HET PENTAGRAM EN DE HAMER
Door: Devyn Gilette en Lewis Stead

Met toestemming van L. Stead (1995) op Boudicca's Bard gepubliceerd.
 
Nederlandse vertaling: Fred (fred@boudicca.de) 2003.
Het copyright van deze nederlandstalige tekst ligt bij Boudicca's Bard.

Het volgende artikel is gebaseerd op de workshop ‘Wicca en Ásatrú’, welke door de schrijvers werd gepresenteerd op het FreeSpirit Festival van 1994. Devyn Gilette is een Traditioneel Engelse Wiccan, en voormalig gastheer van de Heidense radioshow ‘Between the Worlds’. Lewis Stead is een Ásatrúar, en is redacteur van ‘Ásatrú Today’.

Lange tijd al hebben de Ásatrúar onvermoeibaar gedebatteerd over de vraag of zij, als een unieke sekte binnen het Heidendom zijnde, onderling verwantschap hebben (of juist niet) met hun aard-spirituele gelijkgestemden. Gedurende de laatste paar jaren heeft dit debat zich gericht op behoorlijke kritiek op de Wicca, waarmee een behoorlijk aantal recente beoefenaars van Ásatrú hun eerste stappen op het gebied van heidense spirituele ontwikkeling hadden gezet. Aan de andere kant van het spectrum liggen, uiteraard, de Wicca, waarvan velen totaal geen besef hebben van de soms stormachtige debatten waar zij onderwerp van zijn en waar de Ásatrúar veel plezier aan beleven.

Vele Wiccans, zeker de eclectische, nemen met graagte deel aan Germaanse praktijken zonder dat ze vermoeden (of zijn daarin gewoon niet geïnteresseerd), dat een belangrijk deel van Germaanse puristen over de schutting naar hen schreeuwt. Tussen deze twee duidelijk te onderscheiden kampen zitten zij die geheel zorgeloos met het probleem omgaan en iedereen die iets zegt over ‘wat voor hen werkt’ afwimpelen.

Dit artikel zal wellicht in het begin vermoeiend zijn voor degenen, die over dit soort zaken meepraten, maar we hopen deze discussie op een zodanig niveau te voeren zoals het (voor zover wij weten) nog niet eerder gevoerd is. In plaats van een reactionair antwoord van beide Heidense perspectieven uit te lokken, proberen we zo zorgvuldig en duidelijk mogelijk uit te leggen hoe en waar de (paar) overeenkomsten en (vele) verschillen bestaan tussen  Ásatrú en Wicca.

Teneinde dit te kunnen doen benadert dit boekje de zaak vanuit het perspectief van antropologie en sociologie, zowel Wicca als Ásatrú rigoureus etnografisch vergelijkend. Als gevolg daarvan moet het door de lezer begrepen moeten worden dat we met dit schrijven onderwerpen willen verklaren die betrekking hebben op het algemeen gemiddelde van ieder Heidens genootschap, en daardoor zullen vele subtiele verschillen deze vergelijking ontlopen. Een Alexandrische kring zal, bijvoorbeeld, zijn theologie of zijn manier van uitvoeren van rituelen niet op dezelfde wijze benaderen als een Dianische kring dat zou doen. En zullen geestverwanten, die loyaal zijn aan Odhinn, heidense zaken anders bezien als een aan Tyr toegewijde aanhanger zal doen. Een artikel dat algemeen voorkomende verschillen tussen Wicca en Ásatrú wil behandelen kan slechts gebruik maken van algemeen voorkomende omstandigheden. Zeker Wiccans zullen het behoorlijk moeilijk hebben met sommige van de meningen die hier worden vermeld en het zou moeten worden begrepen dat het niet bedoeld is om de Wicca zwaar te bekritiseren, maar slechts een benadering is om de meest beproefbare feiten te gebruiken.

Zelfs voordat de overeenkomsten en verschillen kunnen worden besproken is het eerste wat onze aandacht verdient het simpele feit dat Ásatrú en Wicca beiden een duidelijk verschillende ontstaansgeschiedenis hebben. Dit is niet altijd, zo blijkt, even goed begrepen. We zijn getuige geweest van een algemeen gevoelen (zeker onder Wiccans) dat  Ásatrú een aftakking is van de algemene opkomst van Heidendom van na de zestiger jaren, en van Wicca in het bijzonder. Dat is niet het geval. Interessant genoeg is de wedergeboorte van zowel Wicca als Ásatrú blijkbaar op zo’n beetje hetzelfde moment ontstaan, al was dat op verschillende locaties. Een zeer korte uiteenzetting van de historie is op zijn plaats:

Uitgebreide (en grotendeels onbewezen) claims dat men behoort tot eeuwenoude familielijnen daargelaten, heeft Wicca zich in essentie ontwikkeld als een organische en populaire beweging die zijn eerste krachtige startpunt kan terugvoeren op de inspanningen van de Engelse ambtenaar en folklorist Gerald Brosseau Gardner (1884-1964) en de schrijfster Doreen Valiente. Gardner raakte zelf in circa 1934 verwikkeld in hekserij, maar Gardernisme, als een sekte, ontwikkelde zich niet eerder dan een tijd na de afschaffing van de anti-hekserij-wetgeving in 1951. Veel van de werken van Gardner waren schatplichtig aan de werken van verschillende theoretici, waaronder antropoloog Margaret Murray, occultist Aleister Crowley, folklorist James Frazer en dichter Robert Graves. De rituele structuur werd verder beïnvloed door genootschappen als de Heremetische Order of the Golden Dawn, de Ordo Templi Orientes, en Co-Vrijmetselaars. Kenmerken van de gewoonten ontwikkelden zich gedurende de tijd, maar houden algemeen in (1) een orthodoxe hiërarchie gewoonlijk aangevoerd door een priesteres, (2) op geslacht gebaseerd dualisme van godheden, (3) magische praktijken (grotendeels geënt op de bovengenoemde genootschappen gekoppeld aan folklore van de Britse Eilanden), (4) Het idee van ‘perfecte stellen’ (opm: gelijke aantallen mannen en vrouwen, gekoppeld), (5) rituele naaktheid (‘skyclad’ of ‘door de hemel gekleed’ genoemd). Deze kenmerken zouden uiteindelijk een kring als ‘traditionalistisch’ identificeren. Het gehele fenomeen kreeg eind jaren 70/begin jaren 80 enorme duw voorwaarts toen deze gemeenschap met het feminisme samen begon te vloeien, alsmede door de invloed van wat thans Dianische Wicca wordt genoemd. Dianische Wicca had de neiging wat meer de nadruk te leggen op gelijkheid, was meer politiek gericht, en men hield van feestvieren. Het huidige fenomeen van Wicca eclecticisme (in essentie ‘anti-traditioneel’) is grotendeels het resultaat van de sociale en theologische kruisbestuiving tussen de beide kampen. Op dit moment blijft Wicca de grootste groep binnen het Heidendom, al is er een behoorlijke interactie met New Age en andere externe fenomenen. Dit heeft het karakter en de diepgang van de beweging (in de ogen van vele traditionalisten van de oude school) danig op de proef gesteld. De discussie woedt voort onder traditionalisten en eclectici, aan wie het grootste deel van de grensoverschrijdende culturele theologie kan worden toegeschreven.

Ásatrú, aan de andere kant, heeft zich voor het grootste deel onafhankelijk van Wicca ontwikkeld, en belangrijker voor het doel van deze uiteenzetting, is Ásatrú’s zelfbeeld er eentje geweest van onafhankelijke religie in plaats van een stroming te zijn binnen een grote Heidense gemeenschap. De Amerikaanse Ásatrú start begin jaren 70 met de Viking Brotherhood van Stephen McNallen, die zich ontwikkelde tot de Ástatrú Free Assembly (AFA). McNallen en vele anderen van het eerste uur waren bekend met de Wicca gemeenschap. Studies van Noorse en IJslandse geschiedenis en mythologie, gecombineerd met andere Noordse Heidense groepen in IJsland en Engeland, leidden echter tot een snelle evolutie die afweek van de Wicca gemeenschap en van hun modellen van theologie en rituele praktijken. Vrijwel vanaf het begin ontwikkelde Ásatrú zijn eigen rituele structuren, tijdschriften, bijeenkomsten en terminologie. En rond het midden van de jaren 70 was het een compleet afzonderlijke groepering geworden. Ásatrú bleef een kleine en een vrij geïsoleerde groep met weinig contact met andere Heidenen tot de late jaren 80 toen de AFA uiteenviel. Uit de restanten van de AFA traden twee groepen naar de voorgrond: de Ásatrú Alliance, die een traditionele benadering voorstond, en de Ring of Troth, die verschillende nieuwe richtingen verenigde. De Alliance is voor het grootste deel een opnieuw in het leven geroepen AFA, gedomineerd door voormalige AFA-leden en treedt zelfs op als verspreider van publicaties van de AFA. Het blijft klein en marginaal omdat het een bekrompen organisatiemodel en mentaliteit bezit en omdat men een groot en luidruchtig contigent van racisten tolereert. De andere grote groep die uit de AFA ontstaan is, de Ring of Troth, heeft zich ontwikkeld tot een los netwerk van ‘Germanistische’ beoefenaars, variërend van Noordse Wicca tot Ásatrú. Het is vanuit deze groep dat veel van de huidige contacten (en daaropvolgende conflicten) tussen beoefenaars van Wicca en die van Ásatru zijn ontstaan – vaak gaand over organisatorische problemen die de Ring heeft gehad doordat ze verschillende Noordse groepen tevreden wilde stellen. De meerderheid van de Ásatrú gemeenschap kan het best worden voorgesteld als onafhankelijk, al kunnen sommigen daarvan officiële, dan wel semi-officiële connecties hebben met een grotere groep. Het grootste deel van deze onafhankelijkheid is het gevolg van het wantrouwen dat bestaat voor Wicca invloeden of andere vernieuwingen in de Ring of Troth, alsmede racistische elementen in de Ásatrú Alliance. De Ring omvat ruwweg 25% van de geestverwanten. De Alliance trekt slechts een kleine 5%, maar heeft een grotere invloed omdat zoveel ‘oude’ Ásatrúar daarvan lid zijn. Stephen McNallen heeft een nieuwe AFA aangekondigd, dit keer onder de naam Ásatrú Folk Assembly, maar deze groep lijkt zeer klein te zijn en gedomineerd door grotendeels seculiere racistische motieven.

Dit zijn dus de overeenkomsten tussen Wicca en Ásatrú:

  • Ze zijn beide Heidense aardreligies;
  • Ze passen beide magie toe bij hun uitoefening;
  • Ze vertonen beide een element van reificatie (opm: gebaseerd op een romantische kijk op het verleden).

 

Hoewel er groepen kunnen bestaan die individueel meer overeenkomsten kunnen vertonen, kan gesteld worden dat als gekeken wordt naar het geheel van ieder geloof, er geen andere overeenkomsten bestaan.

 

Heidense Aardreligie

Eenvoudig gesteld respecteren en vereren zowel Wicca als Ásatrú de aarde. Zij is voor de Ásatrú Nerthus, en voor de Wiccan kan Zij geïdentificeerd worden als Gaea, Moeder Aarde, wat dan ook. Ze geloven beide dat er energie in de aarde huist en dat de aarde iets is (of iemand?) dat gerespecteerd dient te worden. Deze ideologie heerst alom in alle Wiccan geschriften, waarbij  de werken van Wilfred von Dauster (voormalig redacteur van Mountain Thunder) en anderen  voorbeelden zijn van het voorkomen van die ideologie in Ásatrú.

Vreemd genoeg hebben sommigen de vraag gesteld of dit echt waar is voor Ásatrú. Sommige zeer eco-bewuste Wiccans bijvoorbeeld kunnen mopperen dat Noordse Heidenen, die gewoonlijk meer behoudend zijn (opm: meer hierover later), sneller genegen zijn om wetgeving te steunen, die   tegen het milieu is. Of dat het Ásatrú ritueel van ‘land nemen’ (opm: dus eigendom) in tegenspraak is met de meest gangbare begrippen van landbeheer. Om land te ‘bezitten’, zou zo’n persoon redeneren, is als zodanig al ‘on-Heidens’. In hun eigen belang verwerpen vele Ásatrú het label ‘aardreligie’ en hoewel milieu belangrijk is, is de verering van de Aardgodin niet een dominant element van Ásatrú. Nerthus is slechts één godin van vele.

Hoewel sommige van deze stellingen slechts beperkte waarde bezitten, is het ook waar dat Ásatrú meer neigen naar het op grotere schaal vereren van plaatselijke landgeesten dan vele Wiccans lijken te doen, waarbij hele vakanties worden besteed aan de verering van ‘minder belangrijke’ plaatselijke geesten. Als een analyse van populaire ‘hoe-te-doen’ boeken een indicatie kan zijn, dan zijn Wiccans gemiddeld meer geïnteresseerd in het respectvol cultureel gebruik van het land (herbalisme), terwijl de Ásatrú meer aandacht lijken te besteden aan geven van offerandes aan landgeesten. Het kan zelfs beargumenteerd worden dat de enige Heidense sekte, die de Ásatrú voorbij streeft in het weloverwogen, geritualiseerde en routinematig vereren van de aarde de inheemse volkeren zijn, zoals de Indianen in Amerika.

Beide gemeenschappen houden zich ook bezig met milieu-gerelateerde sociale activiteiten, die gekoppeld zijn aan hun religie. Wicca kunnen zich bezig houden met kamperen, liften of rugzaktoerisme, terwijl Ásatrar meer doende zijn met ‘out-door’ –sporten zoals jagen en vissen. Er is zeker een interesse in herbalisme, alternatieve geneeskunst, en organische voeding in beide gemeenschappen. In beide gevallen zijn ze niet direct religieuze activiteiten, maar zijn een deel van het algemene idee om terug grijpen naar de natuur, die zijn originele impuls vindt in het op het milieu gerichte gedachtegoed van ieder geloof.

 

Gebruik van Magie

Zoals later zal worden uitgelegd is de relatie tussen magie en vererend ritueel het belangrijkste onderwerp waarin Ásatrú en Wicca verschillen. Niettemin, en dat geldt ook voor vele andere Heidense (en sommige niet-Heidense) geloven, hebben zij het algemene geloof gemeen in, en gebruik van, magie.

Teruggrijpen op het verleden

Bij zowel Wicca als Ásatrú staan geromantiseerde begrippen over het verleden centraal. Voor Ásatrú is dit van absoluut levensbelang en erg duidelijk te zien: de culturen van Germaanse volkeren (Noormannen, Teutonen, Saksen), compleet met hun folklore en erfgoed, nemen een centrale plaats in bij de Ásatrú. Ásatrú is een reconstructie van het verleden en kan daarmee niet zonder bestaan. In aanvulling daarop is Ásatru trots op hun vertrouwen in wetenschappelijk verantwoorde historische bronnen, alhoewel er grote invloeden zijn van romanticisme, die de ongelijkheden, onrechtvaardigheden en problemen van de oude Noordse cultuur negeren.

De neiging om terug te grijpen op het verleden is minder groot bij Wicca, maar is daar toch behoorlijk belangrijk. In Wicca is de Keltische cultuur de meest overheersende, die de plaats van oorsprong, de Britse eilanden, reflecteert, hoewel verschillende anderen Wicca benaderen vanuit een Grieks-Romeins standpunt. Nog zeldzamer (maar wel opmerkelijk) zijn Wiccans, die de Soemeriers, Amerikaanse Indianen, Egyptenaren, of andere culturen idealiseren. Zij die zich niet identificeren met een bepaalde cultuur identificeren zich vaak met een oude matriarchale periode of een andere historische of pseudo-historische gouden eeuw. Romantisch, geïdealiseerd terug grijpen op het verleden staat centraal in zowel Ásatrú als Wicca, en misschien wel in het moderne Heidendom in zijn algemeenheid.

Dat is het. Er zijn geen andere belangrijke overeenkomsten tussen Wicca en Ásatrú dan die we hebben kunnen vaststellen. Deze overeenkomsten lijken zo verschrikkelijk algemeen dat het vrijwel nutteloos is om ze te noemen. Dat is precies ons punt. Zelfs met deze overeenkomsten was het verhelderen van de verschillen noodzakelijk of wellicht vanzelfsprekend.

Dit zijn dus de belangrijkste verschillen tussen Ásatrú en Wicca:

Verklaring van het Woord

Vrijwel iedere antropoloog zal je vertellen dat een behoorlijke aanwijzing voor iemands geloof en prioriteiten gevonden kan worden in zijn benadering van symbolisme. Taal, zo kan gesteld worden, is eigenlijk een systeem van verbale symbolen, van waaruit ook kan worden afgeleid welke begrippen en ideeën voorrang krijgen onder een bepaald volk. Met dat in ons achterhoofd gaan we vervolgens de woorden ‘Wicca’ en ‘Ásatrú’ analyseren als verbale symbolen.

De etymologie van het woord ‘Wicca’ staat al enige tijd ter discussie en dat heeft dan vaak meer te maken met redenen die te maken hebben om een ideologie door te drukken dan met eerlijke linguïstische studie. De algemeen aanvaarde betekenis is dat het woord afstamt van een Anglo-Saksische stam, die ‘buigen’ of ‘vormen’ betekent. Al menen anderen dat het misschien ‘wijs’ betekent. Als we de definitie ‘wijs’ accepteren, dan is het hoofddoel van zijn leden duidelijk: wijs zijn, wijsheid hebben. Als we de definitie ‘buigen of vormen’ aannemen dan hebben we enige ruimte voor subjectiviteit. Het zou kunnen worden aangenomen dat de betekenis is om ‘(de kosmos) te buigen of te vormen’, met de verklaring van het ‘bedrijven van magie’, of het buigen of vormen van iets dat ‘plooibaar’ (zoals het buigen van riet voor een mand) is. In de laatste verklaring geeft het een indruk van een mogelijkheid om zich te verplaatsen, te ‘buigen’ in de zin van sociale of subculturele aanpassing. Deze suggestie snijdt hout als we letten op sommige claims dat Wicca zijn oorsprong heeft in een ver verleden. Het kan echter ook eenvoudigweg betekenen dat ‘Wicca’ ook andere zaken wil ‘buigen of vormen’ (zoals folklore, waarvan we ze kunnen beschuldigen dat ze dat soms doen).

Het woord ‘Ásatrú’ heeft echter geen enkele mogelijkheid tot zulke plooibaarheid. Het woord betekent ‘geloof van (of loyaliteit aan) de Aesir’ (in de praktijk van zowel Aesir als Vanir). In gewone, simpele, directe, specifieke woorden.

Om Wicca te zijn betekent wijs te zijn en (misschien) de mogelijkheid hebben om werkelijkheid te buigen en te vormen. Om Ásatrú te zijn betekent (voor zover het de term betekent) het om loyaal te zijn aan een  duidelijk te onderscheiden en specifieke groep Goden en de daarbij behorende cultuur. Eén van die twee staat open voor persoonlijke interpretatie en geeft de suggestie van een eventueel wat nonchalante mogelijkheid van uitvoering, de zintuigen buigend en vervormend om zich aan te passen aan de wensen van zijn aanhangers. De andere is helder, afgebakend, weinig ruimte latend voor eigen inbreng, een meer stringentere helderheid scheppend voor zijn lidmaatschap dan de eerstgenoemde. Het zal misschien geen verrassing zijn dat deze termen tevens het karakter verhelderen van elke groep en hun reputaties.

Symbolen

Hier zijn de verschillen duidelijk. Het meest voorkomende symbool voor de Wicca (en voor vele andere Heidense groepen) is het pentagram. Het meest voorkomende symbool voor Ásatrú is, uiteraard, de hamer.

Terwijl het wemelt van de verschillende interpretaties voor het pentagram, is de meest algemeen aanvaarde religieuze betekenis van het symbool die dat het vijf, op gelijke afstand van elkaar staande, elementen representeert: Aarde, Lucht, Vuur, Water en Geest, ieder verbonden binnen de cirkel van leven, dood en wedergeboorte. Hier wordt dus een centrale ideologie achter Wicca aan de dag gelegd: je leven leiden in harmonie met deze elementen, die kenmerken van het zelf voorstellen, en in harmonie zijn met de cycli van de natuur. Er bestaan andere interpretaties van het pentagram, zoals een menselijke figuur, ledematen uitgestrekt, gebonden door de kosmos of de kringloop van de natuur, maar bijna al deze interpretaties van het pentagram beschouwen het als een pictogram met een symbolische waarde, in plaats van een eenvoudig symbool van het geloof.

Weinig interpretatie is nodig om de hamer te begrijpen. Het symbool is afkomstig uit mythe en stelt de Hamer van Thor, Mjollnir, voor waarmee de God verschillende giganten doodt en zo het land van de Goden beschermt. In plaats van een pictogram met een ingewikkelde metafysische verklaring, is de hamer een eenvoudig object dat uit een specifieke mythe afkomstig is. Men kan hieruit echter toch iets leren van de religie die erachter zit. Het beeld van oorlogstuig als een symbool voor de religie is veelbetekenend, net zoals veel van de theologie van Ásatrú niet gebaseerd is op harmonie tussen verschillende godheden of tussen mens en het heelal, zoals wordt uitgebeeld door het pentagram, maar een relatie van conflict. De Ásatrúar zijn echter helemaal niet zo elegant in hun uitleg van het symbool. In de meeste gevallen is het eenvoudigweg het geaccepteerde hedendaagse symbool en tevens het eeuwenoude symbool voor de religie, dat gedragen werd gedurende de dubbele periode van geloof die werd beleden door aanhangers van Ásatrú om zichzelf te onderscheiden van Christelijke nieuwkomers.

Theologie

Veel mensen noemen het niet-monotheïsme als één van de overeenkomsten tussen verschillende Heidense religies en dat is iets wat Ásatrú en Wicca gemeen hebben. Een meer diepgaand onderzoek brengt meer verschillen dan overeenkomsten aan het licht. Wicca is voornamelijk pan-theïstisch, Ásatrú poly-theïstisch. Deze twee benaderingen bevatten subtiele verschillen, die sommigen niet helemaal zullen kunnen bevatten, maar die grote gevolgen hebben. Deze kwestie van theologie is dan ook één van de belangrijkste factoren in de redeneringen van die Wiccans, die Ásatrú omarmen of Ásatrú-achtige elementen in hun uitoefening (i.e. ‘Noordse Wicca’), en met algemene veronachtzaming van de kritiek van de Ásatrú op deze pogingen.

Extreem monisme ofwel pantheïsme (van het Griekse ‘pan’ dat ‘alles’ betekent en ‘theos’ dat ‘god’ betekent) is het theïstische geloof dat het heelal zelf heilig is. Dat het ‘alles’ (of ‘het is’, zoals Richard Bach schrijft) God is. Overal in de filosofische geschiedenis wordt deze goddelijke totaliteit geuit in verschillende contexten: ‘logos’, ‘lot’, ‘Zeus’, etc. In zijn Magickal Rites from The Crystal Well beargumenteert Ed Fitch (een gerespecteerd schrijver van Wicca materiaal ondanks de kritiek die hij heeft gehad voor zijn Rites of Odin) dat alles wat Wicca is in de grond pantheïstisch is. Terwijl er systemen en tradities van Wicca zijn die deze stelling zouden willen aanvechten, is Fitch in ieder geval accuraat genoeg om te kunnen stellen dat de meerderheid van de Wicca pantheïstisch lijkt te zijn.

De polytheïst (van het Griekse ‘polus’ dat ‘veel’ betekent en ‘theos’ dat ‘god’ betekent) daarentegen kan ermee instemmen dat het heelal (of in ieder geval de aarde) een goddelijke aard bezit, maar zou aanvoeren dat een veelheid van afzonderlijke en aparte godheden een rol spelen middels een complex web van onderlinge relaties. Polytheïsme stelt dat, als afzonderlijke entiteiten, de Goden unieke en individuele karakteristieken representeren, die wel of niet (voor ons) altijd in harmonie met elkaar lijken te zijn. Maar in tegenstelling tot veel pantheïsten, die vaak de neiging hebben om uiting te geven aan de interconnectiviteit van het heilige heelal, zoeken  polytheïsten niet naar het bestaan van zo’n harmonie (of geloven daar niet in). Dus, terwijl de pantheïst als vanzelfsprekend naar spirituele ontwikkeling zoekt via harmonie en balans, kan de polytheïst, en zeker de Germanistische polytheïst, zich aangetrokken voelen tot de spirituele natuur van het conflict. Als we aannemen dat de polytheïst naar balans zou streven, dan is het waarschijnlijk dat hij of zij dit theologisch gezien zou zoeken door een gezamenlijke krachtsinspanning om het te bereiken, in plaats van aan te nemen dat het er in principe al gewoon is.

De centrale kosmologiën van (traditionalistische) Wicca en Ásatrú ondersteunen deze stelling. Ruwweg kunnen we zeggen dat de algemene kosmologie van de Wiccan de Godin betreft, Zij van Vele Namen, die wordt aangevuld door Haar Gade, Zoon en Geliefde, de Gehoornde God. Dit raamwerk van Goden wordt vaak voorgesteld in de vorm van balans (bijv: Helft van het jaar van de Godin, Helft van het jaar van de God; Godin is van de Maan, God is van de Zon; etc). Zelfs wanneer tijden van conflict ritueel voorkomen (bijv: Eik Koning versus Hulst Koning tijdens de zonnewendes) dan is de uitkomst vooraf bepaald en laten een universele balans van krachten zien. Zelfs het pentagram, een geometrisch perfect icoon, wijst hierop.

Aan de andere kant onttrekken Ásatrú, die gebaseerd zijn op de kosmologie van de eeuwenoude Germaanse volkeren, zich aan zo’n mooie systematische verpakking. Uiteindelijk draait het hele kosmologische systeem om de voorbereidingen voor de komst van de Ragnarok, een laatste slag waarin de Goden zullen strijden met verschillende slechte wezens met als resultaat dat de wereld zal worden vernietigd en de meerderheid van de Goden zal worden gedood.

Mythologisch gesproken: de algemene theologische boodschap van de Wicca is er essentieel eentje van het zich aanpassen aan kringlopen van de natuur, terwijl de algemene boodschap van Ásatrú er eentje is van voortdurende waakzaamheid en worsteling voor dezelfde spirituele ontwikkeling.

Als we dit overdenken dan wordt het duidelijk te begrijpen waarom het fenomeen van ‘Noordse Wiccan’ sowieso bestaat en waarom de Ásatrúar daar tegen bezwaar maken. Dit heeft veel te maken met het magische concept van ‘namen van macht’ en zijn relatie met de toepassing van Jungiaanse psychologische theorie in Heidendom. Pantheïstisch gezien stellen de Germaanse Goden een andere serie van zulke ‘grote namen’ voor die de beoefenaar van Wicca vrij staat om te ontdekken en ritueel aan te spreken. Door zulke namen van macht aan te roepen hoopt deze Wiccan zich te identificeren met de folkloristische en mythologische associaties (archetype), van binnen en van buiten, die deze naam vertegenwoordigen.  Met dit gezichtspunt, gecombineerd met het begrip dat het totale heelal goddelijk is (en dus bereikbaar voor iedereen), zullen Noordse Wiccans niet in staat zijn te begrijpen (of negeren ze gewoon) wat de punten van kritiek zijn die geuit worden door de Ásatrúar. Omdat ze polytheisten zijn zullen Ásatrúar de ‘namen van macht’ niet erkennen want de Goden zijn –voor de polytheist- individuen, afwijkend van die van andere geloven. Het idee dat ze namen zijn voor het pantheïstische begrip ‘grotere Godheid’ is onwerkelijk voor het polytheïstisch begrip van godheid, en wordt soms zelfs als belediging ervaren. Pantheïsten zouden zulke namen ‘alleen maar een andere optie’ willen noemen, terwijl polytheisten die namen als ‘enige optie’ zouden willen beschouwen en daardoor heilig voor zij die geestverwanten zijn van Hen.

Als we het conflict tussen de Wiccan en Ásatrú gemeenschappen analyseren, dan kan dit specifieke concept niet worden onderschat, zeker in het geval van de Ásatrú en Noordse Wicca. Er niets dat beiden zijden kwader maakt dan Noordse Wiccans die stellen dat zij hetzelfde zijn als de Ásatrú, terwijl de Ásatrú claimen dat ze niets met elkaar te maken hebben. De Ásatrúar beschouwen de Wiccans als opdringerig en dat ze pogingen doen hun geloof over te nemen. De Wiccan daarentegen zien de Ásatrúar als intolerant en fundamentalistisch in hun geloof.

Metafysische Grondbeginselen

Met ‘Metafysische Basis’ bedoelen we de daadwerkelijke grondbeginselen die de metafysische (in plaats van de theologische, die reeds boven zijn beschreven) essentie vormen van zowel Wicca als Ásatrú.

Zelfs al een vluchtige blik op de geschiedenis en praktijken van Wicca zal duidelijk maken dat het een fenomeen is dat begon als een occulte beweging en zich pas later ontwikkelde tot zijn huidige religieuze aard. Dit is een ontzettend belangrijk punt voor onze analyse.

In deze context gezien is Wicca een mysterie religie die, zoals wel wordt gesuggereerd, is gebaseerd op de extatische praktijken van eeuwenoude Europese volkeren. Ruwweg gezien houden vele kringen zich bezig met de ‘mysteries’, waarmee bedoeld wordt het op een esoterische manier verklaren  van verschillende mythologische of rituele gebeurtenissen. De research van Aidan Kelly in de grondbeginselen van Gardnerisme (hoewel nauwelijks kritiekloos) geeft stevige aanknopingspunten dat het belangrijkste punt van Gardner’s activiteiten rituele magie was, in plaats van een bepaalde vorm van verering. Dat de vroegste geschriften van het ‘Bok of Ye Art Magical’, beschouwd als voorloper van het Book of Shadows van Gardner, vele referenties bevat naar de God van het Christendom, maakt deze suggestie nog duidelijker.

Wicca heeft immer het bedrijven van magie belangrijker geacht dan religieuze verering. Dit wordt verder aangetoond door de hoeveelheid tijd die wordt besteedt aan het maken van een ‘formele’ rituele cirkel (veel daarvan heeft zijn basis in Masonische en OTO praktijken), in tegenstelling tot vererende activiteiten, en de hoeveelheid tijd die leraren van de Wicca besteden aan het onderwijzen van studenten in magische processen, in plaats van inspanningen in devotie. Hoewel Wicca een uitgebreide religieuze en theologische focus heeft ontwikkeld, blijft de oorsprong als een vorm van magische loge een belangrijke macht in het geloof.

Aan de andere kant is Ásatrú voornamelijk een votieve (i.e. beloftegevende) religie. Hoewel mysteries en magie in Ásatrú worden aangetroffen, worden ze eigenlijk slechts gebruikt bij activiteiten die afzonderlijk en apart staan ten opzichte van de belangrijkste religieuze arbeid. Bij de Ásatrú zullen magische handelingen, waaronder zaken als het werken met runen of seidr, veel meer worden aangetroffen bij gespecialiseerde groeperingen als het Rune Gild. Het wordt algemeen verricht als een aanvulling op een ritueel van verering in plaats van daarvan deel uit te maken. Dat de belangrijkste rituelen van Ásatrú eenvoudig zijn en minimale ‘constructie van heilige ruimte’ nodig hebben leent gewicht aan dit argument (magische activiteiten van enige complexiteit worden aangetroffen in gespecialiseerde groepen, of ze nu samenkomen voor magische activiteiten of brouwen of de Hamaval bestuderen. Het is een algemeen gegeven: ze doen het in kleinere groepjes) namelijk dat ze zich bezig houden met votieve uitingen net zo goed als bezigheden betreffende mysterie. Men is niet een Ásatrúar omdat men Runenmagie of seidr beoefent; men is een Ásuatúar omdat men vereert en offerandes brengt aan de Aesir en Vanir.

Het zou gesteld kunnen worden dat Wicca een religie is dit geëvolueerd is uit een magische groep, terwijl Ásatrú een religie is waaruit magische groepen zijn geëvolueerd. Je kunt Ásatrúar aantreffen met vele jaren ervaring die nog nooit met magie hebben geëxperimenteerd; het is vrijwel onmogelijk een Wiccan te vinden die dat nog nooit heeft gedaan.

Historische Grondbeginselen

Eén van de meest in het oog springende sociale karakteristieken van Wicca lijkt het algemeen verlangen te zijn om een idee van ‘eeuwenoudheid’ aan zijn praktijken te willen koppelen Of we nu zulke claims als waar willen aannemen of niet, het feit blijft dat een buitengewoon aantal Wiccan beoefenaars zullen beweren dat ze in directe lijn afstammen van eeuwenoude families (vaak verbonden met de Europese ‘Heksenjacht’) of andere exotische individuen of groepen waarvan de bijzonderheden van de traditie en training dan direct afstammen. Gewoonlijk blijken zulke verklaringen onbewijsbaar te zijn door de dood van de leermeester of door de geografische afstand of door een andere reden. Deze praktijk kwam op een bepaald moment zo vaak voor, dat het verhaal, dat verteld werd bij de entree van de overleden Alexander Sanders in de Wicca, model kwam te staan voor wat ‘grootmoeders verhalen’ kwamen te heten. De termen ‘erfelijk’ en ‘famtrad’ (familietraditie) zijn ook toegepast op deze beweringen.

Wat interessant is aan deze claims is dat in het algemeen herhaaldelijk en vaak gemaakt werden gedurende de eerste stages van een sociaal gebeuren. Heidense personen, die het voorrecht hebben gehad om deel uit te maken van uitgebreide landelijke netwerken zijn een bron van anekdotes van zulke dialogen. Wat ook interessant is, is dat zulke beweringen soms het onderwerp worden van sociale belachelijkmakerij en meningsverschillen tussen twee personen die ieder volhouden dat ze het onbetwistbare gezag hebben over een bepaald onderwerp, gebaseerd op hun beweerde afstamming van eeuwenoude praktijken en zijn superioriteit ten opzichte van de claim van anderen. Velen gedragen zich natuurlijk op zo’n manier, maar de gewoonte schijnt zo normaal te zijn onder sommige Wiccans dat er zelfs namen voor zulk gedrag zijn ontstaan: heksenoorlogen, bitchcraft en warlocking. Men kan de claims van afstamming van eeuwenoude Europese hekserij vergelijken met de beweringen van vele occulte loges dat zij moderne afstammelingen zijn van de Tempeliers, esoterische Vrijmetselarij of andere eeuwenoude ‘mysteriescholen’.

Ásatrúar zijn natuurlijk ook niet vrij van dezelfde menselijke karaktereigenschappen die meningsverschillen doen ontstaan. Het is echter opmerkelijk dat de meeste Ásuatrúar niet zo’n voorliefde lijken te hebben voor het uiten van beweringen die, een directe (vaak cultuuroverbruggende) verbinding leggen met eeuwenoude of esoterische praktijken, zoals de Wiccans doen. Eigenlijk worden degenen, die zulke claims wel maken in het algemeen gezien als het mikpunt van spot.

Bovendien heeft Wicca de neiging om te worden beïnvloed door verschillende academische trends, voornamelijk antropologische. Veel van Gardner’s beweringen waren, volgens Kelly, gebaseerd op de theorieën, die naar voren gebracht werden door Margaret Murray, en de huidige Dianische ontwikkeling heeft veel te danken aan de theorieën zoals deze zijn geuit door Marija Gimbutas. Hoewel de werken van zowel Murray als Gimbutas over antropologische theorieën gaan, schijnen veel Wiccans ze als feit te omarmen. Het is zeer wel mogelijk (en erg Freudiaans om dat te suggereren, maar we doen het hier toch) dat deze twee karaktereigenschappen bij Wiccans aanwezig zijn omdat de Wiccan ‘religie’ (terwijl het als zodanig echt bestaat) is gebaseerd op veronderstellingen. We nemen aan dat deze neigingen een noodzaak reflecteert om zichzelf steeds te bevestigen, om steeds naar het verleden te kijken voor wat betreft zijn bestaan, dat wil zeggen: de belangstelling voor afstamming onder de kringen heeft net zoveel te maken met het willen compenseren van het gebrek aan historie van Wicca, als met het in stand houden van magische integriteit. Als het gaat over het conflict tussen Wicca en Ásatrú dan wordt deze neiging soms door Ásuatrúar misbruikt die terloops (en luidruchtig) Wicca van de hand wijzen als een ‘verzonnen religie’.

Ásatrú, hoewel niet noodzakelijkerwijs zo genoemd, is historisch – niet in de betekenis dat het een geloof is met ononderbroken geschiedenis die reikt tot in het verleden, maar in het feit dat het een herschepping van een religie is die in het verleden ooit bestond, opnieuw geschapen door middel van modern onderzoek. Het geloof en de praktijken van het eeuwenoude Ásatrú kunnen wetenschappelijk worden vastgesteld door een vrijwel ontelbare hoeveelheid historische verslagen, teksten en kronieken. We weten wie de Noormannen en de Saksen aanbaden en we hebben ook wel een idee hoe ze dat deden. Als resultaat daarvan zijn claims om een directe afstamming vast te stellen niet relevant. Terug grijpen op het verleden wordt gedaan door gebruik te maken van historisch onderzoek om het eeuwenoude geloof te herscheppen zoals het ooit was.

Op sommige punten weerspiegelt Ásatru de conflicten van de Wicca met betrekking tot historische bronnen en legitimiteit. Waar Wiccans van menig verschillen over directe afstamming teneinde hun bepaalde benadering geloofwaardigheid te geven in onderlinge disputen. Ásatrú heeft een neiging ontwikkeld om historische voorbeelden voor te dragen, vaak obscuur, om het geloof en praktijken te rechtvaardigen wanneer die afwijken van de belangrijkste stroming van de Ásatrú. Het resultaat is vaak dat wetenschappelijke/historische bronnen worden geciteerd op een wijze die erg lijkt op de manier waarop Protestanten de Bijbelse verwijzingen citeren. Waardoor tevens hetzelfde probleem van selectiviteit en gebrek aan context ontstaat. De fascinatie van Ásatrú met wetenschappelijke feitjes bereikt vaak een niveau waarbij je het gevoel krijgt dat sommige Ásuatrúar, wanneer ze ooit een nieuwe wetenschappelijke bron zouden vinden, hun hele geloof zouden willen veranderen.

Wicca is een hedendaagse benadering van een veronderstelde religie. Ásatrú is een hedendaagse benadering van een bekende religie. Soms voelt Wicca het stigma van het feit dat ze een ‘hedendaagse benadering’ hebben omdat het stiekem een overlever wil zijn van een ononderbroken traditie. Het maakt de Ásatrú helemaal niets uit omdat het begrijpt dat hun tradities altijd veranderingen hebben ondergaan in andere tijden en omstandigheden, en daarom is de vraag wat het nu betekent is voor hen net zo onbelangrijk als dat het voor hun spirituele voorgangers was in de vijfde eeuw.

Het Taboe van de Onjuiste Voorstelling van Zaken

Het taboe van de onjuiste voorstelling van zaken houdt zich bezig met een zaak waar een gemeenschap een beetje verkeerd begrepen wordt, maar net genoeg om hen gelijk te stellen met een onwenselijk element waar het geen relatie mee heeft.

Tot voor kort hadden journalisten de gewoonte om altijd maar weer Wicca aan Satanisme te koppelen wanneer zij over occult gerelateerd nieuws schreven. Dat dit nu eindelijk verandert is bewijs van het harde werk dat verschillende Wicca netwerken en individuen hebben verricht en die het hun taak vonden om de media, politie en het algemene publiek op te voeden en duidelijk te maken dat Wicca en Satanisme geen enkele relatie met elkaar hebben (hoe Anton LeVey zijn boeken ook wil noemen). Dit wil echter nog niet zeggen dat het bewuste taboe, dat Wicca en duivelverering verkeerd voorstelt, iets van het verleden is, en de onfortuinlijke ervaringen van sommige personen (en wat de verkeerd geïnformeerde Christelijke fundamentalisten ook uitkramen) maken dat wel duidelijk.

Satanisme is voor Wicca het belangrijkste taboe van onjuiste voorstelling van zaken, al is het New Age fenomeen snel een goede tweede aan het worden voor deze definitie.

Voor Ásatrú zijn Neonazisme en white supremacy bewegingen het taboe. Al moet gezegd worden dat het in dit geval niet geheel onterecht is omdat er wel degelijk connecties zijn tussen de genoemde bewegingen. Noordse Heidense symbolen werden gebruikt door de Duitse Nazi-partij om aanhang te verwerven onder het Duitse volk. En Ásatrú wordt lastig gevallen door mensen die zichzelf met Ásatrúar identificeren maar racistische gezichtpunten aan het geloof hebben gekoppeld. Deze variëren van oprechte gelovers, die tevens racisten zijn tot zij die cynisch het geloof hebben gebruikt als een dekmantel voor een puur politieke ideologie.

Dit soort mensen maakt echter maar een klein deel uit van het totale aantal mensen die zulke zaken vreselijk vinden of niet relevant vinden. Zelfs in groepen die worden bezocht of gecontroleerd worden door een racistisch georiënteerde beoefenaar, vindt de stille meerderheid de kwestie irrelevant.

Men zal echter deze reputatie van het Noordse Heidendom niet kunnen aantreffen in de Wicca. Dit is één van de belangrijkste verschillen tussen de onjuiste voorstelling van zaken tussen Wicca en Ásatrú: waar het plaatsvindt. Wicca’s problemen hebben vrijwel altijd te maken met de niet-Heidense gemeenschap. Het gebruik van de term ‘heks’ en symbolen zoals het pentagram maken dit eenvoudig te begrijpen. De problemen van Ásatrú daarentegen doen zich vrijwel uitsluitend voor binnen de Heidense gemeenschap zelf. De normale maatschappij heeft totaal geen weet van Ásatrú, en tenzij een groep een swastika gebruikt, zal het daar waarschijnlijk meer gedachten opwekken van strips van Hagar de Verschrikkelijke of Thor stripboeken.

Dit heeft interessante effecten gehad op elke gemeenschap. De onjuiste voorstelling van zaken van buiten de Wicca heeft ertoe geleid dat deze groepen samen de gemeenschappelijke problemen aanpakken. Het is vrij algemeen om in de Heidense gemeenschap te horen dat verschillende groepen samen moeten komen om de gemeenschappelijke vijand te bestrijden. En die vijand wordt vrijwel altijd geïdentificeerd als komend van buiten de gemeenschap. De onjuiste voorstelling van zaken voor de Ásatrú heeft ertoe geleid dat er de neiging bestaat dat het zichzelf isoleert van andere vormen van Heidendom en tot een bepaalde hoogte  van andere groepen van Ásatrú. Dit kan één van de redenen zijn dat Ásatrú zijn eigen herkenbare gemeenschap en karakter heeft behouden.

Intra-Groep Strata

Er bestaan wat interessante overeenkomsten en verschillen tussen de verscheidene sociale relaties die bestaan tussen de Wiccan en Ásatrú gemeenschappen. Traditionalistische Wiccans ontmoeten elkaar, algemeen gezien, in groepen (vaak genoemd ‘kringen’, ‘groves’, ‘cirkels’ en minder vaak ‘ordes’), die vaak hiërarchisch van opzet zijn en die de Wicca’s onderliggende karakteristieken van een mysterie religie reflecteren. De leiding berust vaak bij een priesteres, al kan zij soms samen met een Priester werken, en de autoriteit van zo’n priesteres is vaak het gevolg van het algemeen aanvaarde respect voor haar, in tegenstelling tot de leden die beantwoorden aan een verlangen naar onderdanigheid. Zelfs onder niet-traditionalistische (eclectische) Wiccans vindt men vaak ditzelfde organisatiemodel, zelfs als dat alleen maar in naam is.

Op dezelfde wijze werken de meeste lang bestaande traditionalistische Wiccans samen met hun leden middels een soort van raamwerk van initiatie, hetgeen ook een afspiegeling is van de aard van de mysterie religie van de Wicca’s. Zulke groepen kenmerken zich vaak door verschillende ‘niveaus van verheffing’, daarmee bedoelen we dat een redelijk gestructureerde methodiek van spiritueel-magische ontwikkeling kan worden gegeven door de betrokken priesteres, die haar kring ten dienste staat als een mentor and leermeesteres. Deze relatie van leren is erg belangrijk bij Wicca en de relatie van leerling/leermeester is vaak de belangrijkste in een kring. Het feit dat zulke niveaus van initiatie bestaan is bewijs voor de sterke genealogische relatie van Wicca met andere occulte organisaties, zoals Vrijmetselarij en ceremonisch-magische genootschappen als de Ordo Templi Orientis.

Uitzonderingen daargelaten schijnen groepen Ásatrú (vaak ‘kindreds’, ‘hearts’ of zelden ‘steadings’ genoemd) niet dezelfde hang naar hiërarchie van initiatie te hebben als waarmee Wicca zich onderscheidt. Dit is zeer waarschijnlijk het gevolg van het feit dat Ásatrú, in tegenstelling tot Wicca, niet direct een mysterie religie is, ondanks het feit dat het wel degelijk mysterie-gerelateerd materiaal, zoals Runen-magie, gebruikt. Vroege Ásatrú werd erg beïnvloed door nogal romantische ideeën over IJslandse democratie en vele groepen bestaan uit gelijke individuen met één of een paar leiders, wier rol meer te maken heeft met organisatie dan met theologie. Zelfs wanneer er al een bepaalde vorm van hiërarchische structuur is, dan is deze structuur meer bedoeld voor een organisatorische rol dan een theologische. De functie van de leiders houdt meer het beantwoorden van post en het organiseren van evenementen in. Hoewel zulke leiders, vaak bekend als Gothi of Gythia (priester of priesteres) rituelen leiden is hun leiderschap niet een afspiegeling van hun hoger niveau van spirituele ontwikkeling of rangorde. De keus van degene die rituelen leidt kan gebaseerd zijn op zulke wereldlijke criteria als waar het ritueel gehouden wordt of hoever iemand stem reikt. In gevallen waar groepen methodieken voor training and benoemen van geestelijke leiders heeft, zoals het ‘Elder Training Program’ van de Ring of Troth, dan vereist de rol van leider een grotere wetenschappelijke kennis, maar wijst zelden op een hoger niveau van spirituele ontwikkeling.

Erg samenhangend met zaken van leiderschap is één van de meest in het oog springende kenmerken van Wicca het overheersend belang van een leerling-leraar-relatie die bestaat tussen leden van een kring en hun leider. In het traditionele Wicca is het gewoon dat, wanneer leden van een kring alles hebben geleerd wat ze moeten weten en door alle niveaus gestegen zijn, de volgende stap niet binnen de kring plaatsvindt, maar men dient ‘uit te zwermen’ om hun eigen kring te vormen, en daar de plaats van leraar in te nemen met een nieuwe lichting studenten. Het meeste wat geleerd wordt is spiritueel in plaats van wetenschappelijk en lijkt het meest op dat van een oosterse wijsgeer en goeroe (al wordt de term ‘goeroe’ in neo-Heidense kringen kleinerend opgevat).

Dit type van ‘leer’-relatie is vrijwel onbekend in de Ásatrú gemeenschap. Het leren van het geloof moet veel meer gezien worden in termen van algemene wetenschappelijke studie. Daar waar een nieuwkomer in Wicca gewoonlijk in klassen wordt gestopt met een Hoge Priesteres en daar les krijgt in spirituele oefeningen, komt het bij beginners in Ásatrú veel vaker voor dat zij een boekenlijst krijgen overhandigd of dat ze worden doorverwezen naar een locale school. Het wordt aan het eigen initiatief van de studenten overgelaten en een ‘leraar’, als er al eentje is, wijst in het algemeen slechts op nieuwe bronnen die interessant kunnen zijn.

Inter-Groep Strata

Op een grotere schaal gezien kunnen Wiccans, die mysterie religie op dezelfde manier benaderen, zich identificeren als een deel van een ‘traditie’ zijnde, dus als een sekte met gemeenschappelijke oorsprong en praktijken. Wiccans menen vaak dat hun ‘traditie’ op verschillende spiritueel-magische gronden iets is dat uitzonderlijk uniek is in verhouding tot andere tradities binnen Wicca, en ze zullen elkaar vaak (plagend) beschimpen over verschillende verdiensten die te maken hebben met de ‘deugdelijkheid’ van de praktijken van hun eigen traditie. Daardoor worden bij Wiccans de demarcatielijnen getrokken aan de hand van de praktijken die onderling gangbaar zijn, hetgeen op zijn beurt weer ‘traditie’ wordt genoemd.

Aan de andere kant hebben Ásatrúar de neiging om nog sterker gecentraliseerd te zijn. Terwijl Ásatrú groepen zichzelf vaak associëren met grotere netwerken (bijv: Ásatrú Alliance, Ring of Troth, Raven Kindred Association, Vinland Ásatrú Association) hebben de redenen daarvoor meer te maken met sociale verbintenissen, administratieve coördinatie, of gemakshalve gekozen geografische locaties, dan met een zucht naar ‘magische afstamming’, wat een centraal thema is van de genealogie van het prototype de Wiccan tradities, het Gardnerianisme. Deze afstamming van een Wiccan traditie heeft sterke connotaties met zaken als ‘validiteit’, dat wil zeggen: om sociaal geaccepteerd te worden door collega’s in dezelfde traditie moeten sommige zaken in ritueel format of praktijk (zelfs als het maar een klein beetje is) kunnen worden verwacht.

In termen van ‘validiteit’ zal Ásatú een meer of mindere mate van diversiteit accepteren. Ásatrú heeft de tendens om minder inclusief om te gaan met verschillen binnen de totale gemeenschap. Individuen trekken de grens op verschillende plaatsen, maar het wordt aanvaard dat er zaken zijn die simpelweg niet tot Ásatrú behoren. Aan de andere kant bestaat er, binnen die grenzen, veel minder intra-gemeenschappelijke rivaliteit of het ontstaan van afscheidingen als gevolg van kleinere variaties in de uitvoering. Die groepen die zichzelf als apart, meer valide, of ‘elitair’ hebben afgeschilderd zijn verdacht geworden en zijn snel verdwenen.

Wicca heeft wijde extra-gemeenschappelijke grenzen en smalle intra-gemeenschappelijke grenzen, terwijl Ásatrú smallere extra-gemeenschappelijke grenzen heeft en nauwelijks bestaande intra-gemeenschappelijke grenzen. Met andere woorden: Wiccan zullen vrijwel alles als Wicca aanvaarden, maar individuele groepen binnen Wicca zullen scherpe grenzen tussen elkaar trekken. Ásatrúar zullen vaak mensen afwijzen met de claim dat ze ‘niet-Ásatrúar’ zijn (of veel vaker dat ze ‘te Wiccan’ zijn), maar wanneer ze eenmaal als Ásatrúar geaccepteerd zijn, dan worden er weinig verschillen gezien binnen de groepen.

Rituele Complexiteit

Gezien de historische achtergrond van ceremoniële magie van de Wicca zijn de rituelen van de Wicca gewoonlijk nogal complex. Het gemiddelde format kan gemakkelijk gevonden worden in ieder redelijk boek over het onderwerp: wijdt de elementen, trek een cirkel, roep de Kwartieren aan, heilig de rituele ruimte met de elementen, roep de Godin aan (etc), doe de werkzaamheden die gedaan moeten worden, symbolisch Groot Ritueel, wijn en cake, en sluit het hele proces door middel van het omgekeerde van het openingsproces. Hoewel dit noodzakelijkerwijs een algemeen iets is, is het toch waar dat het standaard Wiccan ritueel bestaat uit een serie van aaneen gekoppelde kleinere rituelen die samen het gehele ritueel uitmaken. Natuurlijk kan het ritueel ingekrompen worden (en dat gebeurt vaak ook) tot eenvoudiger procedures, maar het aanvaardde algemene ritueel blijft een complex gebeuren.

De rituelen van de Ásatrú zijn daarentegen in het algemeen eenvoudig en rechttoe rechtaan. Voor een representatieve rituele bijeenkomst is alles wat de vrome Ásatrúar nodig heeft slechts een geschikte locatie, wat tijd van de telefoon weg, en een drankje voor een plengoffer. Zelfs het meest ingewikkelde ritueel blijft een relatief eenvoudige gebeurtenis, waarbij het grootste deel van het evenement bestaat uit het laten rondgaan van een hoorn onder de deelnemers, terwijl Wiccans een groot deel van hun tijd en energie besteden aan het creëren van hun heilige ruimte zelfs voordat daarmee ook maar iets gedaan wordt. Ásatrúar kunnen, uiteraard, hun rituelen wat uitgebreider maken door stukken uit de Havamal voor te lezen, of door orakelachtige werken te verrichten, of wat dan ook, maar in het algemeen blijven de rituelen eenvoudig van aard.

Als Wiccans hun rituele structuur willen aanpassen (om wat voor reden dan ook) zien we Wiccans vaak iets versimpelen dat in eerste instantie zeer complex was. Als Ásatrúar hun standaard structuren proberen aan te passen zien we vaak dat ze een eenvoudig ritueel uitgebreider maken.

Huidige Literaire Bronnen

Hoewel dit onderscheid zeer afhankelijk is van de huidige literaire stromingen is het toch interessant genoeg om het er over te hebben.

Gedurende de laatste tien jaar bestaat het grootste deel van de boeken, die beginnende of praktiserende Wiccans neigen te kopen, uit erg algemene teksten, gewoonlijk gepubliceerd door ‘occulte’ of ‘New Age’ uitgevers. De meeste van die boeken zouden in sommige gevallen tegen behoorlijke kritiek oplopen als zij op puur wetenschappelijke gronden zouden worden onderzocht. Sommige Wiccans lijken, tegen beter weten in, alles te willen geloven wat gedrukt staat en wat tevens totaal revisionistisch of hyperdiffusionistisch genoemd kan worden. Hiermee wordt niet direct gezegd dat Wiccans makkelijk te beïnvloeden zijn, maar het geeft wel de suggestie dat er lieden tussen de Wiccans zitten die eerder informatie zouden willen geloven wanneer dat in hun straatje past dan wanneer het gebaseerd op is solide feitelijke gegevens. Een voorbeeld van dit soort gevallen kan gevonden worden in boeken waarin geclaimd wordt dat de Kelten van Atlantis kwamen, of dat ieder voordeel ten bate van de gemeenschap alleen maar toe te schrijven is aan vrouwen, of dat de Goden die eeuwenoude culturen aanbaden eigenlijk buitenaardse wezens waren die regelmatig de aarde bezochten.

Er zijn echter belangrijke teksten over folklore en andere onderwerpen in omloop die de Wiccans vaak gebruiken, en de meeste van deze boeken zijn langer in gebruik geweest dan de ‘witchcrap’. Vele gerespecteerde Wiccans hebben een sterke achtergrond in onderzoek (de schrijver is persoonlijk bekend met een kring in New England, die vrijwel geheel bestaat uit mensen met een graad in de Grieks-Romeinse cultuur). Maar op hetzelfde moment is er een instroom geweest van minder-dan-gedetailleerde informatie die de occulte boekenmarkt heeft overspoeld, en veel van de ergernis van sommige Wiccans van de oude school alsmede sterk in hun schoenen staande traditionalisten is het gevolg van de nieuwe instroom van Wiccans, die behoorlijk door deze discutabele informatie is beïnvloed.

Natuurlijk staan de Ásatrúar bloot aan dezelfde problemen. Net zoals er Wiccans kunnen zijn die claimen dat de Kelten van Atlantis kwamen, is het net zo goed mogelijk dat er Ásatrúar zijn die geloven dat de ‘Kensington Runensteen’ een echt artefact is, of dat Eric de Rode een gemeenschap nabij Boston Harbor heeft gesticht. Ook zijn er soms dubieuze boeken verschenen bij de New Age drukkerijen, die gingen over Noors Heidendom, maar dat soort boeken zijn vrijwel algemeen afgewezen en in sommige gevallen zijn die boekwerken en zij die daaruit citeren openlijk voor gek verklaard.

De afwijking daargelaten is er een algemene trend onder Ásatrúar om meer te steunen op gedetailleerde (en vaak esoterische) wetenschappelijke bronnen dan hun neefjes, de Wiccans. Dit is soms een bron van frustratie geweest voor sommige Ásatrúar, die zulke bronnen zelf niet onderzocht hebben, naar het is niettegenzeggelijk waar dat er vele Ásatrúar bestaan wiens research op hetzelfde niveau staat als een goede folklorist.

Belangstelling voor linguïstiek is hiervan een zeer goed voorbeeld. Er zijn Wiccans die de moeite hebben genomen om talen zoals Welsch of Gaelic te leren, maar dat soort mensen schijnen er maar weinig te zijn in verhouding tot de aantallen Ásatrúar, die de moeite hebben genomen om Oud-Noors, IJslands, Saksisch, Duits of Oud-Engels te leren voor geen andere reden dan religieus plezier en de mogelijkheid om de originele tekstuele bronnen in deze talen te kunnen lezen.

Vele Wiccans hebben zich er gemakshalve vanaf gemaakt door hun praktijken te leren uit boeken, die eigenlijk niet de inspectie van een gemiddelde student van een middelbare school zouden kunnen doorstaan. Veel Ásatrúar leren dode en esoterische talen alleen maar omdat ze dan in staat zijn hun praktijken te leren van de meest originele beschikbare bronnen. Dit is veelbetekenend. In iedere gemeenschap kan deze trend sterk gekoppeld zijn aan hun positie ten opzichte van geloof en teruggrijpen op het verleden. De verbinding met het verleden van de Wiccans houdt veelal gemakkelijk te ontkrachten claims in over directe historische afstamming. De nadruk ligt grotendeels op esoterische ervaring en niet op exoterisch studeren. Van de claim van Ásatrú op het verleden wordt erkend dat deze indirect is en steunt geheel op het reproduceren van de eeuwenoude religie door middel van historisch onderzoek. Traditionele kennis die uit esoterische bronnen afkomstig is moet wordt geverifieerd door historisch onderzoek en niet direct voor waar worden aangenomen. Dus, in termen van teruggrijpen op het verleden, wordt de waarachtigheid van de Ásatrú geschraagd door historische kennis, terwijl Wicca daar juist door teleurgesteld zal worden.

Gedrag naar Niet-Aanhangers

Wiccans willen, gemiddeld gesproken, niet mensen bekeren. Wiccans hebben de neiging om heel erg gemakkelijk om te gaan met zaken die geloof betreffen en we kunnen stellen dat de belangrijkste bijdrage aan de Westerse maatschappij, die Wicca ons zal nalaten, waarschijnlijk een grotere waardering voor sociale tolerantie is. Terwijl dat zeker wat duidelijk zichtbare en blijvende voordelen heeft, bestaan er ook sommige hoog-eucomenische Wiccans, die zoveel tolerantie aan de dag leggen voor het geloof van anderen, dat ze zelfs niet-Heidense elementen in hun praktijken willen opnemen. Tot op dit moment is de vraag of Wicca wel of niet gemixt kan worden met Christendom een onderwerp van discussie welke in sommige kringen nog steeds gevoerd wordt. Het kan als een verrassing komen dat, op hetzelfde moment, er Wiccans zijn die niet-Wiccans soms wat spottend ‘cowans’ (kruising van de woorden ‘cowan’ [kring] en ‘coward’ [lafaard]) noemen.

Ásatrúar hebben daarentegen geen speciaal taboe tegen bekeren, hoewel het zeldzaam is dat het plaatsvindt. We kunnen Ásatrúar aantreffen die grapjes maken over het feit dat hun religie voorbestemd is voor de hele wereld en het feit dat sommige groepen folders en geschriften voor uitgifte produceren geeft aanleiding om dat te geloven. We kunnen ons ook indenken dat de Ásatrúar ook een term heeft voor mensen, die niet met hen verbonden zijn, maar hoewel ze wel een term hebben voor leden van hun eigen religie, ‘the Folk’ (het Volk), bestaat er geen term voor diegenen die niet tot het Volk behoren. Sommige Ásatrúar zullen half-sarcastisch, half-humoristisch opzettelijk het woord ‘Christen’ foutief spellen (‘cristian, kristjan’, etc) om in opstand te komen tegen hen die de heilige plaatsen van de Oude Goden hebben ingepikt. Ásatrúar voelen ook geen scrupules om onderling hen te bekritiseren waarvan men denkt dat ze niet voldoen aan de eisen en waarden van Ásatrú. Wiccans hebben dezelfde gewoonte, waarbij de term ‘warlocking’ populair is. Deze wijst op die leden binnen de gemeenschap die kwaadaardige roddelaars zijn of op een andere vervelende manier de Craft verraden. Zulke mensen kunnen op de zwarte lijst komen als zijnde ‘warlocks’.

Socio-Politiek Geloof

De algemene partij-politieke belangen tussen Wiccans en Ásatrúar zijn in het algemeen gepolariseerd. In werkelijkheid is het waarschijnlijker dat er een veelomvattend politiek spectrum bestaat voor beide Heidense gezindten, maar gezien de socio-politieke commentaren in verschillende tijdschriften en nieuwsbrieven van Wicca en Ásatrú kan gemakshalve worden aangenomen dat Wicca neigen naar liberale, op gelijkheid gebaseerde en zelfs socialistische politieke denkbeelden. Daar tegenover staat Ásatrú, dat meer neigt naar conservatieve, libertijnse en soms ultra-rechtse ideologieën.

In puur sociale termen bezitten zowel Ásatrú en Wicca enkele centrale morele principes, maar de verschillen tussen hen zijn opmerkelijk. In vergelijking met Ásatrú hebben Wiccans niet een gezamenlijke rode draad van morele principes en waarden. De belangrijkste uiting van morele principes in Wicca is de Wiccan Rede, die luidt ‘an it harm none, do what you will’. Dit is een flexibele en erg subjectieve stelling die open staat voor individuele interpretatie. Morele principes zijn in het algemeen tweeslachtig, voor veel Wiccan vaak van gering belang. De Wiccan Rede is zeker een indicatie van principe, maar wordt meer gezien als advies (en ja, sommige versies van de Reden hebben het over het ‘Advies van de Wijzen’) dan als iets karakteristieks wat Wicca definieert. Wicca’s houding ten opzichte van moraliteit is ook persoonlijk en persoonlijke beslissingen moeten eigenlijk niet door anderen in twijfel worden getrokken.

Misschien is deze interpretatie wat pessimistisch, en als dat zo is, dan willen wij aanvoeren dat de huidige verwatering van de ideologie van Wicca, omdat het wellicht te populair is geworden, daarvan de oorzaak is geweest. Er is een tijd geweest, zo kan de Wiccan schrijver van dit artikel zich nog herinneren, dat de Craft net zo’n interesse in persoonlijk eergevoel had als Ásatrú nu heeft. Maar, in tegenstelling tot Ásatrú en met zeldzame uitzonderingen (zoals Fitch’s ‘Wiccan Rede of Chivalry’ of hier en daar wat leerstellingen die worden toegepast bij tradities van individuele Crafts) schrijft Wicca in het algemeen geen strikte principes voor voor zijn aanhangers. Het kan gesteld worden dat het belangrijkste morele principe van Wicca is dat van een ethiek die afhankelijk is van tijd en plaats en dat het de meeste zaken zal zien als tinten grijs in plaats van zwart en wit.

Ásatrú bezit een gelijk idee van principes in de vorm van de Negen Deugden: Moed, Waarheid, Eer, Broederschap, Discipline, Gastvrijheid, IJverigheid, Zelfredzaamheid en Doorzettingsvermogen. Deze zijn vastgesteld en er bestaan vele op kleine punten afwijkende versies van deze lijst, vaak aangevuld met aanhangsels waarin uitgelegd wordt welke plaats iedere Deugd moet hebben in het leven van een Ásatrúar. Net zoals in Wicca neigt Ásatrú meer naar een innerlijk gedreven morele attitude dan naar externe motivering, maar als morele besluiten niet naar de zin zijn van de gemeenschap, dan zijn de Ásatrúar heel goed in staat om anderen hun mening te laten horen en kunnen behoorlijk kritiek spuien.

Gezien zijn geschiedenis kan Wicca beschreven worden als een algemeen contra-cultureel fenomeen. Dit wordt gesteund door verschillende feiten, vanaf de interesse van Gerald Gardner in naturisme (nudisme) gedurende een tijdperk van seksuele onderdrukking, tot het feit dat veel van de hedendaagse Wicca zich ontwikkelde in samenhang met de hippie-beweging in de zestiger jaren. Zelfs Aleister Crowley (die, hoewel geen voorbeeld van Wicca zijnde, nog steeds een interessante man is voor de Wiccans) is een duidelijk voorbeeld is van iemand die zich afzette tegen sociale gelijkheid en status-quo. Sociaal gezien poogt Wicca verschillende sociale factoren aan de kaak te stellen. Voorbeelden hiervan zijn ongelijkheid van mannen en vrouwen en het idee van ‘de macht aan het individu’.

Daarentegen is Ásatrú cultureel. Dit is direct duidelijk omdat, voor wat voor reden dan ook, het duidelijk gebaseerd is op gerelateerde culturen (Scandinavisch, Duits, Angel-Saksisch, etc). Ásatrúar zullen veel vaker lid worden van gemeenschappen zoals de Sons of Norway dan een Wicca zal doen. Belangrijker is dat, wanneer een Ásatrúar problemen ondervindt met de dominante cultuur, hij gewoonlijk terug wil keren naar de traditionele culturele waarden, in plaats van een radicale verandering te willen. Vele Ásatrúar hebben hun algemene steun laten horen voor het idee dat Amerika terug moet keren naar de ‘traditionele familiewaarden’ (al kunnen ze met andere conservatieven van mening verschillen over de vraag wat dat precies moet inhouden). In feite zijn veel van de verworvenheden van de moderne cultuur die Ásatrúar bekritiseren juist die zaken die worden gesteund door de Wicca gemeenschap. Veel Ásatrú zijn bijvoorbeeld geschokt door de sociale naaktheid en de vluchtige seksuele ethiek van de Neo-Heidense samenkomsten van de Wicca en sommigen van hen gaan zelfs zo ver om zulke bijeenkomsten als moreel ongezonde plaatsen te bestempelen.

Verder zetten de thema’s van strijders, die behoren tot de mytho-poetische grondslagen van Ásatrú, die gemeenschap apart van Wicca met hun houding van geweldloosheid. Hier vinden we een centraal punt waarmee Wicca kan worden vergeleken met Ásatrú: te midden van een verzameling andere dichterlijke ethische wetten adviseert de Wiccan Rede ‘An it harm none, do what you will’. Voor vele Wiccans is één interpretatie van dat advies duidelijk: vervul je diepste wensen mits je niemand schade berokkend. Hier is dus een helder en duidelijk verschil tussen Wicca en Ásatrú. Hoewel Ásatrú niet er op uit zijn mensen te beschadigen, hebben ze echter ook geen specifieke occulte waarschuwing om dat te voorkomen en beschouwen conflict vaak als een onvermijdelijk deel van het leven op aarde.

Een ander groot verschil tussen de twee religies is de sociale klasse waaruit ieder hun leden trekt. Klasse is in Amerika een belangrijke bron van waarden en sociale grenzen, en de verschillen zoals ze hierboven zijn beschreven corresponderen op vele punten met een scheiding tussen de werkende en de middenklasse. Wiccan groepen zijn in overweldigende mate afkomstig uit de middenklasse. Mensen hebben in het algemeen de universiteit doorlopen en werken in de professionele en dienstverlenende sector. Het is onderdeel van de eigen mythologie van de gemeenschap die meent dat Wiccans niet al te rijk zijn, maar zij die dat inderdaad niet zijn neigen om neerwaarts mobiele personen te zijn van middenklasse origine. Ásatrúar, die middenklasse zijn, zijn meestal opwaarts mobiel met een achtergrond van werkende klasse, die meer de sociale en politieke waarden reflecteren van de werkende klasse. Waarschijnlijk is het meest belangrijke, als we de socio-economische status bekijken, de grote nadruk die Ásatrúar leggen op financieel succes, terwijl vele Wiccans neerkijken op de kapitalistische maatschappij.

De socio-politieke verschillen tussen beide gemeenschappen moeten niet worden onderschat en zijn een belangrijke bron van frictie tussen de twee gemeenschappen. De algemene politieke achtergrond van iedere gemeenschap neigt door de andere te worden opgeblazen tot de meest radicale niveaus. Dus: Ásatrúar denken van Wiccans dat ze communistische, drugsverslaafde, homoseksuele nudisten zijn die steun trekken, terwijl Wiccans de Ásatrúar zien als militaristische, dronken, wapenverslaafde, homofobe, nazi’s. Dit is uiteraard overdreven, maar wanneer  belangrijke verschillen van mening naar voren komen, dan worden deze sterotypen uit de kast gehaald om elkaar mee om de oren te slaan en zijn dus een grote oorzaak voor verwijding tussen beide gemeenschappen.

Communicatie en taalgebruik

Een van de meest in het oog springende sociale verschillen tussen Wicca en Ásatrú is hun gebruik van taal en de manier waarop ze communiceren. Meer dan enige andere factor is dit één van de redenen voor conflicten tussen beide gemeenschappen. Wiccans hebben de neiging om op een erg geconditioneerde wijze te spreken, vaak de passieve vorm gebruikend. De algemene manier van spreken is rustig, coöperatief en consensus zoekend, hetgeen het wereldbeeld van de Wiccans weerspiegelt van een ordelijk en harmonieus heelal. De meeste opmerkingen worden vaak vergezeld van een aanknopingspunt waardoor de andere persoon gezichtsverlies kan voorkomen in het geval hij het daar in het geheel niet mee eens is. Gesprekken worden in het algemeen op een rustige en beredeneerde manier gevoerd.

Ásatrúar hebben meer de neiging om op een erg directe wijze te spreken, gebruik makend van declaratieve zinnen en door zaken zwart-wit te stellen op een vaak simplistische manier. De algemene methode van communicatie is om de eigen mening te verkondigen in de verwachting dat de andere de zijne zal verkondigen en daarna zullen ze het met elkaar eens zijn of zal een discussie uitbreken. Consensus en compromis is zelden het uitgangspunt. Deze verbale sparringpartijen weerspiegelen het centrale uitgangspunt van conflict in deze religie. Een gelijkspel tussen sterke, maar van mening verschillende opinies, wordt vaak gezien als beter dan compromis (we zijn het eens dat we het oneens zijn). Tegengaan van gezichtsverlies wordt gezien als iets wat iemands eigen verantwoordelijkheid is en moet niet slechts worden bereikt door de validiteit van iemands geloof, maar ook door de kracht waarop men dat naar voren brengt. Gesprekken worden in ijltempo gevoerd en vaak op emotionele manier. Ieder meningsverschil en iedere kwaadheid die ontstaat bij een debat wordt vaak afgedaan als zijnde noodzakelijk voor het proces en wordt snel vergeten. Maar wanneer dat niet het geval is, is het vaak de oorzaak van langdurige wrok.

Deze van elkaar verschillende manier van communicatie hebben tot gevolg dat er een eenvoudig patroon van communicatie, of liever mis-communicatie, zal bestaan tussen Wiccans en Ásatrúar. De Wiccans zullen een gesprek beginnen met te stellen wat hun standpunt is. Deze standpunten zullen in ieder geval één of twee zinsneden als ‘naar mijn mening’ bevatten om hun tegenpartij ruimte te geven voor compromis in geval van de omstandigheid dat men het er niet mee eens is. Wanneer de Ásatrúar dit  hoort neemt deze onmiddellijk aan dat de Wiccan niet al te stevig in zijn schoenen staat met betrekking tot het onderwerp en mogelijk tot andere gedachten gebracht zal kunnen worden. Hij of zij zal heel direct zeggen dat de mening van de Wiccan niet juist is en zal duidelijk maken waarom hij dat vindt. Tot op dit punt hebben beide partijen precies gereageerd zoals dat verwacht kon worden op basis van de grondslagen van de gemeenschap. De Wiccan staat gewoonweg paf. Hij of zij meent dat men een beleefde verklaring heeft afgelegd en kreeg op een onbeschaafde en respectloze manier een antwoord. Op dat moment besluit de Wiccan dat het gesprek nutteloos is en zal het pogen te beëindigen door te zeggen dat hij of zij het eens is met de validiteit van de argumenten van de Ásatrúar, maar tegelijkertijd zijn eigen benadrukken al wordt het deze keer met nog meer argumenten omkleedt. Nu op een retorische manier bloed ruikend zal de Ásatrúar de zienswijze van de Wiccan verwerpen en op een nog stelliger manier zijn eigen standpunten uiten. De Wiccan voelt zich dan tot op het bot beledigd. Hij valt vervolgens, niet meer sprekend over het oorspronkelijke onderwerp van het gesprek, kwaad het gedrag van de Ásatrúar aan. De Ásatrúar is hierdoor op zijn beurt weer geschokt en vraagt wat nu precies het probleem is. De Wiccan neemt aan dat dat voor iedereen wel duidelijk is, staat op en gaat weg. De wegen van de twee scheiden en de Wiccan is overtuigd van het feit dat de Ásatruar een onbeschofte en ongevoelige lummel is die zijn opinie op anderen probeert op te dringen, terwijl de Ásatrúar overtuigd is van het feit dat hij het slachtoffer is van opnieuw een poging tot politiek correcte censuur van iemand die zijn eigen geloof niet eens kan verdedigen.

Conclusies

De mogelijk toekomstige interactie tussen Wicca en Ásatrú lijkt zeer moeizaam te worden. De verschillen, die we hebben opgenoemd, overspannen een grote kloof, van theologie tot aan persoonlijke filosofie. Het is waarschijnlijk gemakkelijker om te stellen dat Wicca en Ásatrú niets belangrijks gemeenschappelijk hebben dan datgene wat zij ook delen met ieder ander geloof dat niet neo-Heidens genoemd kan worden. Niettemin blijft er een interactie bestaan die te maken heeft met het feit dat beide geloven claimen onder de vage term ‘Heidendom’ te vallen en het moet onthouden worden dat dit artikel gebaseerd was op een workshop waarbij les gegeven werd door een Wiccan en een Ásatrúar op een Heidens festival met toeschouwers met verschillende achtergronden, grotendeels georganiseerd door een Noorse Heidense groep, die zichzelf identificeerde met noch Wicca, noch Ásatrú. Er zijn zaken die we van elkaar kunnen leren, maar teneinde succesvolle interactie tussen beide geloven te kunnen bereiken, moeten we elkaar eerst leren te begrijpen.


Terug