|
|
|
Natuurmagische attributen |
Het belangrijkste verschil vindt men in de geschiedenis. Degenen, die in vroeger tijden konden lezen en schrijven, konden de boeken der magische kunsten lezen, boeken die vaak in het latijn of hebreeuws waren geschreven, en gedetailleerd volledig uitgewerkte rituelen beschreven. Deze magiers ontwikkelden zichzelf volgens dergelijke systemen verder. Ze ontdekten machten, die buiten de aarde huisden, en vonden met hulp van ingwikkelde rituele processen wegen, om met deze machten in contact te komen, en ze voor eigen doeleinden te gebruiken. Ze ontwikkelden eveneens via soortgelijke rituelen de toegang tot sterke krachten, die diep in het innerste van de menselijke geest opgeslagen liggen, en deze krachten werden eveneens naar wens opgeroepen en gebruikt.
Deze manier om magie uit te oefenen noemt men dan de rituele of ceremoniële magie, soms ook hoge magie, omdat het in de hogere kringen van de maatschappij ontwikkeld en beoefend werd.
Het grootste deel van de vroegere mensheid had echter lezen noch schrijven geleerd, en velen van hen hielden zich ook bezig met het uitoefenen van magie. Dat waren dan echter een duidelijk eenvoudigere en vaak sterk intuitieve vormen der magie. Hoewel hier niet met ingewikkelde rituelen wordt gewerkt, functioneer ook deze vorm van magie goed.
De krachten die hier aangesproken worden zijn, afgezien van gebeden aan god of goden, gewoonlijk van aarse natuur. Het gaat hier dan b.v. om de krachten van de elementen, al dan niet gepersonifieerd, krachten van planten, dieren, stenen en van nicht zichtbare, aardegebonden wezens.
Deze richting van de magie is dan de natuur- of volksmagie, en wordt, vanwege haar maatschappelijk afkomst, ook wel lagere magie genoemd.
|
|
Om het dan nog een beetje moeilijker te maken:
Er zijn ook mensen die magie, die voor spirituele groei gebruikt wordt, hoge magie noemen, en wanneer materiele dingen of situaties bewerkt worden, dat lagere magie noemen. Deze opvatting berust op het oude grieks-christelijke dogma van de scheiding tussen lichaam en geest, waarbij de geest een hogere positie inneemt dan het lichaam, resp. de materie. De meeste moderne magiers wijzen deze dualiteit af, omdat ze wel weten, dat lichaam en geest een eenheid zijn, die beide gelijkwaardige functies hebben. In de middeleeuwen versmolt die opvatting met de maatschappelijke standenindeling; de hogere standen zouden dan spirituele groei nastreven, en het lagere volk zou zich dan hoofdzakelijk om het aardse bestaan kommeren.
Voor de moderne magier zijn zulke gedachtengangen gewoonlijk onbelangrijk; hij hanteert aardgebonden krachten, niet aardgebonden krachten, of beide.
De mens is in essentie een geestelijk wezen, en kan daarom magie gebruiken. Daarbij bestaat wel onderscheid in kwaliteit en omvang (kwantiteit), en daardoor ook in efficientie. Door de aard van het denken gebruiken praktisch alle mensen al magie, want magie hangt heel nauw samen met denken en met gedachten. Er bestaat een duidelijke verbinding tussen de manier waarop we denken en de manier waarop we de realiteit ervaren en verwerken.
Maar in de praktijk komt er toch meer bij kijken om magier te kunnen worden. Mede, omdat de mens in verreweg de meeste gevallen geen heer en meester is over zijn denken en zijn gevoelens; gewoonlijk wordt hij heen en weer getrokken tussen gedachtenvorming en nieuwe uiterlijke indrukken die hij opdoet. Dit permanente proces, en de verbinding tussen onze individuele ‚realiteitsmachine’ en de realiteit zelf kan alleen dan duurzaam veranderd worden, wanneer we deze in ons bewustzijn bijeen brengen en daar dan omvormen.
Dit kan men leren, maar het is een lange en moeilijke weg, die vaak onmogelijk schijnt, en in veel gevallen nog verzwaard wordt door aangeboren, of deels ook gewoon onverklaarbare grenzen en hindernissen. Gewoonlijk is dan een leraar/begeleider minstens wenselijk, vaak noodzakelijk. Is men echter eenmaal gevorderd, en gaat het er dan voornamelijk om, om kennis en ervaring, die men al eens opgedaan had, weer aan de oppervlakte van het bewustzijn te brengen, dan kan men dat ook wel alleen, zonder hulp van anderen doen.
Het leerproces der magie is niet alleen maar het uiterlijke verinnerlijken, maar ook het innerlijke tevoorschijn te brengen.
Ten eerste de bereidheid om de paradigma’s en conventies die via opvoeding of andere autoriteiten overgenomen werden, te toetsen en zonodig ook te verwerpen. Voor een magier is het een vereiste om zowel voor zijn wereldbeeld als ook voor zijn handelen te allen tijde volledig verantwoordelijk te kunnen zijn.
Ten tweede de vaste wil om ook dan door te zetten, wanneer alles tegenzit – en dat zal vaak het geval zijn, want ook op het pad der magie vallen de resultaten niet als rijpe appels in de schoot. Zoals een magier het eens zo treffend uitdrukte: „ Men wordt niet zo gemakkelijk een magier en men wordt ook niet goedkoop magier.“ Men bereikt de beheersing om om realiteit te transformeren beslist niet, wanneer men bij tegenslag of hindernissen opgeeft.
Op geestelijk gebied: aandacht, alertheid
Op psychisch gebied: bedaardheid, kalmte, beheerstheid
Op fysiek gebied: ontspanning
Door de geestelijke alertheid scherpt de magier zijn zintuigen en leert de eigen impulsen beter kennen.
De kalmte stelt hem in staat om alle verschijnselen met welke hij op zijn weg in aanraking komt, zonder emotionele dwang in te schatten en zonodig contructief te benutten.
De lichamelijke ontspanning stelt hem in staat het eigen lichaam beter te beheersen en het te bevrijden van blokkades die anders zouden kunnen hinderen.
Deze drie factoren staan in een wisselwerking met elkaar, en daarom zijn ze voorwaarde voor elkaar. Ze behoren ook tot de basisvaardigheden van het Pad der magie.
En wat is er wellicht nog meer nodig om magie in de praktijk uit te oefenen?
Daarvoor is veel oefenen in het versterken van je concentratievermogen (dieper en langer), in het vermogen je ‚de dingen’ visueel voor te kunnen stellen (imaginatie) en in het kunnen controleren van de gedachten.
Iedereen die zich serieus met magie wil bezighouden, moet eerst leren zich op een bepaald thema, een object of een gedachte te concentreren, en dat dan wel diep en voor een langere tijd. Zonder een krachtige concentratie levert de prachtigste magische Wil niets op.
De tweede zuil der magie is de imaginatie, d.i. de kunde om een bepaalde voorstelling in de geest, dus voor het innerlijke oog, op te bouwen en die daar langere tijd te kunnen houden. Dit wordt in het begin met eenvoudige voorwerpen geoefend, later breidt het zich uit tot tot komplexere objecten en volledige scenes.
En de derde zuil is die der gedachtenbeheersing. Praktisch iedereen balanceert dagelijks heen en weer door tegenstrijdige gedachten en gevoelens. en het zijn deze tegenstrijdigheden, die het alledaagse realiteitsgevoel vormen en fixeren. Dit gevoel wordt dan ook nog maar al te vaak door kleine en grotere catastrofen bevestigd. Zo’n ‚mens van alledag’ is de slaaf van z’n eigen gedachten en gevoelens!
De bevrijding uit deze ‚slavernij’ kan pas dan plaatsvinden, wanneer men leert, die gedanken en emoties te beteugelen, in toom te houden, en die onophoudelijk ratelende ‚gedachtenmachine’ voor een bepaalde periode tot rust te brengen. Dit ‚rusten in stilte’ is een magische krachtbron! Vanuit dit innerlijke rustpunt en centrum kunnen impulsen ontwikkeld worden, die zich uiteindelijk in de realiteit manifesteren, nadat men ze heeft losgelaten. Dit geestelijk loslaten von zelf ontwikkelde impulsen, ook wel ‚richtingloos laten stromen’ genoemd, is eveneens een belangrijke pijler der magie. Het doet dan lijken, of de magier zijn resultaten op achteloze wijze bereikt.
|
Magisch symbool |
Magie – magic en magick; wat is het verschil?
Het woord ‚magick’ komt uit het engels en is een poging om het begrip magie te preciseren. Het betekent, evenals het engelse woord ‚magic’ ook gewoon ‚magie’. Maar in het spraakgebruik onder magiers is er toch wel een verschil tussen magic en magick uitgekristalliseerd. Onder het begrip ‚magic’ valt ook het illusionisme, de zgn. salonmagie. Dat is wat mensen als David Copperfield ons voorschotelen. Het begrip ‚magick’ beperkt zich tot de individuele weg om de realiteit d.m.v. magie te beinvloeden, c.q. te veranderen, op magische weg informaties te verzamelen, krachten op te roepen of uit te bannen.
Deze vraag raakt een belangrijke basis van de praktische magie, n.l. de rituele of ceremoniele magie.
Een magisch ritueel is een ceremonie, waarbij magische instrumenten en formules in een samenhang gebracht worden om een bepaalde energie vrij te maken, waarmee een bepaalde externe kracht of entiteit opgeroepen kan worden. Of in moderne termen gezegd: Een ritueel is een magisch programma, wel enigszins vergelijkbaar met een computerprogramma: wanneer beide goed en in de juiste taal geprogrammeerd zijn, kunnen ze geweldige resultaten bereiken.
Het ritueel heeft een raamwerk waarin de verschillende onderdelen van de operatie zijn ondergebracht, en het heeft bepaalde regels, voorschriften, volgens welke de magier aan zijn ritueel vorm geeft. Deze onderdelen en voorschriften moeten van tevoren aangeleerd zijn, (gevorderde magiers ontwikkelen ze zelf). Wellicht komt het hierdoor, dat een systematische scholing en training in de magie vaak met rituele magie gelijkgesteld wordt, hoewel het rituele aspect eigenlijk pas in een laat stadium aan de orde komt.
Rituelen hebben ook een initiatorisch karakter, d.w.z., dat ze de ‚poorten van het bewustzijn’ openen, waardoor de magier met andere bestaansniveaus in contakt kam komen of deze kan betreden. Daarbij worden Krachten of Wezenheden opgeroepen, waarmee de magier samen wil werken, of waarvan hij bepaalde diensten of informatie verlangt.
In een magisch ritueel worden gedachten en voorstellingen (wensen) met elkaar verbonden in een ketting van associaties, deze wordt met psychische energie opgeladen waardoor het de opgeroepen kracht of entiteit het mogelijk wordt gemaakt zich te manifesteren. Dit laatste moet niet perse tijdens het ritueel plaats te vinden; vaak lijkt het er zelfs op, dat tijdens het ritueel niets gebeurt, en de gevolgen ervan pas enige tijd erna merkbaar worden.
Omdat tijdens een ritueel niet alleen maar welkome krachten kunnen voorkomen, maar ook een heleboel secundaire krachten aangelokt worden, (zoals b.v. psychich geladen gedachtenvormen), die of ongevraagd aan de energie van het ritueel deelnemen en het daarmee verzwakken of zelfs wijzigen, of zich met de aura van de magier verbinden en daar dan energie wegzuigen. En ook dit laatste kan van grote ongewenste invloed op het ritueel zijn. Daarom is een van de belangrijkste voorwaarden voor de praktijk van de magie het leren, kennen en toepassingen van zgn. ‚banningen’. Een banning is een beschermende magische formule die onderdeel van het ritueel is, en waarmee de magier zich beschermt tegen ‚ongewenste gasten’.
Wie magie toepast, waar krachten geactiveerd of opgeroepen worden en daarbij geen goede banning gebruikt, neemt wel een heel groot risico! De gevolgen kunnen vrij fataal zijn; dat kan varieren van het vrijmaken van (klop)geesten, van ernstige verstoringen van de gezondheid tot ernstige vormen van bezetenheid!
Zoals dat bij alles het geval is, begint ook de magische weg met de eerste stap. Daarbij begint men eerst met enige theorie, en daarmee beperk je ook het brede gebied der magie tot een enigszins werkbaar en overzichtelijk geheel. De theoretische basis vormen de eerste schreden in het magische gedachtenbouwwerk.
Zoek daarvoor een goed gesorteerde (esoterische) boekhandel en kijk daar eerst es goed rond, wat er zo allemaal staat over magie. Daarbij zullen best wel een aantal boeken zijn, die meer opvallen dan andere. Dat is geen toeval, koop zo mogelijk die boeken. Een occulte wet luidt, dat wanneer men zich in gedachten heel intensief met een bepaald thema bezighoudt, dingen rondom dit thema ook ‚naar je toe vallen’. In dit geval betreft het dan dus de passende literatuur, maar het gaat b.v. ook op voor een leraar in de magie; verreweg de meesten die zich met magie bezighouden, beginnen autodidactisch. Na enige tijd ontstaat gewoonlijk echter het verlangen naar een leraar of begeleider. Wanneer de tijd daarvoor rijp is, komt men die op z’n weg dan ook tegen. Dat kan een individuele leraar zijn, maar het kan ook heel goed een occulte organisatie zijn. een orde, een school, een tempel of een circel van magiers. Wanneer je je er maar intensief genoeg mee bezighoudt, krijg je dergelijke contacten – het hangt dus helemaal van jezelf af.
|
Magische zegels |
Nadat men enige tijd deze Weg der magie gegaan is, merkt men zelf, of men voor die weg geschikt is, of die bij je past. Het gezegde „velen worden geroepen, slechts weinige worden uitverkoren“ is hier vol van toepassing. Deze scheiding vindt op z’n laatst plaats bij de ‚Drempelwachter’. Dit is een archetypisch principe, waarmee iedereen, die serieus het pad der magie gaat, vroeg of laat wordt geconfronteerd, en dat zelfs meerdere malen. In de astrologie correspondeert dit principe met de planeer Saturnus, en dat zal astrologische insiders al iets zeggen. Saturnus staat voor het noodlot, voor karma, onheil, ziekte, wegsiepelen en voor de dood, maar ook voor kennis en inzicht die met het overwinnen van deze dingen samenhangen. Saturnus is het principe dat aan elk mens grenzen aangeeft. Echter niet om daarover te struikelen, of daardoor te mislukken; wie dat overkomt, is nog niet rijp voor het gebied, dat voorbij die grens ligt. Want het magische wereldbeeld vraagt een voortdurende persoonlijke uiteenzetting met die grenzen. Het betreft dan dus geen ultieme grenzen, maar b.v. door opvoeding opgelegde en zelf gebouwde. en precies dat wordt je door de Drempelwachter gepresenteerd! De zoekende wordt geconfronteerd met die eigen, individuele grenzen en problemen en eist het zoeken naar een sleutel voor een poort in die schijnbaar onbedwingbare muur. Deze muur bestaat in eerste instantie uit de eigen angsten, tekortkomingen en verdringingen. Dat kunnen b.v. weggedrukte conflicten zijn, die dan weer tevoorschijn komen, (b.v. een ouder-kind conflict), neurosen of welke andere problemen dan ook. Soms verschijnt deze Drempelwachter in een droom, (nachtmerrie), en dan vaak als een angstwekkende persoon.
De Drempelwachter ist de wachtpost aan de poort, die toegang geeft tot de wereld van de magie, en wie door die poort wil gaan, moet eerst zichzelf overwinnen.
Het begrip archetype kennen we van de psycholoog, psychiater en psycho-analiticus Carl Gustav Jung. Hij bedoelt met dat begrip oerbeelden en oerkrachten die in de collective psyche van de mensen werkzaam zijn, en zich tijdens bepaalde geestelijke situatie manifesteren; ze geven dan b.v. in een droom of in een trance bepaalde informatie aan het bewustzijn door. Voor Jung waren b.v. de goden uit de oudheid zulke archetypen. De tekeningen van de tarotkaarten van de grote arkana representeren zulke archetypische krachten, en de zgn. hoge magie maakt in hoge mate gebruik van deze krachten.
Om het begrip archetype te vermijden, wordt ook wel gesproken over ‚de taal der symbolen van de innerlijke werelden’. De magier dient al deze symbolen te kennen, zodat informatie, resp. mededelingen, die via deze symbolen tot in het bewustzijn komen, ook direct begrepen en juist geinterpreteerd kunnen worden.
Ojee. In principe heeft de mens sedert zijn eerste bewustwording niets anders gedaan als de realiteit overeenkomstig zijn wil om te vormen! Wanneer hij dit niet gedaan had, leefden we waarschijnlijk nog steeds in holen en zaten op bomen. Voor het ecosysteem was dat wellicht beter geweest, maar niet voor de evolutie.
De bewuste vaardigheid zichzelf en zijn omgeving te reflecteren en te herkennen is de mens als ‚goddelijke kracxht’ (of hoe men dit principe achter de schepping ook wil noemen) gegeven om zichzelf te kennen en verder te ontwikkelen. Wanneer dit niet de bedoeling was geweest, dan zouden we die mogelijkheid ook niet bezitten. Omdat het niet de bedoeling was, dat we als vogels zoeden kunnen vliegen, hebben we dus geen vleugels. De vaardigheden van de menselijke geest impliceren zelfs de uitnodiging zijn relatiet overeenkomstig zijn mogelijkheden vorm te geven. Daarvoor hebben we twee wegen:
de eerste weg gaat via de materie – daaruit resulteren de traditionele wetenschappen en de techniek.
de tweede weg gaat via de geest – daaruit resulteren o.a. de magie en de kunst.
Een harmonische verbinding van beide is optimaal.
Omdat de wil van god, resp. de wil van de goden niet onderzoekbaar en doorgrondbaar is, moeten we wel steuen en genoegen nemen met de eigen wil, en dan ook bereid zijn daarvoor de verantwoording te dragen. en daar ligt een heel belangrijk breekpunt!
|
Magische tekens |
Tot ongeveer het einde van de 19e eeuw was de magie in de religie verworteld en daarbinnen werd het ook gepractiseerd. alles religies, dus zowel openbarings- als natuurreligies beherbergen magie. En elke religie kent zowel toegestane als ook verboden magie. In de regel zijn gebeden en aanroepingen of het zich verbinden met externe krachten (b.v. egelen), die direct samenhangen met de god of goden van de heersende religie. Verboden is dan contactopname en hulp of gebruik van goden of entiteiten die niet tot de heersende religie behoren. Toegestane magie in deze verklaring is dan witte magie, verboden magische praktijk heet dan zwarte magie. De ethiek, volgens welke wit en zwart vastgesteld werd, was de ethiek van de dominerende religie; van bovenaf werd vastgelegd, wat goed (wit) en wat slecht (zwart) was.
Toen in de 19e en 20e eeuw magierichtingen ontstonden, die zich niet met een bepaalde religie verbvonden voelden, ontstond ook een andere interpretatie van witte en zwarte magie. De religieuze ethiek maakte plaats voor een sociale ethiek. Zwarte magie was dan het toevoegen van schade aan andere mensen (of andere wezens), in extreme vorm d.m.v. doodsrituelen, maar ook liefdestover, die gevoel, verstand en wil van andere mensen beinvloeden. Witte magie was ‚goed’ te doen, b.v. mensen genezen van ziekten, mensen helpen op zichzelf te vertrouwen, e.d. Maar de grenzen hier zijn niet scherp omlijnd; wat de een als witte magie ziet, is voor iemand anders met schadelijke aspecten verbonden. Dat brede gebied van vervloeiende grenzen wordt vaak grijze magie genoemd. de ethiek is in deze opvatting persoonsgebonden; twee magiers met sterk uiteenlopende opvattingen kunnen met precies dezelfde magische techniken boos (zwart) en goed (wit) doen.
Tenslotte is omstreeks 1990 een derde opvatting van witte en zwarte magie ontstaan. Het sleutelwoord daarin is ‚evenwicht’. Zwarte magie is hier magie, die op egoistische doelen gericht is, zoals b.v. de eigen gezondheid, het eigen welzijn, rijkdom voor jezelf, e.d. Witte magie richt zich hier op het herstellen en in balans houden van het evenwicht tussen mens en natuur / omgeving, tussen mens en mens en tussen de mens en het leven, cq. de dood. De witte magier accepteert de natuurlijke grenzen, de zwarte magier richt zich op het doorbreken en verleggen van de voorgegeven grenzen. Het moge duidelijk zijn, dat in deze opvatting goed en slecht niet zonder meer met wit en zwart gelijkgesteld kunnen worden.
Een magier, die de de leerniveaus van zelfreflectie, zelfbeheersing en zelfkennis met goed gevolg gepasseerd heeft, en op grond van z’n ervaringen en kennis een hoger bewustzijn bereikt heeft, hanteert niet de onderscheiding tussen zwarte en witte magie. Op dat niveau hoeft hij niet meer naar al dan niet abscure macht te streven, omdat hij die dan bezit! Hij wendt die macht aan om zijn weg te gaan en daarbij die dingen en krachten te verwijderen, die zijn weg belemmeren of hem schaden. Zwart of wit is dan puur een beoordeling van zijn denken en doen door anderen, buitenstaanders.
Tenslotte een opvatting, die deels met het voorgaande samenhangt, en die door veel magiers aangehangen wordt:
Op veel manieren wordt getracht mensen tot slaven te maken, in het bijzonder is dit het geval bij religies, die ‚verlossing van bovenaf’ preken, maar het geldt voor alle religies die een regelgeving van bovenaf opleggen. Mensen worden dan tot geestelijke slaven gemaakt. En dat dan ook nog bijna altijd door mensen, de hoogste leiders van die religies, die niet eens werkelijke macht over zichzelf bezitten. In deze opvatting is zwarte magie het met magische middelen proberen te verkrijgen van macht over anderen, zonder van tevoren macht over zichzelf te bezitten. En een magier die werkelijk macht over zichzelf bezit, streeft niet meer naar macht over anderen!
Een terechte vraag, die ook vaak wordt gesteld. Het is inderdaad erg moeilijk om voor magische resultaten objectieve of natuurwetenschappelijke bewijzen aan te dragen, omdat dit samenhangt met individuele referentiekaders. Magie is in de eerste plaats een weg van verandering en ontwikkeling van het bewustzijn, waarbij de acceptatie van het bestaan van een ‚onzichtbare wereld’ c.q. een hoger zijnsniveau voorwaarde is, waarmee de magier regelmatig in geestelijk contact is om gestelde doelen te verwerkelijken. Bij dit contact kunnen ook storende ‚geestverschijningen’ optreden, wat overigens vaker voorkomt, dan vaak wordt aangenomen. Deze ‚stoorgeesten’ manifesteren zich vooral dan, wanneer externe entiteiten van de onzichtbare wereld deelnemen bij magisch werk. De vraag of zulke geesten al dan niet bestaan is hierbij zinloos, omdat in principe ‚alles’ existeert, afhankelijk van het referentiekader dat men hanteert.
Een magier heeft een bepaald referentiekader uitgekozen, waarbinnen hij informatie en ervaringen opdoet. Dit referentiekader is in het begin rein subjectief, neemt in de loop van de tijd echter steeds duidelijker vormen aan. Het centrale punt is dan, om energie (magische kracht) uit dit subjectieve referentiekader naar b.v. onze zgn. objectieve realiteit te verplaatsen. Of en in hoeverre dit lukt, hangt af van het niveua en de bekwaamheid van de magier. Wat de een met speels gemak lukt, kan voor een ander een onmogelijkheid zijn! Dat het echter mogelijk is, is te merken aan de resultaten van de bekwame magiers.
Het basisprincipe hierbij is in de grond eigenlijk eenvoudig: Waarneming, bewustzijn en realiteit vormen eein enge verbnding met elkaar. Het verbindende element is het ‚zijn’ op zich. Wanneer een aspect uit deze samenhang veranderd wordt, dan verandert ook de structuur van het geheel. Omdat realiteit uiteindelijk in ons hoofd plaatsvind, ligt daar ook de sleutel tot verandering. Mern bedenke daarbij, dat een van de voornaamste aspecten van realiteit ‚informatie’ is! Het doorgeven en veranderen van informatie vindt plaats d.m.v. communicatie. Ook magie communiceert: magie is zelfs communicatie, in velerlei opzicht. Bestudeer maar es de tarotkaart „de magier“ – deze wordt gerepresenteerd door de planeet Mercurius, het principe der communicatie.
|
Het hexagram: een veelgebruikt symbool |
Vaak horen magiers de opmerking: „Ik geloof pas aan magie, als je me een zichtbaar bewijs daarvoor levert.“ Deze mensen hebben de essentie van magie niet begrepen. Fysieke verschijnselen zijn secundair bij magisch werk, en zijn vaak ook niet het doel. Magie is in essentie een occulte en individuele weg van ‚herkenning’; om iets te kunnen veranderen moet men het eerst wel kennen en herkennen.
En wanneer dan toch een fysiek resultaat beoogd wordt, geldt:
Een magier kan zich in zijn leven maar tot een klein gebied beperken; er zijn magiers die zich bekwaamd hebben om bij een bepaalde gebeurtenis (b.v. een feest, een demonstratie of een open air workshop) voor droog en zonnig weer te zorgen. Hij bewerkstelligt dan een weersverandering (wanneer dat nodig is) op een heel klein gebied, n.l. alleen daar, waar het gevraagd is. Een dergelijke weersverandering voor een hele provincie kan dan weer buiten de mogelijkheden van die magier liggen. Maar vraag je hem om een zwaar voorwerp in de lucht te laten zweven, dan kan hij dat niet, omdat dat niet zijn specialisatie is.
Wil iemand een fysiek ‚bewijs’ hebben van magie, dan zal dat alleen lukken, wanneer het een vraag betreft, dit binnen het competentiebereik van de magier ligt.
|
Middeleeuws magisch amulet |
Het zal wel erg moeilijk worden om een magier zonder meer te herkennen, omdat werkelijk bekwame magiers niet met een bord om hun hals lopen waarop staat: „Ik ben een magier.“ O ja, er lopen mensen bij bosjes rond, die behangen zijn met allerlei magische ‚toeters en bellen’ zoals b.v. grote, opvallende ringen, kristallen, amuletten, uitzonderlijke kleding, e.d., en daarmee hun occulte belangrijkheid menen te moeten onderstrepen. Dat hoeven echter heus nog geen magiers te zijn, zelfs geen ‚esoterieker’; esoterie betekent van binnen komend. Alle uiterlijke magische attributen hebben (ook) een exoterisch karakter, en zolang iemand de magie in uiterlijke dingen zoekt, staat hij nog op de onderste (exoterische) trede van zijn weg.
Ook de grote wereldreligies zijn exoterisch, hoewel ze natuurlijk ook een esoterische componente bevatten. Dit laatste is alleen voor diegenen toegankelijk, die de weg vanuit de ‚buitenwereld’ via de geestelijke poort tot in het innerlijke gevonden en gevolgd hebben. Dit kan b.v. met behulp van meditatie en andere geestelijke oefeningen. Wanneer men deze weg consequent volgt, opent men na langere tjd een nieuwe realiteit waarin de magie zich openbaart.
Een magier onderscheidt zich van andere mensen door innerlijke kwaliteiten, zoals gecentreerdheid (gerichtheid op het essentiele), kalmte, occulte kennis en inzicht en het volledig bewust zijn van zijn weg door het leven. Waar de ‚gewone servelijke mens’ zich veelal klagend in zijn lot schikt, zoekt en vindt! – de magier middelen en wegen om zijn lot te sturen, problemen op te lossen en nederlagen in zeges te veranderen. Veel magiers, maar zeker lang niet allemaal, hebben besloten om andere mensen met hun specifieke vaardigheden te helpen, en laten dat dan ook openlijk merken. Aan hun resultaten kan men zien, hoe goed of onbekwaam ze zijn. Maar veel magiers gebruiken hun kennis en kunde alleen voor de eigen individuele weg, bemoeien zich (in magisch opzicht) niet met anderen en vallen dan ook helemaal niet op.
Enige antwoorden en aanzetten daartoe werden al genoemd.
Ten eerstev hangt het helemaal van iemand zelf af, wat hij nou eigenlijk wil bereiken en hoe dat dan bewerkstelligd moet worden. Mensen zijn heel verschillend in hun behoeften en vaardigheden, wat voor de een goed is, hoeft het voor iemand anders helemaal niet te zijn. Daarom zijn er zo in z’n algemeenheid ook maar weinig raadgevingen te bieden.
1. Het begint ermee, dat het basisaxioma van de magie geaccepteerd moet worden; het bestaan van een onzichtbare wereld, waarmee men in contact kan treden, en waarvan de machten, structuren en mogelijkheden door de kracht van de geest beinvloed kunnen worden. Omdat deze onzichtbare wereld in een wisselwerking staat met onze fysieke wereld, beinvloeden manipulaties in die andere wereld overeenkomstige aspecten op fysiek niveau. Het is daarbij een vereiste, dat men zelf deze onzichtbare wereld zoekt, en deze ook zelf ervaart. Dat houdt o.a. ook in, dat men zich intensief bezighoudt met de dood en wat daarna komt!
2. Intuitie is een hele belangrijke voorwaarde! Wie geen idee heeft, hoe hij iets gaat aanpakken, heeft slechte kaarten, want gewoonlijk vindt men niet direct al aan het begin een meester die de nodige ‚uitrusting’ kan meegeven. Gewoonlijk moet men het begin van het Pad der magie alleen gaan, ja dat zelfs ‚vechtend’ moet doen, om de vele valstrikken, illusies en hindernissen die op dat Pad liggen, te kunnen overwinnen. Daarom geven de meesten het na de eerste hindernissen dan ook op. De magie stelt hoge eisen aan de zoekenden. Het vertoont zich zeker niet al in het begin, en wanneer dat dan het geval is, gebeurt dat op een zodanige wijze, dat het vaak niet direct wordt herkend. Ze stuurt de eerder genoemde Drempelwachter, waardoor men gedwongen wordt tot zelfonderzoek, tot het verkrijgen van grondige zelfkennis, tot het overwinnen van psychische problemen en tot het sublimeren van zwakke kanten van het eigen karakter. Pas wanneer men deze ‚wachter gepasseerd is, komt men verder. Daarom ook is magie volledig ongeschikt voor mensen met zware psychische problemen; want zij lopen wel een onaanvaardbaar groot risico, dat ze de rest van hun leven in een psychiatrisch tehuis door moeten brengen.
3. De weg gaat ook niet voorbij aan diepgaande magische literatuur, en dat begint al op het moment, waarop men zich een overzicht wil verschaffen over het brede gebied der magie. Bij de keuze van de eerste boeken dient men op de eigen intuitie af te gaan. En als men het gevoel heeft, (of het advies van een bekwame magier) om een bepaald boek aan te schaffen, dan mag het feit, dat het uitverkocht is, geen reden zijn, er vanaf te zien. Wanneer men het echt wil, en zich er ook voor inzet, dan ‚bereikt’ men dit boek ook. En voor de soms hoge kosten moet men niet terugschrikken; niemand heeft beweerd, dat alle dingen op de weg der magie kostenloos zijn!
Het gebeurt niet zelden, dat een boek op een gheel andere wijze ‚komt’ als men verwachtte; een onverwacht cadeau..... ook een vorm van magie.
4. en last but not least dient men zich ervan bewust te zijn, dat er een heel stel basisoefeningen voor de magie zijn, en dat het onvermijdelijk is deze heel grondig te oefenen. Twee van zulke dingen zijn b.v. concentratie en visualisatie. Zonder een veel hoger niveau dan de gemiddelde mens in deze zaken bezit, bereikt men in de magie niets! De juiste ademhalingstechnieken, ( een verkeerde ademhaling veroorzaakt een disharmonie in het eigen energiesysteen die dan op veel andere gebieden eveneens storend doorwerkt), en passende ontspanningstechnieken horen tot de vooropleiding.
Tip: Hoesten verstoort de concentratie, en als dat midden in een magische operatie gebeurt, zijn de gevolgen niet te overzien. Wie een rokershoestje heeft, moet daarom eerst die kwijt zien te raken!
De controle over de eigen gedachten en de kunde de gedachten in een bepaalde richting te sturen en ze daar langere tijd te houden, hoort eveneens tot het basisinstrumentarium van de beginnende magier. Heldere en eenduidig geformuleerde gedachten is een vaardigheid die bij elk magisch ritueel van essentieel belang zijn.
|
De geest van de magier kan tot ver buiten de aarde reiken |
Dit artikel zal niet voor iedereen direct duidelijk z’n boodschap overgebracht hebben, maar het zal in elk geval wel al direct duidelijk geworden zijn, dat magie een empirische wetenschap en kunst is. wie het werkelijk begrijpen wil, moet het zelf practizeren. Het toekijken bij of lezen van een ritueel, hoe veelomvattend en gedetailleerd de bewegingen en bewoordingen ook mogen zijn, en hoeveel magische attributen en wapens daarbij ook gebruikt worden, het meeste, maar vooral het essentiele speelt zich uitsluitend af in het hoofd van de magier; alle zichtbare delen zijn slechts hulpmiddelen voor dat innerlijke proces.
GardenStone
De basis voor deze tekst was de FAQ van de duitse newsgroup fido.ger.magie, die vriendelijk door de moderator ter beschikking werd gesteld voor dit artikel. Het werd uitvoerig bewerkt en vertaald door Gardenstone.
Andere gebruikte literatuur:
„Germanische magie“, GardenStone, Arun-Verlag.