|

Witte magie - Zwarte
magie:
Een schets
Tot eind 19e eeuw was magie in
religie geworteld. Alle religies herbergen magie, zowel openbarings- als natuurreliges.
En praktisch elke religie kent toegestane en verboden magie. Toegestaan is het,
wanneer gebeden, in- en evocaties en het 'zich aansluiten op externe krachten' betrekking
heeft op de God of Goden van de heersende religie. Verboden is het, wanneer Goden
en andere wezens in het spel zijn, die niet tot de heersende religie horen. Deze
'andere wezens' worden of door de heersende religie tot vijand verklaard, of bestempeld
als niet-bestaand, fantasie. Wanneer ze als vijanden worden gezien, dan worden gewoonlijk
de eigen God of Goden bestempeld als het ultieme Goede en die vijand als het ultieme
Kwade. Wie dan niet toegestane magie of tovenarij bedreef, werd gestraft; gewoonlijk
de een of andere pijnlijke doodstraf. In Westeuropa kennen we dit verschijnsel hoofdzakelijk
van de christelijke religie, maar de joodse religie, de Islam en praktisch alle
oude religies van Europa en aangrenzende gebieden kennen dit verschijnsel. De ene
keer bleef zulke strijd beperkt tot priesterklassen, de andere keer werden ook de
leken erin betrokken. Witte magie is hier de toegestane magie, zwarte magie is natuurlijk
de niet toegestane magische praktijk. De ethiek hier is de ethiek van de religie.
Gewoonlijk is in een religie duidelijk 'van hogerhand' voorgeschreven, wat goed
en wat slecht is, en magie functioneert alleen, wanneer deze aan de voorgeschreven
ethiek voldoet.
Nadat hoofdzakelijk in de 20e
eeuw magische scholen ontstonden, die zich niet aan een bepaalde religie gebonden
voelden, ontstond een andere interpretatie van witte en zwarte magie. In plaats
van een religieuze ethiek kwam daarvoor in plaats een sociale ethiek, Zwarte magie
is hier gericht op het toebrengen van schade in velerlei vormen; Doodsrituelen zijn
hier natuurlijk het meest sprekende voorbeeld, maar ook liefdestovenarij, die gevoel,
wil en verstand beinvloeden, wordt gezien als het toebrengen van schade. Witte magie
is hier gericht op 'goed doen'; Heilingsmagie is hier wellicht het meest sprekende
voorbeeld, maar ook iemand magisch helpen een baan te vinden wordt tot dat 'goed
doen' gerekend. Binnen deze interpretatie van witte en zwarte magie bestaat een
groot 'grijs' gebied; magische praktijken, waarbij schade toebrengen en goed doen
beide optreden. De grenzen liggen hier niet vast; wat voor de een witte magie is,
ziet de ander toch ook schadelijke aspecten en rekent het tot 'grijze' magie. De
ethiek is hier persoonsgebonden; twee magiers die tot dezelde richting behoren,
kunnen zeer uiteenlopende ethische opvattingen hebben. met dezelde magische aanroepingen
kan zowel iets goeds als iets boosaardigs bereikt worden.
Tenslotte is de laatste jaren
een derde interpretatie van witte en zwarte magie ontstaan. 'Balans' is daarin het
sleutelwoord. De magier, die in zijn magische praktijk gericht is op het eigen belang,
in extreme gericht op het leven en het overwinnen van de dood, oefent zwarte magie
uit. Witte magie is gericht op het handhaven en herstellen van evenwicht; evenwicht
in de relatie mens - natuur, mens - mens en leven - dood. De witte magier accepteert,
dat leven en dood tesamen horen, en accepteert daarbij de natuurlijke grenzen. De
zwarte magier is gericht op het doorbreken en verleggen van grenzen. Enige jonge
stromingen der magie zijn sterk gericht op het ontwikkelen van magische technieken
die het iemand mogelijk maken, langer als andere mensen te leven. In het algemeen
is eigenbelang hier zwarte magie; het doet er daarbij niet toe dat het niemand schaadt.
Zwarte en witte magie zijn hier dan ook niet meer eenvoudig gelijk te stellen met
goed en slecht, het is een onderscheiding van twee richtingen. Sommingen noemen
de zwarte magie hier 'Het Pad van de Linkerhand', maar dit begrip wordt inmiddels
ook in andere betekenissen gebruikt.
De ethiek in deze opvatting van witte en zwarte magie kan het best omschreven worden
als een individuele ethiek; ondanks het helpen/schaden van andere mensen neemt het
'wij'-denken hier geen bijzondere plaats in, de 'ik'- gerichtheid is het centrale
aspect.
GardenStone
(c) Copyright GardenStone
Terug
|