Sinterklaas is Wodan
Door Redbad
Met toestemming van de auteur gepubliceerd op Boudicca's Bard




 


 Sinterklaas zijn Heerlijk Avondje

Op de avond van vijf december wordt de verjaardag van Sinterklaas gevierd die eigenlijk op zes december is. Na het avondeten als de hele familie aan de chocomelk zit begint het bloed al een beetje te kriebelen. Het Heerlijk Avondje is gekomen. Buiten is het donker en guur; binnen begint het gezin de Sinterklaasliedjes te zingen die de kinderen in de afgelopen weken op school geleerd hebben.

"Zie de maan schijnt door de bomen, makkers staakt uw wild geraas,"

" 't heerlijk avondje is gekomen; 't avondje van Sinterklaas"*

*J.P.Heye

In de afgelopen nachten hebben de kinderen hun schoentje bij de schoorsteen  mogen zetten. Daarin zit een wortel voor het paard, of een tekening voor Sinterklaas zelf. In ruil krijgen de kleintjes de volgende dag snoepgoed, of een chocoladeletter. Sint en Piet hebben alle kinderen van Nederland, over de daken bezocht. Door de schoorsteen geklommen doet Piet de chocoladeletters in de schoentjes. Sint, op zijn schimmel, met zijn wijde rode mantel en goudkleurige staf ziet in zijn grote boek welke kinderen stout en welke braaf geweest zijn. De stoute kinderen krijgen van Piet met de roe en gaan mee in de zak naar Spanje.



" Hoor wie klopt daar kinderen, hoor wie klopt daar kinderen,"

" hoor wie tikt daar zachtjes tegen het raam "

 

Plots klinkt er een hard gebons op de deur, een arm slingert een hand vol pepernoten de kamer in. Papa holt de gang in, de kinderen er achteraan, buiten bij de voordeur staat een grote teil vol cadeaus.


 


Wodans Joelfeest

De Winterzonnewende is de periode dat de nacht het langst en de dag het kortst is. Na de 21ste december neemt de zon in kracht toe; de dagen worden weer langer. Met deze Winterzonnewende begint het Joelfeest. Onze heidense voorvaderen vierden de hergeboorte van het licht. Het feest duurt van de eerste volle maan (respectievelijk nieuwe maan) na de winterzonnewende, tot de daarop volgende nieuwe/volle maan. Dit zijn twaalf Joelfeestnachten. Als in christelijke tijd de Juliaanse tijdrekening ingevoerd wordt, legt men het feest vast van 25 december (kerstmis) tot 6 januari (driekoningen). In deze periode van twaalf dagen, lijkt de tijd stil te staan. De nachten zijn lang en donker, de dagen kort en nevelig.

Met grote vuren en luidruchtige (joelen) feesten wilde men het zonnewiel (Joelrad) weer in beweging zetten. Het heidense nieuwjaar begint op 25 december; de eerste dag dat men, in de heidense tijd, kon meten dat het langer licht bleef.

Het Joelfeest is bezield door Wodan. De Alvader heeft een wilde baard, een breedgerande hoed en een lange mantel over zijn stoere schouders. Zijn wijsheid is onmetelijk en voor de kennis van de runen (schrift en zinnebeeld), heeft hij één oog geofferd. In zijn hand heeft hij immer een speer.

Tijdens de winterstormen van december, raast Wodan door wolken. De wind jaagt hij wild voor zich uit, gezeten op zijn achtvoetige schimmel Sleipnir. In z'n kielzog volgt het dodenleger. Dit zijn de helden die, in strijd gestorven, een door de dood gekleurd donker gelaat hebben.

Wodan en zijn schare krijgers jagen op een afschuwelijk monster, de wolf Fenrir. Deze wolf jaagt op de zon. Gedurende de Winterzonnewende zal de wolf de zon bijna verslinden. Als dit gebeurt zal eeuwige duisternis en koude over de aarde dalen.

Wodan verjaagt Fenrir en is dus de hoeder van het licht. Als de binten van de daken piepen en kraken, joelt Wodans wind door de schoorsteen in het dak. Daarbij jaagt hij het bijna gedoofde haardvuur hoog op. Licht en warmte is zijn levensbrengende geschenk.


Wodan op de helm van een Wendel (7e eeuw)


Hoe werd Wodan de Sint?

 Uit de bovenstaande beschrijvingen van Sinterklaas en Wodan zien we een opvallend aantal overeenkomsten. Voordat ik hiervoor een verklaring geef wil ik ze eerst nog eens op een rijtje zetten.

Wodan
Sinterklaas
Rijdt op een schimmel
Rijdt op een schimmel
Rijdt door de lucht
Rijdt over de daken
Heeft een mantel
Heeft een mantel
Draagt een speer
Draagt een staf
Geeft geschenken in de vorm van licht, warmte en van vruchtbaarheid
Geeft geschenken
Het geschenk komt door de schoorsteen, (het nieuwe haardvuur)
De geschenken komen door de schoorsteen.
Het Joelfeest duurt van 25 december t/m 6 januari (hoofdfeest van Wodan)
Op 6 december is de verjaardag van Sint, Santa Claus is echter nog steeds op 23 december.
Wodan gaf de Runen aan de mensheid
Sint geeft chocolade letters
Wodan is alwetend
Sint bezit het grote boek, waar alles in staat
Wodan is beschermheer van schoenmakers
Bij Sint wordt de schoen gezet
Noten dragen de levenskiem in zich, en passen bij een vruchtbaarheidsfeest
Piet strooit pepernoten


 

Waarom nu zijn deze attributen van Wodan op Sint overgegaan?

In de Heidense tijd, net voor de kerstening (In Nederland 800 na chr.), is Wodan de oppergod, en zijn feest (het Joelfeest) is het belangrijkste gebeuren van het jaar.

Als de Franken in opdracht van de paus het christelijk geloof in de Nederlanden gaan verbreiden, gaat dit met grote problemen gepaard. Vooral de Friezen verzetten zich heftig tegen dit geestelijk en culturele imperialisme. Denk aan het verzet van koning Redbad en van de Saksenleider Wittekind.

Om het christelijk geloof, dat met het zwaard afgedwongen wordt, toch wat gemakkelijker te verbreiden, besluit de paus tot een nieuwe tactiek: het hullen van de oude heidense gebruiken in een christelijk jasje. Voorheen werden de oude gebruiken simpelweg verketterd. De duivel en de hel werden er zelfs voor uitgevonden.

Nu echter werden Heidense-tempels omgevormd tot kerken, en werden de oude goden verwisseld door christelijke heiligen. Eén van de heiligen waardoor Wodan vervangen wordt is een bisschop uit Myra (Turkije). Deze bisschop (Hagios Nikolaos / Sint- Nicolaas) verricht in het Klein-Azië van de vierde eeuw enkele wonderen. Na zijn dood!!! ,op 6 december, wordt de wonderdoener eerst in Griekenland een heilige, vervolgens in Italië en tegen het einde van de tiende eeuw bereikt hij de heiligen status in West-Europa. In 1163 word zijn naam al vermeld in Utrecht. Al vroeg in de geschiedenis bediende de Sint zich van de roe om stoute kinderen te straffen. Het zetten van de schoen wordt al in 1427 gemeld (ook in Utrecht).

Gedurende de hervormingen in de zestiende eeuw wilde de kerk Sinterklaas (Wodan in vermomming) verbieden. Het feest en al zijn gebruiken werden zelfs toen nog "heidense superstitiën" genoemd.

Het lukt de kerk de datum van het Joelfeest en het Sinterklaasfeest van elkaar te scheiden. Toch is het Joelfeest tot in onze dagen bewaard gebleven als het belangrijkste jaarfeest in de vorm van kerstmis en nieuwjaar. Overigens lukte dit scheiden niet bij onze Angelsaksische buren; Santa Claus komt daar op 23 december.



Tot slot nog deze vijf punten:

1.
Als het in Overijssel begin december stormde, dan zei men dat St. Nicolaas en zijn knecht door de lucht joegen. Dit heeft overeenkomsten met de Wilde jacht van Wodan en zijn Dodenleger (Wilde Heir/Doden Heir).

 2.
In de Saksenkroniek wordt verteld dat St.Nicolaas de aanvoerder van het Wilde Heir was. Het Wilde Heir is Wodans Dodenleger!

3. 
De zak van Piet is de zak waarin knapen ontvoerd werden door leden van de heidense cultische mannenbonden die de knapen die tot jongelingen inwijdden.

 4.
De heidense cultische mannenbonden zijn verbonden met het Doden Heir en met Wodan.

 5.
Pieten zijn of leden van het dodenheir van Wodan (zij verblijven in het Walhalla, het zwarte gelaat van de Pieten staat voor de dood), of ze staan voor onderwereldfiguren als Ruprecht, Habergeis en Krampus (Duitsland) die eveneens een zwart gelaat hadden en op Sinterklaasavond verschijnen. Met negerimitaties heeft Piet dus niets van doen!
 

Conclusie

Zelfs na 1200 jaar christelijke overheersing leeft Wodan nog in ons midden!




Op een gedenksteen op het eiland Gotland zien we een gestorven krijger op Wodans achtbenige paard Sleipnir het Walhalla binnen rijden. Dit achtbenige paard werd ook wel eens met vier benen voorgesteld.

 

Literatuur

Farwerck F.E., Noordeuropese Mysteriën en hun Sporen tot Heden 2, Deventer, 1978.

Molen, S.J. van der, Onze Folklore, Amsterdam, 1980.

Renterghem T. van, Het Geheim van Sinterklaas en de Kerstman, Utrecht, 1996.


Terug