat b.v. Saksen, Chatten en Heruli elkaars taal verstonden ging dat niet. Of het hier nu om grotere verschillen in dialecten ging of om verschillen tussen verschillende talen die tot dezelfde taalfamilie behoorden, is niet meer vast te stellen.
Van stammen die naast elkaar woonden mag men echter wel aannemen, dat ze tenminste deels en voldoende de taal van de 'buren' beheersten.
Van de scandinavische stammen zoals b.v. de Rugiers, Svear, Suardonen, Suionen en Warners mag aangenomen worden, dat ze niet alleen op taalgebied, maar ook cultureel weinig tot nauwelijks iets gemeen hadden met de Chatten uit het midden van Duitsland, met de Marsigners uit Noord-Bohemen, met de Naharnavalen uit het zuiden van Polen of met de zuidelijke Alamannen.

Toen lang tevoren stammen of delen ervan vanuit het noorden naar het zuiden trokken, hadden die natuurlijk hun geestelijk en materieel cultuurgoed meegenomen en waarschijnlijk is daarvan in Midden-Europa ook het een en ander aangekomen. Maar zeker ten zuiden van de Noordduitse Laagvlakte ontwikkelden de volken daarna hun eigen culturen, hun eigen gewoonten, gebruiken en tradities, aangepast aan de in veel opzichten van Noord-Europa verschillende omgeving; grote verschillen in klimaat, flora, fauna en geologie. Aan te nemen is daarbij b.v., dat vele generaties uit Midden-Europa nooit de zee gezien zullen hebben, waarmee de kustvolken in het noorden dagelijks te kampen hadden, die echter voor hen ook een rijke voedingsbron was die men veel verder het binnenland in niet kende. Daarom ook is b.v. het kennen en de verering van zeegoden voor de scandinavische en andere kustvolken vanzelfsprekend, bij volken in Midden-Europa echter niet logisch.

Dus ook grote culturele verschillen tussen germaanse volken. Bestond er dan tenminste een typische germaanse mentaliteit, koppig, zwijgzaam en vrijheidslievend tot in de dood?
Niets in onze kennis wijst daarop. Het wordt weliswaar soms aangenomen, maar dat is romantisch wensdenken, deels in recentere eeuwen ontwikkeld, bedoeld om een versplinterd duits gebied, gevuld met vele grotere en kleinere zelfstandige rijken, rijkjes en vrijsteden een gemeenschappelijk ideaal te bieden dat de vorming van meer eenheid moest bevorderen.

Wat de germaanse stammen alle wel gemeenschappelijk hadden, was hun afstamming van de Indo-Europeanen, maar dat hadden ze ook gemeen met de Kelten, Slaven en veel volken rondom de Middellandse Zee.

Het begrip "Germanen" is dus allereerst een benaming van de Romeinen waarmee ze de leden van bepaalde stammen in Midden-Europa uit de tijd tussen 100 voor de jaartelling tot plm. 500 aanduidden, en dat waseen heel grof samenvatten en -voegen van heel verschillende culturen. Alle andere aspecten die nu ook onder dit begrip vallen, zijn van later datum en hebben daarvoor, helaas, meestal nauwelijks tot geen gefundeerde redenen.

Bij die heel verschillende omgevingsvariabelen hoorden ook verschillen in Goden die vereerd werden, Goden, die pasten bij de lokale en regionale culturele en natuurlijke omstandigheden. De opvatting, dat alle volken van Midden-Scandinavië tot aan de Alpenregio dezelfde Goden hadden is daarom niet acceptabel en ook gewoon onjuist. Dat idee berust op een uiterst onwetenschappelijke overdracht van de mythologie uit de tijd der Vikingen (plm. 800 tot 1000) op alle volken die tegenwoordig tot de Germanen gerekend worden en veelal vele eeuwen ervoor leefden, meest in een geografisch heel ander gebied.

Het verlangen van de mensen, die in wat nu Duitsland is woonden, naar kennis van hun pré-christelijke afstamming zal daaraan wel veel hebben bijgedragen; tenslotte had Scandinavië zijn rijke schat aan mythen die zuidelijker gebieden uit dezelfde of vroegerer tijd niet hadden. Zeker speelde daarbij ook de middeleeuwse theologie een rol, die ervan uitging, dat alle heidense pantheons dezelfde opbouw, een gelijke structuur hadden. Daaruit resulteerde de intussen reeds lang als onjuist geziene opvatting dat griekse en romeinse Goden in principe dezelfde waren en leidde eveneens tot een volkomen onjuiste interpretatie van de verschillende indiaanse religies.

De herondekkers van de germaanse Goden tijdens het tijdperk van de romantiek namen, vanwege hun humanistische opleiding, aan, dat de germaanse 'godenhemel' net zo georganiseerd was als die van de Grieken en Romeinen die ze op school leren moesten. En, zoals ze ten onrechte de griekse Zeus met de romeinse Jupiter gelijkzetten, zo meenden ze ook, dat de noordeuropese Odin dezelfde was als de centraaleuropese Wodan.

Er waren echter ook andere onderzoekers, die daarmee niet tevreden waren en op zoek gingen naar mythen, sagen en oude volksgebruiken uit de zuidelijke gebieden. Daarbij brachten ze een flink aantal oude Godennamen terug in het daglicht. Goden, die ook b.v. binnen de huidige paganistische beweging tot op heden grotendeels verwaarloosd worden.

Dit alles gezegd hebbend, en dat is alles nog slechts fragmentarisch........
Wanneer wij het nu in het vervolg over Wodan hebben, dat is dat s.v.p. een op zichzelf staande God, die bij veel germaanse stammen een wellicht, of ook wellicht niet een soortgelijke rol speelde als de eveneens op zichzelf staande God Odin in het noorden. Hun competenties, de levensgebieden waarvoor zij verantwoordelijk waren, verschilden tenminste deels van elkaar.

De noordelijke Odin is niet dezelfde als de zuidelijke Wodan...... is toch ook nergens voor nodig!