|
De twaalf nachten na
het Joelfeest
(De ruwe nachten)
GardenStone
© GardenStone
Aansluitend aan de winterzonnewende volgen de twaalf 'ruwe nachten'.
Deze horen eigenlijk tot Joel, zijn laten echter ook in het Christendom opgenomen.
Daar heeft men het dan over de twaalf nachten tussen Kerst en Driekoningen. De Driekoningennacht
werd ook wel 'dertiennacht' genomed.
Over de historische aanvang en
het einde van deze periode is men het niet eens binnen heidense kringen. Sommingen
hebben eenvoudig precies dezelfde periode overgenomen, zoals die binnen het christendom
geldt.
Anderen menen, dat Joel op de 21e december begint en de 12 nachten dus direct aansluitend.
Weer anderen zeggen, dat het tijdstip van Joel wordt berekend naar de laagste stand
van de zon; dan kan zowel 21, 22 of 23 december zijn. Omdat de twaalf nachten dan
op z'n laatst op de 24e december kunnen beginnen, hebben de meesten, die deze nachten
in ere houden, tegenwoordig deze uiterste datum als aanvang overgenomen.
Het nieuwe zonnejaar begint weliswaar
formeel met de winterzonnewende, maar omdat veel activiteiten tijdens de Twaalf
Nachten moeten rusten, begint het nieuwe zonnejaar in feite, wanneer deze nachten
voorbij zijn. Zo bezien, zijn de Twaalf Nachten een soort overgang tussen het oude
en het nieuwe jaar.
In verschilende streken spreekt men vaak over de tijd 'tussen de jaren'. Dat slaat oorspronkelijk op deze twaalf dagen
en nachten.
Van oudsher staan deze nachten
bekend als een tijd vol onheil en gevaar; het is de tijd van de losgeslagen demonen
en de tijd van de Wilde
Jacht. Mensen, die in
deze tijd het pad kruisen van deze 'wezens' hebben een hele grote kans op ongelukken.
In der germaanse mythologie wordt
deze tijd aan Wodan gekoppeld; hij leidt de Wilde Jacht, die
door de donkere, wolkenrijke lucht jaagt. Tegelijkertijd rijdt de Godin Holda (vrouw Holle) ook door de lucht. En ook zij, net
als Wodan, wordt begeleid door een schare woeste metgezellen. Af en toe rijdt ze
ook zij aan zij met Wodan in zijn wilde leger.
Vanuit deze oude, germaanse zienswijze wordt de geboorte van het nieuwe jaar dus
verbonden met het bevruchtende (mannelijk) en het voortbrengende (vrouwelijk) principe,
die gelijkwaardig en met elkaar in evenwicht zijn.
Om de boze geesten, die zich in
deze tijd zo vrij om ons heen ophouden, te verdrijven, was het in veel streken een
goed gebruik, om grote optochten, waarbij veel lawaai gemaakt werd, te houden, door
grote vuren te ontsteken, en door beschermende magische circels om de huizen te
trekken.
Ook werd eten als offer buiten de deur neergelegd, zodat de gezellen van de Wilde
Jacht de mensen en het vee met rust zouden laten.
In bepaalde gebieden was het gebruik
om de huizen, stallen en schuren uit te roken, om boze geesten eruit te verdrijven,of
om ze op een afstand te houden.
Deze Twaalf Nachten waren, en
zijn nog steeds voor magiërs tijden van drukke activiteiten, want in deze tijd
is hun magische kracht op z'n sterkst.
Tussen vijanden heerste in deze
dagen een wapenstilstand, die vaak zelfs wettelijk verplicht was, en in de huishoudens
goldt het als het oproepen van onheil, wanneer men tijdens deze twaalf dagen en
nachten de was deed, brood bakte, of peulvruchten at.
Deze 'Ruwe Nachten', (in het duits:
Rauhnächte), waren van oudsher heilig, en zelfs de christelijke kerk kon dit
stukje heidens geloof en de bijbehorende gebruiken niet uitbannen. Zelfs Maarten
Luther zei eens over deze nachten:
"Er zijn veel duivels in de bossen, wateren, woeste gebieden en op donkere,
vochtige plaatsen, en ze voegen de mensen schade toe. er zijn er ook vele in de
dikke, zwarte wolken, die slecht weer, hagel, bliksem en onweer veroorzaken...."
Stteds meer aanhangers van natuurreligies
houden zich weer aan de oude gebruiken van deze Twaalf nachten, in het bijzonder
binnen de kringen der Asatru.
Terug
|