De kabbala in onze taal

© 2001, J.W. Richter

Door de auteur aangeboden voor publicatie op Boudicca's Bard

 

Onze taal is niet zomaar volgens een willekeurig patroon ontstaan. Bij nader onderzoek bevatten alle Westeuropese talen een kabbala, die uitgaat van een speciaal woord. Dit woord is steeds weer opgebouwd rond een gemeenschappelijke kern.

  1.  

    De kabbala


Een kabbala is opgebouwd rond het oude idee, dat een Opperwezen de wereld met behulp van één Woord heeft geschapen. Deze wereldformule noemen wij de Logos. De Logos werd geheim gehouden en mocht in enkele kulturen niet eens worden uitgesproken. Dit is het Woord in het evangelie van Joannes:


”In het begin was het woord en het woord was bij God, en het woord was God; Het was bij God in het begin. Alles is door Hem ontstaan; en zonder Hem is niets ontstaan. In wat bestond, was Hij het leven, en het Leven was het licht der mensen; Het Licht schijnt in de duisternis, maar de duisternis nam het niet aan.


Volgens de joodse kabbala berust de hele schepping op het woord JHVH. Alle wereldse elementen zijn opgebouwd uit de elementen, die uit JHVH worden afgeleid. Zo staat het in de kabbalistische Sepher Jesira geschreven.

Jahweh, de bijbelse God uit het boek Genesis is androgyn van aard. De lettersymbolen van zijn naam verenigen de man (Grieks: andros) en de vrouw (Grieks: gyne). In de sommige boeken wordt de heilige naam IhVh geschreven, waarin de I staat voor het mannelijke en de V voor het vrouwelijke element. Elders vinden wij de naam JehOvah in dezelfde betekenis met het mannelijke symbool Jeh en het vrouwelijke symbool Ovah.

De letters van ons alfabet zijn dus niet gelijkwaardig, maar hiërarchisch ingedeeld. De litterae hebben in de filosofie dezelfde betekenis als de ideeën van Plato. Het zijn hiëroglyfen, die onze geestelijke wereld positief beïnvloeden en vormen. Met dit doel voor ogen hebben de joodse geleerden de Bijbelse boeken geschreven. Van de joodse geschriften is deze techniek bekend, maar ons eigen Latijnse en het oudere Griekse alfabet werken met dezelfde principes.

Het Woord is tot in alle uithoeken van de wereld verspreid. Het Tivar, Tiu en Tiusko in Noorwegen, het Arische Diu, het Dewa in het Sanskriet, het Griekse Theos, de Romeinse Jupiter, het Chaldeese Ilu en het IO van de Maori getuigen van een wereld-omspannend, gemeenschappelijk idee.

  1.  

    De Duitse taal


Het Duitse volk voert de oorspronkelijke naam voor God nog in zijn naam. In de oude boeken wordt Duits nog diutisc geschreven. Het woord is verwant met theodiscus en beschrijft in eerste instantie de volkstaal in tegenstelling tot het Latijn. Later wordt het begrip op de bevolking overgedragen. Het volk heet nu "Diutischin liute", dat wil zeggen lieden, die "Diutisc" spreken, maar letterlijk betekent Diutisc: "Mensen, die God Diu noemen". Het woord God was voor de Duitsers oorspronkelijk Diu, en dit woord slaat een brug tussen het Franse "Dieu" en het Noorse "Tiu". Ook de Nederlanders ("dutch") en de Tsjechen hebben oorspronkelijk hetzelfde of een soortgelijk woord toegepast. De overgang van Diu naar Gott vindt pas in de Middeleeuwen plaats.

  1.  

    De androgyne kern van de Logos


Het Franse woord voor God is Dieu. De verwantschap met de Romeinse d’IU-piter is duidelijk. Ook d’IU-piter is een androgyne god - de vader van de manvrouwelijke mens. IU is in de naam Jupiter de androgyne kern.

Afstammelingen van de Romeinen veranderden deze naam van God in Dio. Dio kunnen wij echter ook als d’IO met de androgyne kern IO schrijven. Opvallend is, dat met dit 'io' in het Italiaans ook de eigen identiteit (het Nederlandse 'ik') wordt aangeduid. Dio blijkt zo een code te zijn voor de uitspraak in het boek Genesis:


"En God schiep de mens als zijn beeld.

Als Gods beeld schiep Hij hem; Man en vrouw schiep Hij hen"


Opvallend is hier het gebruik van het enkelvoud hem naast het meervoud hen in één beeld. Het meervoud onderstreept, dat elke mens een mannelijke en vrouwelijke kern heeft ontvangen. Het Italiaans heeft deze kerngedachte in de codewoorden Dio en io (=ik) opgeslagen. Men vond het kennelijk alleszins passend om voor de menselijke identiteit, voor het eigen 'ik' dus, een klein geschreven androgyn symbool 'io' te kiezen. Heeft het Frans hier iets dergelijks? Verrassend is het te zien, hoe het Franse woord 'je' (=ik) in ”Djeu” inderdaad met het Italiaanse 'io' overeenstemt. Hetzelfde geldt voor het Spaanse 'yo' in het woord voor God Dios en voor het Latijnse 'ego' met betrekking tot God. Daarna zien wij, dat dit principe in alle talen, zelfs in het Arabisch, wordt toegepast. In een tabel kunnen wij de woorden voor God, het ego en de androgyne partner samenstellen:


taal

god

ego

Partner

Nederlands

diu => god

ick, ego

U, jij

Duits

diu => Gott

ich, ego

du, Sie

Engels

diu => god

i, ego

you

Italiaans

dio

io

tu

Spaans

dios

yo

usted, tu

Grieks

dios

ego

su, tu

Latijn

deus

ego

tu

Frans

dieu

je

tu, vous

Arabisch1

aUI

UI

?

Het woord God is volgens de officiele etymologie nog niet afleidbaar. Het woord "ego" is echter gecorreleerd met "god". Indien het woord "ego" veel ouder is dan het woord "God", dan is "God" wellicht afgeleid van "ego"!

  1.  

    Die Farbcodierung


In de oudheid hebben de volkeren het kleurenspectrum in de regenboog afgelezen. De regenboog was de brug en het symbool voor het verbond met God. Aan de rand van de regenboog kunnen wij ook vandaag nog met het ongewapende oog de twee extreme kleuren rood en blauw aflezen. Samen leveren rood en blauw de mengkleur violet op. Het Griekse woord voor violet is "ION" en de Romeinen hebben het viooltje reeds Viola genoemd.

Blauw is ook voor ons nog de symboolkleur voor de jongens en rosarood de symboolkleur voor de meisjes bij de geboorte. In dat geval mogen wij violet als de symboolkleur voor het androgyne huwelijk beschouwen.

De Grieken noemen zich de Ioniërs, die violetten, of androgyne mensen en beschrijven de stad Athene als "io-stephanos", de viooltjesomkranste stad. In werkelijkheid zijn de Atheners echter de androgyne, ofwel violette bewoners. En aan de oevers van de Ionische zee wonen de androgyne, violette Grieken, die zich in tegenstelling tot de Doriërs met de oorspronkelijke bewoners hebben vermengd.

Violet is echter ook in de Bijbel een goddelijke kleur. De Bijbel beschrijft nauwkeurig, met welke kleuren Mozes het heiligdom voor de Ark van het Verbond heeft gebouwd. Op de eerste plaats staat daarbij steeds het violet. Ook voor de priestermantel is deze kleur voorgeschreven. Jehovah is de androgyne God met de symboolkleur violet.

 

  1.  

    Afleiding van de persoonlijke voornaamwoorden


De persoonlijke voornaamwoorden bevatten niet allemaal een androgyne kern. In het Engels, Duits en Nederlands worden de twee partners (ik en U) afzonderlijk met een mannelijk symbool voor het ego (ik) en een vrouwelijk symbool voor de partner (het U) beschreven. Deze talen zien de androgyne partners niet als elementen binnen een individu, maar als mannelijke en vrouwelijke partners in een (symbolisch ?) echtpaar. De partner wordt steeds met een vrouwelijk symbool aangeduidt:


  1.  

    Goed en kwaad


De eerste letter in de naam van God is in de oudheid meestal een theta of een d. De naam voor God is dan bijvoorbeeld thios of dios. Die letters th en d zijn speciale hiëroglyfen. De theta is een van de letters, die een androgyn symbool vormen. Het ovaal is het vrouwelijke symbool en het dwarsstreepje daarin het mannelijke. Deze hiëroglyfe beschrijft dus een androgyne God. Daarna komen een letter i en een letter o, de bekende mannelijke en vrouwelijke symbolen.


God heeft eerst de man en dan de vrouw naar zijn eigen, androgyne beeld geschapen. De volgorde van de schepping is duidelijk. De eerste mens was de man, daarna kwam de vrouw. Omdat de man het symbool van de hemel is en de vrouw dat van de aarde, staat er eigenlijk ook, dat God eerst de hemel en daarna de aarde heeft geschapen. Dat is het eerste deel van de schepping en God zag, dat het goed was.


Deze Bijbelse details uit de Genesis zijn in de Logos vastgelegd, door eerst het mannelijke symbool (i of g) en daarna het vrouwelijke symbool (o, u of v) in de naam van God (thios, dio en god) te schrijven:


De omgekeerde volgorde, die wij bijvoorbeeld in het woord duivel en duister terugvinden, beschrijft het kwaad. Deze volgorde van de letters (ui, oi, vi) wijkt immers af van de Bijbelse schepping.


Het scheppingsverhaal van de Genesis is in de Logos vastgelegd. Dit principe noemen wij een scheppingskabbala. De Logos wordt als mantra gebruikt. Dan kunnen wij het scheppingsverhaal als een mantra in een gebed ontelbaar vaak herhalen en met de herhaling maken wij het geloof sterk.


  1.  

    Plato

Het zonlichtmodel

Het zonlichtmodel vergelijkt het goede met de zon. Zoals het zonlicht als een medium tussen het zien en het gezien worden fungeert, zo werkt ook het goede als een medium tussen het denken en het zijn. Het goede is als het ware de lichtbron en de enige plaats, waar het inzicht en de voorwerpen zich kunnen bevinden. Deze zijn echter voor ons niet direct, maar alleen gespiegeld zichtbaar! Rainer Maria Rilke (1875-1926) schrijft in de achtste Duinese Elegie: “Der Schöpfung immer zugewendet, sehn wir nur auf ihr die Spiegelung des Frein, vor uns verdunkelt”.

 

Het grotmodel

In het grotmodel beschrijft Plato, hoe de zintuigen ons bedriegen. Alleen in het ware licht van het inzicht kunnen wij de werkelijkheid waarnemen, als wij de grot hebben verlaten en in het daglicht staan! Plato bewijst ons niet alleen, hoe vertekend wij de realiteit waarnemen, maar ook, dat wij ons daarvan niet eens bewust zijn. Wij vermoeden niet eens, dat onze blikken en ons zijnsgevoel slechts droombeelden zijn. Zien is nog geen weten en ons zijnsgevoel is eveneens maar schijn. Voor de mensen, die hebben ingezien, dat wij in een bedriegelijke schijnwereld leven, is ook de uitspraak "ik ben" dus onzeker. Elk zijn wordt dan eerst tot schijn. Ja, natuurlijk, de priesters hebben deze parabel al duizenden jaren verspreid, zodat wij dit verhaal bij alle volkeren in Noordeuropa terugvinden.

 

Plato onderscheidt twee soorten zien. Als een eenzaam individu in de grote groep der onbewusten onderscheiden wij de persoon, die iets inziet en deze kennis vervolgens bewaart. De Hellenen hebben deze ziener de Histoor genoemd. Deze ontwikkelt zich daarna tot getuige, dan tot rechter en tenslotte tot historicus. Daartegenover staat de grote massa, die het inzien nog niet heeft kunnen leren en zich aan de schijn onderwerpt. Deze kan de waarheid niet onderscheiden, zolang zij niet tot het inzicht is gekomen. Voor het inzicht van de ziener gebruiken onze voorvaderen een ander woord, inspectie. Inspicere heeft in tegenstelling tot video een positieve kern en wordt uiteraard ook in de voorspellende priesterkaste der Haruspices teruggevonden. De Romeinen en Grieken onderscheiden dus:

 

positieve stam spiceo

negatieve stam video

betekenis

 

video

zintuigen (ogen) hebben,

kunnen zien

 

(v)eid

vertonen

 

veda

weten

 

eidos

uiterlijk, voorkomen

 

eidoolon

drogbeeld, idool

skeptomai,

 

(sceptisch) uitkijken

spieden, keuren, opletten

(in-)spicio

specio

 

nauwkeurig toezien

inspecteren, beoordelen

haruspices

 

voorspellers

 

Het gebruik van twee tegengestelde stamwoorden voor het zien betekent, dat de Grieken reeds voor Plato het onderscheid tussen het hebben van zintuigen en het juiste gebruik daarvan hebben gekend. Plato heeft in de grotvergelijking alleen maar een bestaand inzicht verwoord, maar dan op meesterlijke wijze.

Inderdaad is dit idee in de woorden “video”, "inspicio", “historia” en in de woorden vor de zintuigen in de moderne talen gecodeerd. De woorden voor de zintuigen bevatten in het algemeen een negatieve kern:

 

Nederlands

Grieks

Latijn

Frans

Spaans

Italiaans

gezicht

eidoV

visus

vue

vista

viso, vista

gehoor

ouV, ootoV

auris

ouie

oido

udito

oog

opjtalmoV

oculus

oeil

ojo

occhio

oor

ouV

auris

oreille

oreja

orecchio

reukzin

osmh


odorat

olor

odorato

 

Enkele geleerden leggen het tijdstip voor de volksverhuizing op ongeveer 5600 jaar voor Christus. In die tijd is het zeewater door een stijging van de zeespiegel de Zwarte Zee binnengedrongen en heeft de bewoners van de kuststreek rond deze binnenzee in een zondvloed verdreven. Hebben deze goed ontwikkelde Indogermanen op de vlucht de religie en filosofie in alle richtingen gestrooid, zo dat wij deze kennis nu in alle werelddelen terugvinden?

  1.  

    De Rig-Veda

 

Het oudste boek ter wereld is de Rig-Veda. Het werk begint met de aanbidding van het het goddelijk offervuur, de vlam Agni. De vlammen verlichten ons immers ook in de duisternis.

Sri Aurobindo legt ons uit, welke dubbele betekenis de woorden in het Sanskriet kunnen hebben. Go betekent de koe, maar ook licht en lichtstraal. De koe levert ons de melck van het inzicht2:

 

"The milch-cows of the Truth, enjoyed in heaven, full uddered, desiring us, have fed us with their milk: praying for right-thinking from Beyond the Rivers flowed over the Mountain.

(De melckkoeien van de waarheid, vol vreugde in de hemel, met volle uiers, en vol verlangen naar ons, hebben ons met hun melk gevoed: biddend voor de inzichtigen van Over de Rivieren, die over de Berg zijn gevloeid.)"

 

"Go", dat is duidelijk dezelfde lettergreep, waarmee ook God begint. Is de letter G misschien een mannelijk symbool?

Nu valt mij tebinnen, dat de Spanjaarden de J als een G uitspreken. Jaime heet Gaime en Jezus heet Gesus. Maar omgekeerd spreken de mensen uit het Duitse Rijnland de G weer als J uit. Dan wordt gut (goed) opeens weer Joet en geschlossen wordt jeschlossen. Zelfs in het Nederlands kennen wij de genever en de jenever naast elkaar. De G en de J zijn dus equivalent.

Het woord koe is dus eigenlijk afkomstig van go, gau of goe, en begint met de woordstam van goed en God. De leverancier van het goddelijke inzicht wordt ook nu nog als een heilig dier in Indië vereerd.

Vanuit India is het heilige symbool naar Europa gekomen. In de mythologie kunnen wij haar spoor volgen. Io is de dochter van de riviergod Inachus. Om haar na een liefdesavontuur aan de wraak van zijn gemalin Hera te onttrekken, verandert Zeus haar in een koe. Hera zend nu een vervaarlijke horzel op Io af, die haar zo kwelt, dat zij radeloos van het ene naar het andere land doolt. Haar eerste overtocht leidt over de Bosporus, de koeienoversteekplaats tussen Europa en Azië. Uiteindelijk krijgt zij in Egypte haar menselijke gedaante terug. Zij heet nu Isis en wordt de moeder van de zwarte man Epaphos, van wie Libya afstamt. De legende verhaalt, dat Isis de Egyptenaren het alfabet heeft geschonken.

  1.  

    Heraclitus


Heraclitus uit Ephesos schrijft 500 voor Christus in Over de natuur:


1. "Dit Woord Logos [de wereldformule] echter, die eeuwigdurende wet, begrijpen de mensen niet, of zij nu ervan gehoord hebben of niet. Alles vindt er plaats volgens de Logos en toch gedragen zij zich als amateurs, als zij het weer met woorden en daden proberen te analyseren en verklaren. De overige mensen hebben er trouwens evenmin benul van, wat zij doen, of zij nu slapen of wakker zijn."

2. "Daarom moeten wij het gemeenschappelijke doel volgen. Maar ook al geldt de Logos [de wereldformule] voor allemaal samen, toch leven de meesten zo, alsof zij op dat punt over een eigen inzicht beschikken."


De Logos is dus een donker woord. En omdat Heraclitus bij voorkeur in donkere woorden spreekt, is zijn bijnaam ook de donkere.


Heraclitus ontwerpt nu het idee van de algemene Logos, de koinos Logos, waaraan ieder mens kan deelnemen. Deze deelname verhindert, dat de mensen “idiotes”, dat wil zeggen "geïsoleerden", kunnen worden. De koinos Logos is een van de eerste oekomenische bewegingen. De koinos Logos omringt ons als een gas, dat wij met onze zintuigen in- en uitademen. Bestaat dit gas soms uit de zinnen en woorden, die de Hellenen toevallig ook Logoi hebben genoemd?

  1.  

    De Apocalyps


Onze voorvaderen uit de tijd rond Christus hebben niet het scheppingsverhaal in de naam van God verhaald, maar de Apocalyps. Wie de D in de naam van God vooraan schrijft, symboliseert daarmee de schepping, maar wie de D achteraan schrijft, symboliseert het opgaan in God, de openbaring. Dat is de Omega van Teilhard de Chardin, de Apocalyps van Joannes.


De namen Dio en Iod beschrijven dezelfde God. Alleen de pijlrichting van de tijd wordt omgekeerd. De pijl symboliseert bij de oude godennamen, zoals Theos, Dios, Dieu, enz. een schepping weg vanuit God. In de nieuwe naam van God wijst de tijdpijl naar God toe. Rond het begin van onze jaartelling waren de Apocalyps en het einde van de wereld tamelijk populair. Eigenlijk symboliseert deze pijl ongewild ook het W-idee van Teilhard de Chardin, een schepping van mannen en vrouwen, hemel en aarde, die uitmondt in een androgyne God.


  1.  

    De Godsspiegel van Paulus


De Eerste brief aan de Corinthiërs, 13:12 in de Lutherbijbel luidt:

 

"Thans zien wij in een spiegel, binnen in een donker woord,

maar straks van aangezicht tot aangezicht.

Thans ken ik slechts ten halve,

straks ten volle, zoals ik zelf ben gekend."

 


De androgyne mens io spiegelt zich in de namen Dio/Dios en Jod/God van God tot het symbool d. Natuurlijk is dit voor de leken onzichtbaar, maar Paulus en Joannes hebben dit als ingewijde kabbalisten geweten. In een oude schrijfwijze van de namen van Jupiter en de duivel staat op de plaats van de Godsspiegel een apostrophe: d'IUpiter, d'evil, d'üvel. In het volgende diagram worden deze spiegels van Paulus als een streep geschetst.


 

    De ontsluiering van Paulus


De Tweede brief aan de Corinthiërs, 3:12 in de Lutherbijbel luidt:


"Want de Heer is de Geest en waar de geest des Heren is, daar is vrijheid. En wij allen spiegelen met ongesluierd gelaat de heerlijkheid des Heren terug, en worden steeds heerlijker in zijn beeld herschapen, zoals dit door 's Heren Geest geschiedt."


Wij moeten de sluier van ons gezicht verwijderen, zodat onze partners in ons gezicht God waarnemen kunnen.

Bij het woord sluier valt op, dat vrijwel alle woorden, die het verhullen in onze taal beschrijven, een negatieve kern bevatten: verhullen, sluier, voile, veil, toilet, vlees, vel, huid. Omgekeerd is de kern bij de woorden, die ontsluieren, positief: bloot, blozen, blush. Uit een Bijbelse zicht is dat principe verklaarbaar: de geestelijke en lichamelijke ontsluiering brengen ons immers weer terug in de paradijselijke toestand.


  1.  

    De kabbala van onze taal


Onze voorvaderen hebben een eigen kabbala (onthulling) geschreven, die niet eens zoveel afwijkt van de joodse leer. Ook dit kabbalistische alfabet is gerangschikt rond de jod/God. Met behulp van de letters als elementaire bouwstenen hieruit vormen zij woorden, die de wereld in goede en slechte elementen opdelen. De hiëroglyphen voor de mannelijke symbolen zijn de letters i, j, l en g en de vrouwelijke symbolen luiden o, u, v, c en n. In een goed element worden eerst het mannelijke en vervolgens het vrouwelijke symbool geschreven. In een kwaad element is de volgorde omgekeerd:


Begrip

goed

kwaad

Macht

God, Logos

duivel

Identiteit

ic, ego

niemand

kern

iota

niets

licht

licht

duister

waar-nemen

luisteren

zintuig

op elkaar ingaan

blozen

omhullen

blij maken, helpen

joviaal

violentie

delen

geven

nemen

rechtvaardigheid

juist

nijd

liefde, trouw, geloof

ionste3, belofte, geloof

vijand, leugen, bedrog

warmte

gloed

vlam

leven, jeugd

leven, jong

old

vreugde

lachen, jubelen

huilen

kwaliteit

goed

vies

kleursymbool

violet

noir (zwart)


Ook de organen worden ingedeeld in edele en onedele delen. De zintuigen, de omhulling, de onedele ingewanden zijn overwegend negatief, bijvoorbeeld: buik, huid, vel, kruis, nier, oog, pols, vinger, duim, kuit. Positief zijn de elementaire organen: bloed, lever (in de oudheid de zetel van de hartstocht), long, lende, gorgel.

De mens deelt ook de fauna in nuttige en schadelijke dieren in. Negatief zijn overwegend: de parasieten, de nachtdieren, vogels en slangen, bijvoorbeeld: aalscholver, dolfijn, duif, mug, konijn, wandluis, uil, muis, ooievaar, uiver, vleermuis, vlieg, vlo, vogel, wolf. Positieve woordkernen vinden wij in de "hogere" en "nuttige" dieren: gorilla, leeuw, bever, fluwijn, hinde, steur, luipaard, visch, ekster, specht (voorspellende vogels).

De kabbala van onze taal kunnen wij in een overzichtelijk schema met de belangrijkste begrippen optekenen:

  1.  

    Samenvatting


De kabbala in onze taal is een groots monument uit een ver verleden. Er is in die tijd nog geen sprake van een God als eigendom van bepaald volk. Er is één God van alle mannen en vrouwen. Zijn Woord en zijn schepping, het onderscheid tussen goed en kwaad, de regels voor onze samenleving en de menselijke deugden zijn uit zijn naam afgeleid. Het taalkundige bouwwerk, dat onze voorouders daarmee hebben opgebouwd is vergelijkbaar met de piramides van Gizeh en Teotihuacan, met de Borobudur. Schitterd!


In een ver verleden is het Idee ontstaan. Zo lang geleden, dat wij de bron ervan bijna zijn vergeten. Het Idee is overal ter wereld verWoord. In geschreven en gesproken vorm. Talloze wijzen hebben hun licht erop laten schijnen. Wij kunnen er niet omheen. De priesters hebben het opgeslagen in elke rivierdelta waar zich een grotere nederzetting vestigde. Zo bevat de Franse taal in het woord "Dieu" een a-kaballa, waarin de schepping uit één enkele letter en de Nederlandse taal in het woord "God" een W-kabbala, waarin de openbaring met behulp van één enkele letter wordt verwoord.


Wij gebruiken het Woord in vrijwel elke zin. Het Idee is bestanddeel van ons denken geworden, zoals het zonlicht, de nacht, de adem, de slaap, de geboorte en de dood. Het Idee achter het Woord is overal onveranderd gebleven. Het Woord verschilt van dialect tot dialect, maar het Idee is mondiaal.

Het Woord maant ons tot androgyn gedrag als individu, als echtpaar en als gemeenschap, tot ionste, verdraagzaamheid en tolerantie. In ons eigen belang, in het belang van onze soort en in het belang van het grote levende lichaam Gaia, waartoe wij behoren. Het androgyne gedrag is de sleutel en het enzym voor onze evolutie van hebben naar zijn. Alleen in het zijn kan en zal onze ziel de vrede vinden.


De kabbala in onze taal heeft door een politiek der geheimhouding eeuwenlang gesluimerd. Nu is het tijd voor een ontsluiering, zodat zij haar werking weer ten volle kan ontplooien, in ons eigen belang, in aller belang.


Joannes Richter, 10.11.2000


1 Arabieren lezen van rechts naar links, bijvoorbeeld IUa=God ("Allah"), IU=ik ("ana")

2 De Rig-Veda, Mandala I, Sukta 73, vers 6 [15]

3 Ionste is een oud Nederlands woord voor de liefde.

 


Terug