Wat is Seid? (Seidhr)

(Oorspronkelijk gepost op de Shaman-L mailinglist en de Asatru-L mailinglist door de schrijven), Peregrinus, 19 maart 1996. Met toestemming (1996) hier opgenomen.

 

Met het risico om iets vanzelfsprekend op te schrijven zal ik beginnen door te stellen dat Seid een woord is en een woord is (altijd?) onderdeel van een taal. De eerste vraag is dus: tot welke taal of talen behoort het woord Seid? Iedereen zal het zonder twijfel met mij eens zijn dat het tot de Noordse talengroep behoort. Maar de volgde vraag is lastiger: behoort het tot een van de moderne Noordse talen? Op dit punt aangekomen zullen een aantal mensen zich wat onzekerder gaan voelen. Maar een snel onderzoekje toont aan dat het inderdaad wordt vermeld in een modern Noors woordenboek. Maar je zult dit woord niet vaak tegenkomen in kranten, op de televisie of in moderne literatuur. Zelfs niet in sprookjes en andere folklore. Het punt is dat het een woord is dat opnieuw in de taal is opgedoken vanuit het Oud Noors, en het wordt vandaag de dag het meest gebruikt in moderne vertalingen van oude sagen en liederen. Om dit te onderbouwen zal ik het woord opzoeken in het gezaghebbende Riksmalsordbok uit 1947. Het stelt:

Seid, -en, (recent afkomstig vanuit ON seidhr)

1) over Oud-Noorse bepalingen, mindere soorten liederen, (magie) die werden uitgevoerd gedurende bepaalde (kwalijke) ceremonies en krachtige spreuken, gewoonlijk door vrouwen, om kennis te vergaren over de toekomst, of om dood of rampen te veroorzaken (vergelijk: galder): øve seid [het uitvoeren van seid]/ is het waar Thorolf, dat je vader drie nachten onder een rok van een vrouw zat met de gyver [vrouwlijke troll] ... en seid brouwde, voordat hij moed genoeg had vergaard om het duel met Jokul aan te durven? (Ibsen, The Warriors.., 64)/ seid en galder heersten gedurende het pact van goden en giganten (Welhaven, II, 167);

2) literatuur, gedichten, liederen: zonder glitter en moed, treedt het bos tegen de bergwand op, alsof iemand seid bij diens wortels had neergeworpen (Bjørnstjerne Bjørnson, S.D. II, 245)

Laat me ook meer recent woordenboek inkijken, Nynorsk-ordboka(1991): seid m1 (afkomstig vanuit het ON seidhr) in Oud Noorse tijden: een soort van canon (zoals in liederen).

Nu dat is vastgesteld dat het word zonder twijfel behoort tot de Oud Noorse taal, is de volgende vraag hoe we de betekenis zo precies als mogelijk is kunnen vaststellen. Jammer genoeg bestaan er geen Oud Noorse woordenboeken die zijn opgesteld toen de taal nog in gebruik was. De Oud Noorse woordenboeken, die vandaag de dag worden gebruikt, zijn van veel recenter datum. Er rest ons dus niets anders dan te vertrouwen op de meningen van recente samensteller. Ik zal   Heggstad, Norro/n Ordbok (4de druk 1990) noemen: seidhr m. I. (-s and -ar) Een soort canon  (met liederen), seid; efla (seidha) seidh, het uitvoeren van zulke liederen.

Dat brengt ons natuurlijk niet veel verder. Het is dus duidelijk dat de enige manier om een meer precieze definitie voor het word te vinden is om al die plaatsten uit de Oud Noorse literatuur te verzamelen waar het woord is gebruikt en om van daaruit verder te gaan met gebruikmaking van deductieve methodieken. Daarbij zijn context en vergelijking de belangrijkste methodes. Gelukkig is deze taak al in de afgelopen honderd jaar verricht door een aantal onderzoekers, en hun conclusies en meningen kunnen gevonden worden in vele monogerafien en artikelen die over dat onderwerp gaan. Maar de vraag is of ze het allemaal met elkaar eens zijn. Want het zit in de natuur van het onderwerp dat verschil van inzicht in een bepaalde mate zal kunnen voorkomen. Het hangt er vanaf hoe precies een betekenis van een woord werd toegeschreven door degenen die dat word een jaar of duizend geleden genruikten en hoeveel daarvan weerspiegeld wordt in de nog bestaande literatuur. Om een lang verhaal kort te maken zal ik hier nu twee moderne Zweedse onderzoekers en hun meningen over de betekenis van het woord Seid quoten

 

Als eerste Feike Hultkrantz:
Seid. Het shamanistische lied dat in Norden voornamelijk werd uitgevoerd door vrouwen (volver). Ook sommige goden, zoals Odin en Frøya, voerden het uit. Als gevolg van het zingen van zijn seiding, werd Odin beschuldigd van het zijn van onmannelijk. Seid had hetzelfde karakter als Siberisch en Samisch shamanisme. De seidvrouw zou in een trance geraken, terwijl een koor van andere vrouwen haar beschermgeest zou aanroepen om haar te komen helpen. In haar geïnspireerde staat zijnde zouden geesten haar informeren over de zaken waarvan haar gevraagd was om ze te vragen; over wat het weer zou gaan worden, over zaken die zouden plaatsvinden, over geluk en ongeluk voor allemaal, over zaaien en vee. Het geburde ook dat haar ziel naar andere werelden reisde om op die manier kennis te verzamelen terwijl het lichaam levenlloos achterbleef. Als een godin van de Vanir, introduceerde Frøya de kunst van seid bij de Aesir, en het wordt gezegd dat zij het was die deze vreemde kunstvorm aan Odin had geleerd. Als Odin aan het seiden was kon hij in de toekomst zien en mensen, die ziek, gek, ongelukkig of zelfs dood waren, beïnvloeden. Het lijkt erop dat hij van geslacht veranderde wanneer hij aan het seiden was.

Tot slot wil ik Ohlmark quoten:
Seid. De specifiek Noordse vorm van heidens shamanisme. De kunst van het seid is niet geleend van het ‘echte’ shamanisme van de Lappen uit de Artische streken, die trommel-dansen en cataleptische trances gebruiken, maar het is meer ontstaan vanuit een – meest waarschijnlijk Scythische-Sarmatische – zuidoosterlijke subarctische 'shamanisme op kleine schaal'. In de tijd van de Vinkingen werd de noordelijke vorm van seid (IJslands: seidhr, oorsprong onbekend) bijna uitsluitend uitgevoerd door vrouwen, en soms door vrouwen en mannen samen. De klassieke beschrijving van een seid seance wordt aangetroffen in de saga van Eric de Rode; de séance vond plaats in Groenland in de tiende eeuw. Gedurende een periode van aanhoudende tegenslag riep de hoofdman Torkel van Herjolfsnes een spakvinne (waarzegster) op die Torbjorg Lillvolva heette, de laatste overlevende van verschillende zusters die allemaal volver (shamankas) waren geweest. Ze droeg een blauwe mantel, versierd met stenen, zelfs op haar rok, een ketting van glazen kralen en een kap van zwart lamsvel die aan de binnenkant was afgezet met wit kettenvel. Om haar middle had zee en riem met een vuursteen en een buidel waarin magische spreuken zaten, aan haar voeten zaten schoenen van kalfsleer met schoenveters die in bronzen knopen eindigenden, aan haar handen had ze hangschoenen die afgezet waren met wit kattenvel. Terwijl ze respectvolle groeten onderging werd Torbjorg begeleid naar een hoge zetel met een kussen van kippenveren. Als voedsel kreeg ze geitenmelk evenals de harten van alle dieren van de boerderij, en ze at met haar eigen bronzen lepel en een afgebroken met met een benen handvat. Nadat ze een nacht op de boerderij had geslapen, vroeg ze de volgende dag om twee vrouwen die de 'vardlokksong' konden zingen om haar te helpen de geesten aan te roepen. Het meisje Gudrid was echter de enige die het lied kende, en nadat Torbjorg op de manshoge 'seidhjell' (ON hjallr, groot houten frame, speciaal gebouwd om vis te drogen) was geklommen en daarop was gaan zitten, zong Gudrid het geestaanroepend lied prachtig en juist. De helderziende bedankte haar en vertelde dat vele wezens, die eerder niet hadden willen komen, nu naar deze plaats waren gekomen. Ook Torbjorg zag vele dingen die vroeger voor hem verborgen waren gebleven, en voorspelde dat aan het slechte jaar snel een einde zou gaan komen, en dat Gudrid op IJsland opnieuw grote roem zou verwerven. Daarna ging iedereen op de boerderij naar Torbjorg toe, een voor een, en hen werd alles wat ze wilden weten voorspeld. In andere sages (Vatndo/lasaga, Hrolfssaga, Gange-Rolfs saga, Ynglingasaga) zat de waarzegster stil op een hoog seidframe en geraakt in een lichte, half-bewuste trance, staarde en schudde. Skuld, die voor de dood van Rolf Krake seide, stuurde haar helpende geesten weg in de vorm van een grote grijs varken en ook als in de vorm van mensen die uit de dood zijn opgestaan. In de Orvar-Odds saga wordt het Vardlokk lied gezongen door een heel koor van 30 personen, 15 jongens en 15 meisjesgirls. Volgens Snorre, was het Frøya die seid had geintroduceerd bij de Aesir, nadat ze aan hen als gijzelaar was uitgeleverd aan het einde van de oorlog tegen Vanir. Ook Odin kende de kunst van seid, maar was ermee gestopt omdat het als onmannelijk en geperveteerd gezien werd; Loki heeft hem eens verwijtend toegesproken omdat hij seid had uitgevoerd, maar dat was in veel vroeger tijden op het eiland Samsø en ‘op een trommel (shamanische trommel) had geslagen die volves gebruiken'. Een vrouw die kennis van seid had werd 'volve' (vrouw met magische toverstok), 'seidkona' of 'seidvulva' genoemd, terwijl de haar helpende geesten 'varder' (valnader), 'natures', 'mares' of 'een leger' werden genoemd; Ze verschenen vaak in dierengedaanten. Het was pas veel later dat het woord 'seidr' verward werd met 'seydi' (kookvuur) en dat 'seidr' werd voorgesteld als een heksenbrouwsel dat bestond uit verschillende vreselijke ingrediënten.

Terug