|
De Duistere Gave: Het copyright van deze nederlandstalige tekst ligt bij GardenStone.
Wat is een Warlock? Ik weet dat de belangstelling voor dit onderwerp tegenwoordig behoorlijk is afgenomen, maar in het belang van de taalkunde, wilde ik toch wat potentieel nuttige informatie toevoegen over het gebruik van de term ‘warlock’. Huidige Engelse woordenboeken, zoals ‘The Concise Oxford Dictionary’ noemen als etymologie van ‘warlock': Oud-Engels wær-loga, afstammend van het Oud Schots wãr-logo, dat zelf weer afkomstig is van het Oud Hoog Germaanse wãra (waarheid) + loga (leugenaar). De term ‘warlock’ kan dus losjes worden vertaald als verrader. Allereerst is van belang dat de moderne Engelse definitie van de term niets te maken heeft met het begrip verrader en dat het volgens ‘Websters Ninth New Collegiate Dictionary’ wordt gedefinieerd als: 1. Iemand die zwarte kunst beoefent, tovenaar; 2. Goochelaar Wat zijn hypothetische etymologie ook is, de term wordt tegenwoordig niet gebruikt om een verrader aan te duiden. En iedereen die er voor kiest om zichzelf warlock te noemen zegt hiermee niets over het feit of hij in staat is om zijn beloftes te houden. Ook was ik lange tijd geïrriteerd door het feit dat samenstellers van moderne Engelse woordenboeken zo onkundig waren over de rol die Scandinavische talen hebben gespeeld bij de ontwikkeling van de Engelse taal in Engeland en Schotland. Sta me toe dit te illustreren met het woord warlock. Als, zoals wordt gesteld in vele modern Engelse woordenboeken, het woord ‘warlock’ afkomstig is van een Middel Engels (1200-1500) woord ‘warloghe’, dat zelf weer afkomstig is van een Oud Engels (ouder dan 1200) woord ‘wærloga’, dan zouden we kunnen verwachten dat de moderne vorm iets als ‘warlow’ of ‘werlow’ zou moeten zijn omdat in het Engels de neiging sterk is dat de klank ‘gh’ naar de klank ‘w’ verschuift, terwijl het opschuiven van de ‘gh’ naar ‘ck’ onbekend is. Dit heeft het gemeenschappelijk met het Deens, en om een voorbeeld te geven, het Oud Zweedse ‘lagh’ (in de betekenis van ‘law’ (Ned: ‘wet’, doch afkomstig van ‘vastleggen’ van regels) wordt in het Modern Deens gespeld als ‘lag’, maar uitgesproken als ‘law’. In het Engels vallen spelling en uitspraak samen in de vorm ‘law’. Die ‘gh’-klank in de Middel Engels vorm ‘warloghe’ noemt men een velaar, dat is een ‘g’ die wordt uitgesproken alsof men aan het gorgelen is (zoals in het Nederlandse woord ‘gulden’). De geaspireerde ‘g’-klank wordt in het Engels meestal verwisseld voor een ‘w’-klank. Andere voorbeelden zijn in het Engels: ‘thought’ (gedachte), ‘drought’ (droogte), etc. Wanneer men ook de semantische verschuiving in ogenschouw neemt van ‘verrader, beloftenverbreker’ naar ‘tovenaar, goochelaar’, dan kan het niet anders dan dat er wat twijfel ontstaat over de juistheid van de etymologie. En wanneer ik voor deze hypothese bevestiging vind in Oud Noorse woordenboeken (Cleasby, Vigfusson and Craigie) moet ik, als ervaren linguist, naar een meer tevredenstellende etymologie gaan zoeken. En dus: hier is een alternatieve etymologie voor ‘warlock’, eentje waarmee ik, zowel als linguïst als gebruiker van magie, tevreden kan zijn. In het Oud Noorse verhaal, Eiriks saga Rauða (De saga van Eirik de Rode, midden 14de eeuw), komt de term ‘varðlokkur’ voor in de context van voorspellings-sessie op een boerderij op Groenland. Het wordt gebruikt met de betekenis van een bezweringslied. Wanneer de twee bestanddelen van het woord van elkaar worden gesplitst hebben we ‘varð’, dat in die tijd de betekenis van een geest had, en ‘lokkur’, dat iets van (lied van) verlokking en aandachttrekken had. In het Modern Zweeds wordt de term ‘lock’ nog gebruikt voor herdersliederen die worden gezongen om koeien uit hun weiden terug te roepen – ‘kolock’. Op precies dezelfde manier werd het lied om de ‘varð’ of geest aan te roepen de ‘verðlokkur’ genoemd. Geleidelijk werden de termen voor het lied en de zanger uitwisselbaar, dat wil zeggen dat hetzelfde woord voor beiden werd gebruikt. Semantisch gezien kunnen we de term interpreteren als ‘verlokker, bezweerder, goochelaar’. Welnu, is dit alles linguïstisch houdbaar? Jazeker en wel hierom. De term verðlokkur is een samengesteld zelfstandig naamwoord. De combinatie van medeklinkers ‘rðl’ kon nimmer op een andere wijze bestaan. Deze cluster van medeklinkers is sowieso lastig, zelfs in het Noors, en dus is de neiging tot versimpeling aanwezig. Omdat in het Oud Noors de rollende ‘r’, die wordt gevolgd door de vloeibare ‘l’ zou organisch de tussenliggende ‘ð’ hebben opgeleverd. Deze medeklinker is de meest voor de hand liggende kandidaat voor verwijdering. Bovendien werd in het Engels de beginletter ‘v’ gewoonlijk veranderd tot de beginletter ‘w’. Voorbeelden hiervan zijn: vård = ward, vurm = worm, vatten = water, ved = woord, etc. En tot slot, en in mijn ogen het meest overtuigend, de eindklank ‘k’ in het Noors vindt zijn evenbeeld in de eindklank ‘ck’ in het Engels. De spellingsleerkundig gezien heeft de ‘kk’ de neiging om te verschuiven naar ‘ck’. Tot slot, de slotletters ‘ur’ van de eerste naamval in het Oud Noors zijn overbodig in het Engels, omdat we deze uitgangen al lange tijd niet meer gebruiken. En het feit dat de Engelse en Schotse kusten zijn bestookt door Scandinavische roversbendes, lange tijd voordat het Engels als taal bekend was, maakt deze linguïstische mogelijkheid nog waarschijnlijker. Welnu, zelfs als mijn etymologie, die terugvoert naar de Scandinavische vorm voor verlokker jou niet overtuigt, onthoudt dan in ieder geval dat de Moderne Engelse term niets te maken heeft met verraders. Als sommigen van ons ervoor kiezen om de term warlock opnieuw te gebruiken voor onze magische identiteit, betekent dat niet, dat we op wat voor manier dan ook magische aanstellers zijn. |